Zakelijke rechten zijn al decennia populair bij ondernemingen. Uiteraard omwille van de mogelijkheden om investeringen te doen met bruto gelden in de vennootschap en om fiscaal te optimaliseren (ook inzake vermogensplanning tussen generaties), maar evengoed omwille van diverse economische redenen. Door een gesplitste eigendom wordt immers mogelijk niet de volle eigendom blootgesteld aan het ondernemersrisico. Een zakelijk recht vraagt vaak ook een kleinere financieringslast dan volle eigendom. Bovendien zal het - in snel wijzigende omstandigheden – vaak volstaan om via tijdelijke rechten het gebruik van een bedrijfspand te verzekeren, enz. Recentelijk werd ook het goederenrecht gemoderniseerd. In die optiek staan we even stil bij de mogelijkheden en de impact van de nieuwe wetgeving.
U heeft er wellicht al van gehoord, de ‘nieuwe’ taks op effectenrekeningen. Hoewel op dit moment de Kamer het wetsontwerp nog finaal moet goedkeuren, is het vrij zeker dat de taks er zal komen. Maar wat houdt deze nieuwe taks op effectenrekeningen in en waarin verschilt deze van zijn voorganger? Het zou alleszins niet de bedoeling zijn om de oude effectentaks te remediëren in functie van het arrest van het Grondwettelijk Hof, maar wel om een nieuwe ‘abonnementstaks’ in te voeren op basis van een nieuwe set aan principes.
Onder invloed van de Europese Anti Tax Avoidance Directive bracht de tweede fase van de hervorming vennootschapsbelasting een nieuwe regel rond aftrekbaarheid van interesten met zich mee, in de praktijk vaak de ‘EBITDA-regel’ genoemd. Netto-interestlasten (het zogenaamde ‘financieringskostensurplus’) zijn niet aftrekbaar in de mate dat ze de hoogste van 2 grenzen overschrijden: (i) 30% van de fiscale EBITDA of (ii) 3 miljoen euro. Door deze hoge grens lijkt de EBITDA-regel in eerste instantie misschien niet van belang voor uw vennootschap(pen), maar er zitten enkele addertjes onder het gras.
Werkgevers kunnen aan hun werknemers die als gevolg van de Covid-19-crisis tijdelijk thuiswerken een forfaitaire thuiswerkvergoeding toekennen. Deze vergoeding dekt allerlei kleine kosten die verband houden met thuiswerk en is, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, vrijgesteld van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Er is geen specifieke thuiswerkovereenkomst nodig om deze vergoeding te betalen.
Terwijl het land zich in lockdown bevond, heeft het Parlement op 16 april 2020 een reparatiewet gestemd inzake het op 1 mei 2019 in werking getreden Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Deze reparatiewet, die in werking is getreden op 6 mei 2020, gaat op het eerste zicht vooral over de omzetting van de Europese richtlijn inzake de bevordering van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders. In haar staart bevat deze wet evenwel diverse bepalingen inzake vennootschappen en verenigingen die een aantal niet onbelangrijke aanpassingen en reparaties aan het WVV doorvoeren. In deze korte bijdrage wordt niet ingegaan op de bepalingen inzake de richtlijn, noch op de louter technische/tekstuele wijzigingen die worden aangebracht door de reparatiewet. Wel geven we een kort overzicht van de verschillende meer ingrijpende wijzigingen.
Zoals in ieder decennium bracht de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) ook in 2020 nieuwe Incoterms® (editie 2020) uit. Sinds 1 januari 2020 zijn de nieuwe Incoterms®2020 van toepassing.
Vennootschappen die reeds 5 jaar lang via een deelneming van minstens 90% verbonden zijn, hebben de mogelijkheid om hun fiscaal verlies van aanslagjaar 2020 (boekjaren beginnende ten vroegste op 1 januari 2019) door te geven via de zogenaamde ‘groepsbijdrage’.
In september 2014 bedroeg de roerende voorheffing op de uitkering van reserves bij vereffening (i.e. liquidatiebonus) slechts 10%. Nadien steeg het tarief gaandeweg tot het huidige 30%. Als compensatie werden destijds enkele gunstregimes ingevoerd, zoals de zogenaamde ‘liquidatiereserve’. Deze houdt in dat kmo-vennootschappen – tegen betaling van een belasting van 10% – een liquidatiereserve kunnen aanleggen. Bij de latere vereffening van de vennootschap is de uitkering van deze liquidatiereserve vrij van belasting.
In 2018 aanvaardde de toenmalige Minister van Financiën de volledige aftrekbaarheid van kosten van een evenement, georganiseerd voor bestaande of potentiële klanten, dat hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen. Het doel van de kosten (reclame) primeert in dit geval op de aard van de kosten (onthaal). Het Hof van Cassatie is het hier echter niet mee eens.
Recent hebben de federale en regionale overheden maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis (Covid-19 virus) uitgevaardigd. Gezien de omvang van deze crisis riskeren heel wat bedrijven in financiële moeilijkheden te geraken. Diverse steunmaatregelen moeten dienen om de economische gevolgen ervan te beperken. De voornaamste steunmaatregelen van de federale en regionale overheden worden hieronder opgesomd en toegelicht.
Vennootschappen hebben soms de mogelijkheid om een deel van hun resultaat vrij te stellen door de aanleg van een vrijgestelde reserve. Deze reserves zijn echter slechts vrijgesteld zolang de zogenaamde ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’ is voldaan. De reserve moet op een afzonderlijke passiefrekening van de balans worden uitgedrukt en daar behouden blijven. Van zodra deze voorwaarde niet (meer) voldaan is, wordt de vrijgestelde reserve onmiddellijk belastbaar.
Het is geen geheim dat het management van heel wat bedrijven in handen is van een andere vennootschap. Ofwel gaat het dan over de zogenaamde managementvennootschap van de bedrijfsleider (of andere leden van het hoger management), ofwel over een andere vennootschap binnen een grotere groep. Vaak wordt deze vennootschap zelfs benoemd tot bestuurder of zaakvoerder en ontvangt zij ook bestuurdersvergoedingen en/of tantièmes. Deze werkwijze is vaak fiscaal geïnspireerd, maar vereist de nodige voorzichtigheid. In 2016 lichtten we reeds de voornaamste aandachtspunten toe. Ingevolge een aantal recente evoluties achtten wij het zinvol deze te herhalen en aan te vullen.
Het parlement heeft op 28 februari 2019 het nieuw Wetboek van vennootschappen en verenigingen (afgekort ‘WVV’) goedgekeurd, dat in de plaats zal treden van het bestaande Wetboek van vennootschappen en de VZW-Wet van 27 juni 1921. In deze bijdrage zoomen we in op de belangrijkste opportuniteiten die het nieuw WVV biedt voor de familiale vermogensplanning.
Een Belgisch rijksinwoner is verplicht om in zijn Belgische aangifte in de personenbelasting zijn wereldwijd inkomen aan te geven, zelfs wanneer dit buitenlands inkomen – op basis van de internationale richtlijnen – belast is in het buitenland. Het buitenlands inkomen wordt in dat geval wel vrijgesteld van belasting in België. Echter, voor de bepaling van het belastingtarief wordt het buitenlands inkomen wel in aanmerking genomen. Dit is de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’: de buitenlandse inkomsten worden op zich vrijgesteld, maar zorgen er wel voor dat de in België belastbare inkomsten zwaarder belast worden.
Onze belastingwijzer biedt een handig overzicht van de meest voorkomende belastingtarieven.
De wijziging inzake het voordeel alle aard voor het ter beschikking stellen van een gratis woonst werd uitgebreid toegelicht in een eerdere blog. We willen echter bijkomend de aandacht vestigen op een recent vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 31 januari 2019. De rechtbank oordeelt er dat de rechtspraak die de berekeningswijze van het voordeel veroordeelt, een “nieuw feit” kan uitmaken. Het gevolg van deze rechtspraak? De slaagkansen op een succesvolle terugvordering van de teveel betaalde belasting wegens de terbeschikkingstelling van een gratis woonst via de ambtshalve ontheffing zijn vergroot. Momenteel gaat het wel om alleenstaande rechtspraak. De toekomst brengt wellicht meer duidelijkheid.
Alternatieve beloningsvormen kunnen een belangrijk wapen zijn in de huidige ‘war for talent’, maar ook in het binden en betrekken van sleutelfiguren of bij bedrijfsopvolging. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) heeft recentelijk een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige verwerking van gratis verstrekte aandelen. Een ideale gelegenheid om de fiscale behandeling van bonussen in de vorm van gratis aandelen nogmaals onder de aandacht te brengen. Bovendien besliste de wetgever om op te treden tegen bonusplannen van buitenlandse (groeps)vennootschappen die momenteel nog vaak onder de radar blijven.
De spelregels inzake (het belastingvrij uitkeren van) kapitaalverminderingen zijn grondig gewijzigd (art. 18 WIB’92). De fiscale gevolgen zijn nu afhankelijk van de samenstelling van het volledig eigen vermogen, en de vrije keuze welke elementen worden uitgekeerd, is afgeschaft. De fiscus heeft ondertussen een en ander verduidelijkt (circulaire 2018/C/103 dd. 2/8/2018). Om onaangename verrassingen te vermijden, overlopen we kort de belangrijkste aandachtspunten.
Indien u aangifteplichtig voor de Intrastat-verzendingen (uw intra-EU-uitvoer), dan zal u vanaf 2019 (de aangifte van 20 februari 2019) twee bijkomende velden moeten invullen. Voor de aangifte van Intrastat-aankomsten uit andere lidstaten (uw intra-EU-invoer) verandert er daarentegen niets.
Sinds 1 januari 2018 gelden nieuwe forfaits voor de waardering van de voordelen in natura voor het privégebruik van PC of laptop (€6/maand), tablet (€3/maand), gsm of smartphone (€3/maand), telefoonabonnement (€4/maand) en internet (€5/maand, ongeacht het aantal toestellen). Voor een smartphone met abonnement bedraagt het voordeel van alle aard dus €144/jaar. In tegenstelling tot vroeger aanvaarden zowel de RSZ als de fiscus deze forfaits. Recentelijk hebben beiden echter een aantal verduidelijkingen gecommuniceerd waaruit dan weer blijkt dat ze helaas toch nog niet volledig op dezelfde golflengte zitten. Het is belangrijk om na te gaan of de interne gebruikspolicies moeten worden aangepast in functie van deze standpunten.
Veel ondernemers botsen tegen de vraag wat de Brexit voor hun bedrijf kan betekenen. Inmiddels tikt de klok echter onverbiddelijk verder en veel tijd is er niet meer tot 29 maart 2019. Op deze datum wordt de Brexit officieel en zijn er maar twee scenario’s mogelijk: ofwel is er een ‘deal’, ofwel is er ‘no deal’.
Werknemers die op buitenlandse dienstreis of -opdracht gaan, kunnen een forfaitaire dagvergoeding ontvangen die vrijgesteld is van belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de ‘verblijfsvergoedingen’ toegekend door de FOD Buitenlandse Zaken. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opdrachten van ‘korte duur’ (maximum 30 kalenderdagen) en ‘langdurige’ dienstreizen (méér dan 30 opeenvolgende kalenderdagen).
Als u morgen een auto-ongeval heeft en tijdelijk in coma raakt, wie zal dan uw onderneming besturen? Wat als u dement wordt, wie zal dan uw vermogen beheren? Als u zelf niets regelt en u wordt wilsonbekwaam, met name u bent niet meer in staat bepaalde handelingen te stellen of beslissingen te nemen, dan zal de rechter uw vermogen onder bewind plaatsen en vervolgens een bewindvoerder aanstellen. U heeft dan geen inspraak in de keuze van de bewindvoerder. Bovendien zullen bepaalde handelingen met betrekking tot uw vermogen, zoals schenkingen van privévermogen (zelfs gemeenschapsgoederen), niet meer mogelijk zijn omdat u uw persoonlijke wil niet meer kan uitdrukken.
U herinnert zich vast nog het belang van het toekennen van een bezoldiging van (minstens) €45.000 aan een bedrijfsleider-natuurlijk persoon. Er is ondertussen al veel inkt gevloeid over dit aspect zodat wij het zinvol achten u te informeren over de stand van zaken. U zal merken dat de praktische uitwerking niet altijd evident is en dat helaas ook nog niet alle onduidelijkheden zijn weggewerkt.
Door een optionele btw-heffing op de professionele verhuur van onroerend goed (met aftrek van btw) wil de regering tegemoetkomen aan de negatieve gevolgen. Tegelijkertijd wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook de btw-behandeling voor andere vormen van verhuur van onroerend goed aan te passen. De regering heeft daartoe op 31 juli 2018 het nieuwe wetsontwerp ingediend bij de kamer. De stemming in het parlement wordt verwacht voor september/oktober 2018. Tijd voor een update.
De Minister van Financiën heeft onlangs aan de administratie opdracht gegeven om een nieuw boetebeleid inzake btw uit te werken. Vooral de in 2012 verhoogde niet-proportionele boetes waren vaak veel te streng. Niet alleen zijn deze boetebedragen hoog, er wordt ook geen rekening gehouden met de aard van de overtreding. Volgens de Minister moet er worden uitgegaan van de goede trouw van de ondernemer en niet langer enkel van de kwade trouw.
Door de Wet van 27 april 2018 houdende de hervorming van het ondernemingsrecht zal de maatschap voortaan als een onderneming worden beschouwd. Dit heeft een aantal belangrijke juridische en boekhoudkundige gevolgen.
Onze belastingwijzer biedt een handig overzicht van de meest voorkomende belastingtarieven.
Sedert 1 juni 2018 is het verkooprecht in het Vlaams Gewest voor de aankoop van een hoofdverblijfplaats verlaagd naar 7%.
Wanneer u een maaltijd bestelt, staat u er waarschijnlijk niet bij stil, maar inzake btw is het verschil tussen een levering en een dienst van groot belang. Restaurant- en cateringdiensten zijn immers onderworpen aan een btw-tarief van 12% (spijzen) en 21% (dranken), terwijl voor de levering van spijzen en dranken de btw 6% (standaardproducten) of 21% (alcoholische dranken en luxeproducten) bedraagt.
Een (renteloze) debetstand van de rekening-courant geeft aanleiding tot een belastbaar voordeel van alle aard in hoofde van de zaakvoerder. Dit voordeel is gelijk aan de fictieve debetinteresten die jaarlijks door de Administratie worden vastgesteld (‘niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd’).
Vennootschappen die minder dan €45.000 bezoldiging betalen aan een bedrijfsleider-natuurlijke persoon, zijn voortaan onderworpen aan een afzonderlijke (aftrekbare) belasting van 5,1% (aanslagjaar 2019-2020) of 10% (vanaf aanslagjaar 2021) over het te weinig uitgekeerde bedrag (behoudens lager belastbaar resultaat). Aangezien de tekst van het nieuw wetsartikel niet geheel duidelijk is, doken al snel allerhande theorieën op. Ondertussen werd een en ander verduidelijkt, maar werd ook al reparatiewetgeving voorgesteld.
Naast het erfrecht werd in februari van dit jaar aangekondigd dat de Vlaamse erfbelasting ook zou worden aangepakt. Eind vorige week keurde de Vlaamse regering het ontwerpdecreet al goed. Dit ontwerpdecreet is nu naar het parlement voor goedkeuring. De bedoeling is dat deze wijzigingen ook in werking zouden treden op 1 september 2018.
Het tax shelter-systeem bestaat reeds sinds 2003 voor investeringen in de filmindustrie, en vanaf 2017 ook voor investeringen in podiumkunsten, waarbij de investeerder (vennootschap) zowel een fiscaal voordeel als een optioneel bijkomend financieel rendement kan bekomen. Het fiscaal voordeel bestaat erin dat de investerende vennootschap een (voorlopige) belastingvrijstelling kan krijgen van 310% van het door haar geïnvesteerde bedrag.
Een persoon kan in meerdere landen van de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland benoemd zijn tot bestuurder of zaakvoerder van een vennootschap. Bij een internationale tewerkstelling dient te worden bepaald in welk land én in welk statuut de betrokkene socialezekerheidsbijdragen moet betalen. Eind vorig jaar hebben de Belgische socialezekerheidsinstanties hun standpunt gewijzigd. Aan de hand van een voorbeeld lichten wij deze wijziging toe.
Met ingang van 1 oktober 2018 zou een optionele aanrekening van btw gelden voor onroerende verhuur van professioneel gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen, die “opgericht” of “aanzienlijk vernieuwd” worden (B2B context).
Deed u in het verleden een schenking waarbij u bepaalde begiftigden meer gaf dan andere? Heeft uw ene kind geld ontvangen en het andere kind aandelen of een onroerend goed? Of heeft u op verschillende tijdstippen aan uw kinderen geschonken? Dan is het zinvol om uw vermogensplanning te herbekijken en voor 1 september 2018 actie te ondernemen in het kader van het nieuwe erfrecht. Wij lichten dit hierna toe.
De Europese commissie heeft op 18 januari 2018 een voorstel tot wijziging van de BTW-Richtlijn gepubliceerd die de huidige regeling zou hervormen. De voorstellen hebben als doel de btw-heffing in de lidstaat van bestemming te versterken en te omkaderen. Vanuit diezelfde gedachte had ook de Ecofin-Raad van de EU op 5 december 2017 reeds een pakket maatregelen goedgekeurd inzake de btw-regeling voor e-commerce. De voorstellen worden hierna kort toegelicht. Als alles goed gaat zouden sommige van de voorgestelde wijzigingen naargelang het geval reeds in 2021 of vanaf 1 juli 2022 in werking moeten treden.
Uw vennootschap kan sinds 1 juli 2016 gebruikmaken van de zogenaamde ‘aftrek voor innovatie-inkomsten’ (voorheen ‘aftrek octrooi-inkomsten’). Deze aftrek bedraagt 85% van het gecorrigeerd netto-inkomen uit intellectuele eigendomsrechten, zoals octrooien, beschermingscertificaten, auteursrechtelijk beschermde software, kwekersrechten en van overheidswege toegekende data- en marktexclusiviteiten. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen publiceerde onlangs een ontwerpadvies over de boekhoudkundige verwerking. Hierbij is het van belang of het intellectueel eigendomsrecht al dan niet reeds is ontstaan. Indien dit het geval is, vindt de aftrek uitsluitend plaats via de aangifte en is er dus geen boekhoudkundige verwerking.
De meeste productiebedrijven beschouwen de onroerende voorheffing op hun gebouwen en ‘materieel en outillage’ als een vaste kost. Er zijn echter mogelijkheden om de onroerende voorheffing mee te laten evolueren met de activiteiten en de investeringen van het bedrijf.
Door het aanleggen van een ‘voorziening’ kan u geplande kosten of investeringen reeds boeken vooraleer u ze effectief betaalt. Door het betalen van ‘vooruitbetaalde kosten’ daarentegen kan u kosten die boekhoudkundig aan een volgend boekjaar toebehoren, fiscaal onmiddellijk in kosten nemen. Sinds de hervorming vennootschapsbelasting worden voortaan beide mogelijkheden beperkt omwille van het zogenaamde ‘matchingprincipe’.
Met retroactieve ingang vanaf aanslagjaar 2018 voert de programmawet van 25 december 2017 een nieuwe beperking in voor tal van federale belastingvoordelen. De regering heeft besloten een ‘pro rata temporis’-beperking van bestaande fiscale vrijstellingen, belastingverminderingen en andere fiscale voordelen in te voeren. In een Circulaire (Circulaire 2018/C/17) van begin februari 2018 geeft de fiscus een eerste commentaar bij deze proratisering en beperking van bepaalde fiscale voordelen.
De daling van het tarief van de vennootschapsbelasting nodigt uit om te werken via een vennootschap. Om te vermijden dat (te) veel zelfstandigen een vennootschap zouden oprichten, zijn er een aantal maatregelen genomen die het tariefvoordeel inperken. Zo wordt bijvoorbeeld de vereiste van een minimale bedrijfsleidersbezoldiging uitgebreid.
In een B2B-context vinden diensten in principe plaats daar waar de afnemer gevestigd is. Echter, voor bepaalde vervoersdiensten wordt de plaats van de dienst bepaald op basis van het ‘werkelijk gebruik’. Deze afwijkende plaatsbepalingsregel (i.e. de ‘use & enjoyment’-regel) werd gewijzigd.
Employees who have a company car for a certain period of time will be able to hand in their vehicle for a cash allowance with the same tax and social status as the company car.
Waarop te letten bij schenking roerende goederen onder last?
Internationaal goederenverkeer - onderaannemer niet langer vrijgesteld van btw
Onregelmatige factuur verhindert btw-aftrek niet (noodzakelijk)
Lichte vrachtwagens - fiscale en sociale spelregels
Veranker sleutelfiguren in uw organisatie door winstdeelname
