article banner
Direct tax

De wederopbouwreserve - Steun om er na de pandemie weer bovenop te komen

Chris Peeters Chris Peeters

Eind 2020 is voor vennootschappen (en voor in België belastbare vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen) het fiscaal gunstregime van de ‘wederopbouwreserve’ ingevoerd.

Deze wederopbouwreserve werd initieel aangekondigd samen met de zogenaamde ‘carry-back’ regeling voor fiscale verliezen, maar beide maatregelen werden uiteindelijk van elkaar losgekoppeld in de loop van het wetgevend proces. De carry-back regeling werd reeds goedgekeurd in juni 2020. Voor de wederopbouwreserve was het wachten tot december 2020.

Daar waar het in de carry-back regeling voor fiscale verliezen draait om het afzetten van een fiscaal verlies tegen een belastbaar resultaat van het voorgaande aanslagjaar, is het doel van de wederopbouwreserve het in de toekomst belastingvrij wederopbouwen van het boekhoudkundige eigen vermogen. Mits het respecteren van de zogenaamde ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’ kan het fiscaal belastbare resultaat van boekjaren 2021-2023 tijdelijk vrijgesteld worden van vennootschapsbelasting.

De bedoeling is vennootschappen te steunen die hun eigen vermogen (en dus hun solvabiliteit) weer opbouwen en hun tewerkstelling behouden.

Omvang van het voordeel

De belastingvrijstelling kan maximum toegepast worden ten belope van het boekhoudkundig bedrijfsverlies

  • van het boekjaar afgesloten in 2020 (meestal 31.12.2020) of
  • van het boekjaar afgesloten in 2021 mits het vorige boekjaar afgesloten werd in de periode 1.1.2020-31.7.2020 en mits de belastingplichtige deze keuze maakt.

Tevens geldt de vrijstelling voor een absoluut maximum van €20 mio.

Merk op dat de belastingvrijstelling slechts tijdelijk is. De wederopbouwreserve zal in de jaarrekening worden gerapporteerd als een belastingvrije reserve die onderworpen is aan de gekende ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’. Dit betekent dat de reserve wel aan vennootschapsbelasting wordt onderworpen van zodra deze wordt aangetast door (bijvoorbeeld) een dividenduitkering en, ten laatste, bij de vereffening van de vennootschap. Het feit dat een vennootschap (fiscaal) reeds gebruik zou gemaakt hebben van de carry-back regeling verhindert de toepassing van de wederopbouwreserve niet. Beide maatregelen zijn dus combineerbaar.

Uitsluitingen

Vennootschappen met een speciaal belastingregime en vennootschappen die op 18.3.2020 een ‘onderneming in moeilijkheden’ waren, kunnen niet van het voordeel genieten.

Ook uitgesloten zijn vennootschappen die transacties doen met ‘belastingparadijzen’ zonder aantoonbare werkelijke economische activiteit of die een deelneming hebben in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs.

Beperkingen

Vennootschappen die vanaf 12.3.2020 dividenden toekennen, hun kapitaal verminderen of andere uitkeringen van eigen vermogen doen, kunnen niet van de maatregel genieten of moeten de in een vorig jaar aangelegde wederopbouwreserve terug laten belasten ten belope van de uitkering.

Verder zal de wederopbouwreserve terug belast worden als de (aan werknemers betaalde) bezoldigingen en sociale voordelen lager zijn dan 85% van diezelfde personeelskosten tijdens boekjaar 2019. Deze bezoldigingstest zal gebeuren op de post 620 ‘Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen’ in de jaarrekening. De terugname zal gebeuren ten belope van de daling. In latere jaren zal elke verdere daling tot een bijkomende terugname van het voordeel leiden.

Praktisch nut

Van zodra u het boekhoudkundig resultaat kent van het in 2020 afgesloten boekjaar, kan u nagaan of u van het voordeel van de ‘wederopbouwreserve’ kan genieten.

De inschatting kan reeds van belang zijn bij de beslissing inzake de eerste voorafbetaling vennootschapsbelasting met betrekking tot boekjaar 2021.

Hebt u specifieke vragen over deze topic?

Contacteer onze experts voor bijkomende assistentie.