legal

Ondernemingen in moeilijkheden – Versoepelingen aan procedure gerechtelijke reorganisatie

Tim Dausy Tim Dausy

In het Belgisch insolventierecht bestaan verschillende procedures die ondernemingen in moeilijkheden de mogelijkheid moeten bieden om tijdig herstelmaatregelen te nemen teneinde een faillissement af te wenden. Naar aanleiding van de economische crisis veroorzaakt door de COVID-19-pandemie, probeert de wetgever nu deze procedures (tijdelijk?) te versoepelen en toegankelijker te maken voor ondernemingen in moeilijkheden[1]. Wij zetten hieronder de belangrijkste versoepelingen in kort bestek uiteen.

Administratieve versoepeling

De toegang tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie is/was gekenmerkt door een hoge graad aan formalisme. Tal van (boekhoudkundige en financiële) documenten moeten bij het verzoekschrift tot inleiding van de procedure worden gevoegd, zoals een recente staat van actief en passief en cashflowplanning. Deze formele vereisten bleken voor vele ondernemingen in moeilijkheden vaak een (te) hoge drempel om de procedure aan te vatten, aangezien de niet-naleving ervan de onontvankelijkheid van het verzoekschrift betekende.

De wetgever biedt hier nu bijkomende flexibiliteit door de onontvankelijkheidssanctie te schrappen en de onderneming in moeilijkheden de mogelijkheid te geven bepaalde stukken nadien of zelfs helemaal niet aan te leveren. Zij moet dan wel aan de rechtbank verduidelijken waarom zij deze documenten (nog) niet heeft kunnen verstrekken.

Een nieuwe mogelijkheid: het voorbereidend akkoord

Een groot probleem van de procedure van gerechtelijke reorganisatie is het publiek karakter ervan: eens de procedure is opgestart, raakt dit snel bekend, wat voor de onderneming in moeilijkheden voor bijkomende obstakels kan zorgen, bijvoorbeeld doordat (cruciale) leveranciers of kredietverstrekkers hun vertrouwen in de onderneming opzeggen.

De wetgever probeert hieraan te verhelpen door een ‘voorbereidend akkoord’ mogelijk te maken. Dit moet mogelijkheid bieden om voorafgaand aan een procedure van gerechtelijke reorganisatie, en dus nog voor hieraan ruchtbaarheid wordt gegeven, met bepaalde schuldeisers een ontwerp van minnelijk akkoord of reorganisatieplan uit te werken, dat nadien via een versnelde procedure van gerechtelijke reorganisatie kan worden gevalideerd.

Er is een belangrijke rol weggelegd voor de door de rechtbank aangestelde gerechtsmandataris, die de lead zal nemen in de onderhandelingen met de schuldeisers en deze laatste ook correct dient te informeren. Hij kan voorts de rechtbank verzoeken om in het kader van de lopende onderhandelingen, bepaalde beschermende maatregelen te nemen (bijvoorbeeld een tijdelijk opschorting van betaling van maximaal vier maanden).

Tijdelijk karakter van de versoepelingen

Wat opvalt, is dat de voormelde versoepelingen voorlopig tijdelijk van aard zijn. Uiterlijk op 15 juni 2021 zal de minister evalueren of de versoepelingen passend zijn, dan wel of er wetgevende verbeteringen nodig zijn. De versoepelingen treden dus in principe buiten werking op 30 juni 2021, maar deze termijn kan bij koninklijk besluit worden verlengd.

 

[1] Wet van 21 maart 2021 tot wijziging van boek XX van het Wetboek van economisch recht en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, B.S. 26 maart 2021, http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2021/03/21/2021030843/justel