LEGAL

Reparatiewet - Wat wijzigt?

Roeland Vereecken Roeland Vereecken

Terwijl het land zich in lockdown bevond, heeft het Parlement op 16 april 2020 een reparatiewet[1] gestemd inzake het op 1 mei 2019 in werking getreden Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Deze reparatiewet, die in werking is getreden op 6 mei 2020, gaat op het eerste zicht vooral over de omzetting van de Europese richtlijn inzake de bevordering van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders. In haar staart bevat deze wet evenwel diverse bepalingen inzake vennootschappen en verenigingen die een aantal niet onbelangrijke aanpassingen en reparaties aan het WVV doorvoeren.

In deze korte bijdrage wordt niet ingegaan op de bepalingen inzake de richtlijn, noch op de louter technische/tekstuele wijzigingen die worden aangebracht door de reparatiewet. Wel geven we een kort overzicht van de verschillende meer ingrijpende wijzigingen.

Wijziging definitie controle

Een wijziging die een grotere praktische impact zal hebben dan velen vermoedden, is de wijziging die de wetgever aanbrengt in de definitie van ‘controle’. Door te bepalen dat niet alleen de stemrechten die aan aandelen zijn verbonden, in aanmerking genomen moeten worden, maar ook de stemrechten die aan andere effecten, zoals winstbewijzen en obligaties, zijn verbonden, zal het vermoeden van controle vanaf nu gebaseerd worden op het bezit van de meerderheid van de stemrechten die verbonden zijn aan ‘het totaal van de effecten’ van de vennootschap.

Oneigenlijke CV’s

In de reparatiewet werd expliciet opgenomen dat bestaande CVBA’s die niet voldoen aan de nieuwe wettelijke definitie van de coöperatieve vennootschap, niet (langer) de benaming ‘CV’ mogen gebruiken en het volstort vast gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve van dergelijke vennootschappen niet van rechtswege is omgezet op 1 januari 2020 naar de statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening. Dit laatste ligt in principe in het verlengde van de reeds onder de overgangsmaatregelen ingevoerde regel dat oneigenlijke CVBA’s tot aan hun omvorming onderworpen blijven aan de oude kapitaalregels van het W.Venn. Voor verschillende CVBA’s zal dit evenwel betekenen dat zij nu zullen moeten terugkeren naar de oude regeling indien ze zich reeds hadden aangepast aan de nieuwe regels.

Wijzigingen voor de BV

Voor de BV werden verschillende kleinere wijzigingen ingevoegd in het WVV, waaronder:

  • Overeenkomstig het bestaande regime voor de NV hebben houders van aandelen zonder stemrecht in een BV nu ook het recht om aan de algemene vergadering deel te nemen met raadgevende stem.
  • Indien een BV slechts één aandeelhouder heeft, moet zijn identiteit in het vennootschapsdossier worden vermeld.
  • De uittreding en uitsluiting van een aandeelhouder kan nu ook buiten de eerste zes maanden van het boekjaar plaatsvinden.
  • Er werd verduidelijkt dat het bestuursorgaan de procedure voor belangenconflicten niet moet toepassen bij het uitvoeren van de liquiditeitstest.

Wijzigingen voor de NV

Ook voor de NV werden een aantal wijzigingen doorgevoerd die het vermelden waard zijn:

  • De vaste vertegenwoordiger van de enige bestuurder-rechtspersoon van een NV is niet persoonlijk aansprakelijk voor de verplichtingen van de vennootschap, zelfs niet als de statuten bepalen dat de enige bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor deze verplichtingen. Dit werd zo gewijzigd om het regime af te stemmen op de intussen afgeschafte commanditaire vennootschap op aandelen.
  • Wat de mogelijkheid voor genoteerde vennootschappen tot het verlenen van een dubbelstemrecht betreft, werd er verduidelijkt dat voor de invoering van het dubbel loyauteitsstemrecht de statuten in een strengere meerderheid dan de wettelijk voorziene tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen mogen voorzien, mits die verstrenging specifiek strekt tot de invoering van dat dubbel stemrecht.
  • Er werd verduidelijkt dat iedereen die aan alle formaliteiten voor de toelating tot een bepaalde algemene vergadering van aandeelhouders voldoet (voor een niet-genoteerde NV), in principe ook moet worden toegelaten tot elke volgende vergadering met dezelfde agendapunten.
  • Er is niet langer een notariële tussenkomst vereist voor de machtiging van de algemene vergadering van aandeelhouders om eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten te verkrijgen. Een dergelijke machtiging kan, maar moet niet verplicht in de statuten worden opgenomen.

Wijziging voor de VZW, IVZW en stichting

Het commissarisverslag van een door een VZW, IVZW of stichtingen aangestelde commissaris (al dan niet verplicht) moet een oordeel bevatten dat aangeeft of het jaarverslag in overeenstemming is met de jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en of het jaarverslag is opgesteld zoals voorgeschreven door het WVV.

Wijzigingen voor diverse vennootschapsvormen

Daarnaast zijn er nog een aantal wijzigingen doorgevoerd die gelden voor meerdere vennootschapsvormen:

  • In de BV, CV en NV is de uitbreiding van de bevoegdheden van de algemene vergadering van aandeelhouders in de statuten niet tegenwerpelijk aan derden, zelfs niet als ze openbaar is gemaakt.
  • In een BV en in een NV kan het toegestane kapitaal nooit worden gebruikt voor de uitgifte van inschrijvingsrechten ten gunste van één of meer bepaalde personen. Het bestuursorgaan is dus niet gerechtigd om inschrijvingsrechten uit te geven indien het voorkeurrecht van de aandeelhouders beperkt of uitgesloten is ten gunste van één of meer bepaalde personen andere dan leden van het personeel, zelfs niet indien het daartoe uitdrukkelijk gemachtigd zou zijn.
  • De wettelijk samenwonende partner wordt voor bepaalde overdrachten van effecten gelijkgesteld met de echtgenoot.

Bestuurdersaansprakelijkheid

Zoals bekend, werd er met de invoering van het WVV een kwantitatieve beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid ingevoerd. Door de reparatiewet wordt de aansprakelijkheidsbeperking van een bestuurder voor een kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement[2], evenwel opgeheven, waardoor bestuurders ook voor dergelijke fouten onbeperkt aansprakelijk zijn. Deze wijziging is dus een verdere uitholling van de aansprakelijkheidsbeperking van bestuurders, die door de vele uitzonderingen op het principe van de aansprakelijkheidsbeperking (o.m. voor de lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt, de zware fout, het bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden) nog weinig waarde lijkt te hebben.

Verjaringstermijn

De verjaringstermijn voor de nietigheid van de besluiten van de organen geldt nu ook voor de besluiten van de algemene vergadering van obligatiehouders. Dergelijke besluiten kunnen dus voortaan slechts worden aangevochten binnen een termijn van zes maanden  te rekenen van de dag waarop de besluiten kunnen worden tegengeworpen aan degene die de nietigheid inroept of van de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen.

Aarzel niet uw contact bij Grant Thornton te contacteren voor meer duiding bij het bovenstaande of bij vragen specifiek voor uw vennootschap.

 

 

[1] Wet van 28 april 2020 tot omzetting van richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft, en houdende diverse bepalingen inzake vennootschappen en verenigingen

[2] art. XX.225 van het Wetboek Economisch Recht