social

Telewerken ten tijde van Covid-19: nieuwe CAO nr. 149 legt de regels vast

Jeroen Bouwsma Jeroen Bouwsma

Sedert de uitbraak van de coronacrisis is (aanbevolen of verplicht) telewerken in België één van de maatregelen die door de federale overheid werd genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Er ontbrak echter een wetgevend kader dat de rechten en plichten van werknemers en werknemers inzake telewerken omwille van de coronacrisis regelt. De CAO nr. 149 betreffende aanbevolen of verplicht telewerk, die door de Nationale Arbeidsraad op 26 januari 2021 werd gesloten, bracht hier verandering in.

Toepassingsgebied

CAO nr. 149 is enkel van toepassing op het telewerk dat de overheidsinstanties verplicht gemaakt of aanbevolen hebben in het raam van de maatregelen om de opmars van het coronavirus tegen te gaan en viseert enkel de ondernemingen die op datum van 1 januari 2021 nog geen regeling van telewerk hebben uitgewerkt overeenkomstig de bepalingen van structureel telewerk[1] of occasioneel telewerk[2].

Voor ondernemingen die al een beleid rond telewerk hebben uitgewerkt, verandert er dus niets.

Bovendien is CAO nr. 149 beperkt in de tijd: ze treedt buiten werking op 31 december 2021 (of eventueel eerder indien de maatregel tot verplicht of aanbevolen telewerk door de overheid vóór 31 december 2021 zou worden opgeheven).

Draagwijdte en voorwerp

CAO nr. 149 valt uiteen in twee blokken. Enerzijds legt deze CAO principes en een referentiekader vast ter verduidelijking van bepaalde punten die binnen de ondernemingen moeten worden afgesproken om de rechtszekerheid te vrijwaren voor zowel de werkgever als de werknemers, alsook om het goede verloop van het telewerk te verzekeren. Anderzijds wordt voorzien in regels inzake beleid voor welzijn op het werk dat specifiek samenhangt met telewerk.

Principes en referentiekader tot regeling van telewerk

Wanneer er afspraken worden gemaakt rond telewerk omwille van corona, moeten de ondernemingen rekening houden met een aantal principes en een referentiekader, zoals onder meer:

  • Er moeten verplicht afspraken worden gemaakt rond de terbeschikkingstelling van de voor het telewerk benodigde apparatuur en technische ondersteuning (bijvoorbeeld laptop) of een vergoeding bij het gebruik van eigen apparatuur van de telewerker, alsook omtrent de bijkomende verbindingskosten.
  • De telewerker organiseert in principe zelf zijn of haar werk binnen het kader van de in de onderneming geldende arbeidsduur.
  • De werkgever heeft de mogelijkheid om op gepaste en proportionele wijze controle uit te oefenen op de resultaten en/of de uitvoering van het werk.
  • Er moeten afspraken worden gemaakt over de (on)bereikbaarheid van de telewerker om rekening te houden met de ‘afstemming telewerk en privéleven’.

Over de wijze waarop deze afspraken moeten worden vastgelegd, laat CAO nr. 149 de ondernemingen vrij, mits de regels van het sociaal overleg binnen de ondernemingen worden gerespecteerd. De afspraken kunnen dus worden vastgelegd in een ondernemings-cao, het arbeidsreglement, een individueel akkoord, maar evengoed in een telewerkpolicy.

Beleid voor welzijn op het werk specifiek in verband met telewerk

Het luik inzake het beleid voor welzijn op het werk specifiek in verband met telewerk van CAO nr. 149 kan worden gezien als een beknopte samenvatting van de bestaande wettelijke bepalingen ter zake, uitgebreid met enkele specifieke elementen in verband met telewerk in coronatijden.

Vooreerst legt CAO nr. 149 een aantal informatieverplichtingen op aan de onderneming:

  • De werkgever moet zijn telewerkers informeren over de preventiemaatregelen met betrekking tot de aanpassing van de werkpost, het goede gebruik van de beeldschermen en beschikbare ondersteuning op vlak van techniek en informatica.
  • De werkgever moet de telewerkers de namen en contactgegevens meedelen van de in CAO nr. 149 gespecificeerde personen die ondersteuning kunnen bieden (bijvoorbeeld de direct leidinggevende of de preventieadviseur). De telewerkers kunnen hen dan ‘op gepaste manier’ contacteren, bijvoorbeeld door het versturen van een foto (van de arbeidspost) of via videoconferentie. Waar nodig kunnen dan aanpassingen aan de arbeidspost worden voorgesteld.
  • De werkgever moet de hiërarchische lijn en de telewerkers ook informatie geven over de modaliteiten en specificiteiten van telewerk, bijvoorbeeld door het organiseren van een opleiding.

Naast deze informatieverplichtingen houdt CAO nr. 149 ook rekening met een actueel psychosociaal risico dat telewerken ten tijde van corona met zich meebrengt. De werkgever moet namelijk passende maatregelen nemen om de verbondenheid van de telewerkers met de onderneming te behouden en moet bijzondere aandacht schenken aan de ‘kwetsbare telewerkers’, zijnde de werknemers die bijvoorbeeld door hun persoonlijke situatie, gezins- en/of huisvestingssituatie tijdens het telewerk met bijkomende spanningen te maken hebben. Zo kan de werkgever (zonder hiertoe verplicht te zijn) onder andere goed georganiseerde en beperkte terugkeermomenten inplannen met respect voor de sanitaire voorschriften.

Besluit

Indien in uw onderneming nog geen beleid inzake (structureel of occasioneel) telewerk van kracht is, is CAO nr. 149 van toepassing en moet u een dergelijk beleid uitwerken, rekening houdende met de bepalingen van deze CAO.

Dit neemt echter niet weg dat u de verplichting tot het uitwerken van een beleid inzake telewerken onder CAO nr. 149 te baat kunt nemen om meteen een telewerkbeleid van onbepaalde duur uit te werken op basis van CAO nr. 85 (structureel telewerk) of van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk (occasioneel telewerk). Telewerken, zij het structureel dan wel occasioneel, lijkt voor veel ondernemingen ook na de coronacrisis immers een blijvende vorm van organisatie of uitvoering van het werk te zijn.

Bent u op zoek naar een expert over deze topic?

Ons legal team kan samen met u bekijken op welke manier telewerk binnen uw onderneming kan worden gestructureerd en het beleid en de afspraken hieromtrent samen met u vastleggen.

[1] CAO nr. van 9 november 2005 betreffende het telewerk

[2] Artikel 22 e.v. van de wet van 5 maart 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk