Vele ondernemingen die onder andere actief zijn in de entertainmentsector, eventsector en de horeca, hebben sinds maart 2020 hun deuren moeten sluiten door de verschillende lockdowns die door de federale overheid werden opgelegd om de pandemie in te dijken. Ook werden de gebouwen en machines van verschillende ondernemingen om diezelfde reden gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt.

Ondanks de verplichte sluiting zullen deze ondernemingen toch geconfronteerd worden met de onroerende voorheffing die een jaarlijkse vaste kost is op hun gebouwen en materieel en outillage. In dergelijke moeilijke omstandigheden is deze te betalen onroerende voorheffing een extra aderlating. Indien bepaalde voorwaarden voldaan zijn, zouden deze ondernemingen een vermindering van onroerende voorheffing kunnen aanvragen. Deze mogelijkheid kan voor sommigen een aanzienlijke besparing opleveren.

Wat is onroerende voorheffing?

De onroerende voorheffing is een gewestelijke belasting die wordt geheven op onroerende goederen waarvan men op 1 januari eigenaar, vruchtgebruiker, opstalhouder of bezitter is[1]. De onroerende voorheffing wordt berekend op het kadastraal inkomen (KI) dat werd toegekend aan het onroerend goed. Dit KI vertegenwoordigt het fictief inkomen dat aan het onroerend goed werd toegekend door het Kadaster.

De belangrijkste onroerende goederen waarop onroerende voorheffing wordt geheven, zijn gebouwen en het materieel en outillage dat aanwezig is in dat gebouw.  

De bepaling van het KI is een federale materie en de gewesten kunnen dit niet wijzigen. De gewesten kunnen echter wel vrijstellingen en ontheffingen van de onroerende voorheffing toekennen. Deze verschillen naar gelang het gewest waarin de onroerende goederen gelegen zijn.

Proportionele vermindering van de onroerende voorheffing: algemeen kader

In het Vlaams Gewest is een proportionele vermindering van de onroerende voorheffing mogelijk indien het onroerend goed tijdens het jaar ‘improductief’ is geweest. Indien een onroerend goed (namelijk gebouw en/of materieel en outillage) gedurende een bepaalde periode niet gebruikt werd en geen inkomsten heeft gegenereerd, wordt gezegd dat het onroerend goed ‘improductief’ is geweest. Dit kan het gevolg zijn van onder andere stakingen, overproductie, vernieling van een deel van het gebouw, of recent de door de overheid opgelegde lockdowns.

Concreet is de proportionele vermindering wegens improductiviteit mogelijk in drie gevallen[2]:

  • Een niet gemeubileerd gebouwd onroerend goed is in de loop van het jaar gedurende ten minste 90 dagen volstrekt niet in gebruik genomen en heeft geen inkomsten opgebracht.
  • Materieel en outillage bleven gedurende het jaar ten minste 90 dagen buiten werking.
  • Minstens 25% van het onroerend goed of materieel en outillage werd vernield.

De bedrijven die het hardst getroffen zijn door de lockdowns, zijn onder meer diegenen die eigenaar zijn van de concertzalen, bioscoopzalen, pretparken, expohallen, evenementzalen en dergelijke meer. Bijgevolg zoomen wij in dit artikel vooral in op de mogelijkheid om een proportionele vermindering van de onroerende voorheffing te vragen op de gebouwen.

Proportionele vermindering onroerende voorheffing op het gebouw wegens corona

Gelet op de afwezigheid van enig officieel standpunt vanwege de Vlaamse belastingdienst omtrent de mogelijkheid om een vermindering van onroerende voorheffing aan te vragen vanwege de coronacrisis, menen wij dat de algemene principes voor dergelijke vermindering kunnen worden toegepast.

Om de proportionele vermindering van de onroerende voorheffing wegens improductiviteit aan te vragen voor het gebouw, dient het onroerend goed tijdens een gedeelte van het jaar te hebben leeggestaan en geen inkomsten te hebben opgebracht.

Concreet dient eerst te worden nagegaan of het betreffende gebouw in aanmerking kan komen voor de vermindering. De vermindering is enkel mogelijk voor niet-gemeubelde gebouwen. Dit betekent dat gemeubelde gebouwen of ongebouwde onroerende goederen (zoals terreinen) niet in aanmerking komen voor de vermindering. Voor industriële ondernemingen zorgt de aanwezigheid van machines, gereedschappen en andere roerende voorwerpen die worden aangetroffen in gebouwen bestemd tot industriële, ambachtelijke of handelsdoeleinden en die een direct verband vertonen met de uitbating, er niet voor dat het gebouw zou kwalificeren als een gemeubeld gebouw. Bijgevolg zal deze voorwaarde doorgaans vervuld zijn voor ondernemingen die gebouwen gebruiken voor hun ondernemingsactiviteit.

Daarnaast moet de improductiviteit tijdens het aanslagjaar (lopende van 1 januari tot en met 31 december), minstens 90 dagen[3] geduurd hebben. Deze termijn van 90 dagen wordt berekend in kalenderdagen en moet niet aaneensluitend zijn. Aangezien bepaalde gebouwen sinds 1 januari 2021 gesloten zijn (denk maar aan de concertzalen, bioscoopzalen, evenementhallen, etc.), is de termijn van 90 dagen per 30 april 2021 voor aanslagjaar 2021 reeds ruimschoots vervuld.

Bovendien moet aangetoond worden dat de improductiviteit ‘onvrijwillig’ was, wat betekent dat de onderneming hiervoor niet mag gekozen hebben. Hierbij is van belang dat kan worden aangetoond dat de improductiviteit te wijten is aan redenen die onafhankelijk zijn van de wil van de onderneming. Doorgaans stelt de Vlaamse belastingdienst zich vrij streng op voor de beoordeling van deze voorwaarde. Echter is, volgens ons, in het kader van de coronacrisis, het bewijs van onvrijwillige sluiting gemakkelijk aan te tonen door de beperkende maatregelen (lockdowns of ‘paaspauze’) die bij Ministerieel Besluit werden opgelegd aan ondernemingen om hun deuren voor (on)bepaalde tijd te sluiten. Hierdoor werd aan de uitbaters hun recht ontnomen om hun gebouwen/zalen te gebruiken. Bijgevolg menen wij dat de verplichte sluiting van bepaalde sectoren een geval van overmacht uitmaakt, die onafhankelijk van de wil van de ondernemingen is geweest.

Hoe aanvragen?

Als algemeen principe, kan in het Vlaams Gewest een bezwaar worden aangetekend tegen de ontvangen aanslag in de onroerende voorheffing binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.[4]

Voor bezwaarschriften wegens improductiviteit van onroerende goederen kan deze termijn echter nooit verstrijken vóór 31 maart van het jaar volgend op het aanslagjaar. Concreet betekent dit dat een onderneming steeds de tijd heeft tot 31 maart 2022 om een bezwaarschrift in te dienen tegen de aanslag onroerende voorheffing die gevestigd is voor aanslagjaar 2021.

Retroactieve ambtshalve ontheffingen zijn niet mogelijk in Vlaanderen.

Conclusie

Ondanks het feit dat de Vlaamse belastingdienst zich nog niet formeel heeft uitgesproken over de mogelijkheid van een proportionele vermindering van onroerende voorheffing wegens de coronapandemie, menen wij dat dergelijke vermindering kan worden aangevraagd op basis van de interpretatie van de huidige regelgeving.

Indien u als onderneming geconfronteerd werd met de verplichte (volledige of gedeeltelijke) sluiting van uw activiteiten omwille van de coronamaatregelen, dient er dus te worden nagegaan of uw onderneming in aanmerking zou kunnen komen voor de proportionele vermindering van de onroerende voorheffing.

Voor ondernemingen die volledig gesloten waren en volstrekt geen activiteiten konden uitoefenen tijdens de lockdowns, zal dit doorgaans vrij duidelijk zijn. Wij denken hierbij aan onder andere concertzalen, bioscopen, toonzalen, feestzalen, casino’s, fitnesscentra, etc. Als slechts een deel van het gebouw improductief zou zijn geweest, zou men eveneens onder bepaalde voorwaarden een proportionele vermindering kunnen aanvragen.

Zoals reeds vermeld, dient dergelijke aanvraag pas tegen 31 maart 2022 ingediend te worden, maar ondernemingen kunnen alvast nagaan of zij voldoen aan de wettelijke voorwaarden en, zo ja, de bewijsstukken verzamelen om zo’n dossier voor te bereiden.

Door onze ervaring in deze specifieke materie en onze goede contacten bij de verschillende betrokken administratieve diensten, kunnen wij uw onderneming bijstaan bij de opmaak en indiening van het dossier voor de aanvraag van de proportionele vermindering wegens improductiviteit.

 

 

[1] Artikel 2.1.2.0.1 Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF)

[2] Artikel 2.1.5.0.2, §1, 3° VCF

[3] Ter info: voor gebouwen gelegen in het Waalse Gewest bedraagt deze termijn 180 dagen en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat deze mogelijkheid niet meer.

[4] Ter info: in Wallonië bedraagt de bezwaartermijn tegen de ontvangen aanslag in de onroerende voorheffing 6 maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.