Covid-19

Covid-19 - Nieuwe fiscale maatregelen in aantocht

Frederik De Graeve Frederik De Graeve

Bij de start van de Covid-19 crisis hebben de federale en regionale regeringen meteen enkele fiscale (en andere) maatregelen ingevoerd. Deze waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het helpen voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen en zelfstandigen.

Op langere termijn is het niet alleen (de nood aan) cash die kopzorgen veroorzaakt. De impact van de huidige crisis gaat veel verder en het is duidelijk dat het enkele jaren zal kunnen duren voor de aangerichte economische schade zal zijn verwerkt.

De federale regering heeft in die optiek twee interessante fiscale ondersteuningsmaatregelen in de steigers gezet: een “carry back” van fiscale verliezen en de aanleg van een “wederopbouwreserve”. Voorlopig gaat het slechts over een politiek akkoord. In afwachting van (ontwerp)wetteksten lichten we de reeds gekende algemene principes toe. Openstaande vragen en onduidelijkheden omtrent de praktische toepassing worden wellicht duidelijk op basis van de definitieve wetteksten.

“Carry back” van fiscale verliezen

Om te verhinderen dat een onderneming met een verwacht fiscaal verlies over boekjaar 2020 wordt geconfronteerd met een belastingschuld over boekjaar 2019, zal men ten belope van het verwachte fiscale verlies over 2020 uitzonderlijk een belastingvrije “Covid-19 reserve” kunnen aanleggen ten laste van het fiscaal resultaat van boekjaar 2019 (inzake vennootschappen zou het gaan om boekjaren afgesloten tussen 13 maart 2019 en 12 maart 2020). Het resultaat is (de facto) een “achterwaartse” verliescompensatie of “carry back” van fiscale verliezen. Het systeem zou toepasbaar worden voor zowel zelfstandigen / eenmanszaken (Personenbelasting) als voor vennootschappen (Vennootschapsbelasting).

De aanleg van de reserve zal gebeuren via een aparte bijlage van de fiscale aangifte die zal worden ingediend over boekjaar / inkomstenjaar 2019. De reserve zal dus niet boekhoudkundig moeten worden uitgedrukt en zal dus ook niet (in het geval van vennootschappen) in de jaarrekening moeten worden opgenomen.

De “Covid-19 reserve” zal in mindering komen van het belastbaar resultaat van boekjaar / inkomstenjaar 2019 en zal het jaar nadien worden aangewend om het fiscale verlies in boekjaar / inkomstenjaar 2020 op te vangen. Het concrete gevolg is dus dat de resultaten over 2019 en 2020 worden gecombineerd en dat de globale belastingdruk (over deze 2 jaren bekeken) daalt.

De “Covid-19 reserve” kan niet hoger liggen dan het belastbaar resultaat over 2019 (voor vennootschappen o.m. bepaald na toepassing van de DBI-aftrek) en zal zo nauw mogelijk moeten aansluiten bij het (later te bepalen) verlies van 2020. Een afwijking van maximaal 10% zou daarbij getolereerd worden en zou dus niet resulteren in een bijkomende belastingheffing. Mocht het fiscaal verlies van 2020 uiteindelijk lager blijken dan 90% van de “Covid-19 reserve” (en dus een afwijking vertonen die groter is dan de tolerantie van 10%), zal in 2020 alsnog een deel van de aangelegde reserve belast worden (tegen de tarieven van 2019 en inclusief toepassing van een strafrente).

Als gevolg van de “Covid-19 reserve” zal men dus de belastingschuld over 2019 kunnen vermijden of beperken, waarbij reeds gedane voorafbetalingen door de belastingadministratie zullen worden terugbetaald.

Hoewel we nog niet alle modaliteiten kennen, doen we hierna toch een poging om de bovenstaande principes toe te passen in een praktisch voorbeeld (onder voorbehoud):

Situatie per 31/12/2019:

Boekhoudkundige winst boekjaar 2019 950 KEUR / voorafbetalingen gedaan voor 295 KEUR

Situatie per 24/09/2020 (deadline indiening aangifte vennootschapsbelasting aanslagjaar 2020):

Belastbaar resultaat boekjaar 2019 (aanslagjaar 2020): 1,000 KEUR / verschuldigde vennootschapsbelasting 295 KEUR

Prognose lopende boekjaar 2020: fiscaal verlies van 1,000 KEUR

De vennootschap opteert om “Covid-19 reserve” aan te leggen in aangifte vennootschapsbelasting boekjaar 2019 (aanslagjaar 2020) t.b.v. 1,000 KEUR, met als gevolg:

- Belastbaar resultaat boekjaar 2019 (aanslagjaar 2020) volledig gereduceerd tot 0 EUR

- Geen vennootschapsbelasting verschuldigd

- Volledige terugbetaling van 295 KEUR gedane voorafbetalingen

Situatie per 31 december 2020 (definitief vast te stellen bij indiening aangifte vennootschapsbelasting aanslagjaar 2021):

Scenario 1: het fiscaal verlies over boekjaar 2020 bedraagt 1,000 EUR. Dit verlies wordt aangezuiverd via aanwending van de “Covid-19 reserve”. Geen verdere over te dragen fiscale verliezen.

Scenario 2: het fiscaal verlies over boekjaar 2020 bedraagt 1,200 EUR. Dit verlies wordt ten belope van 1,000 KEUR aangezuiverd via aanwending van de “Covid-19 reserve”. Saldo van 200 KEUR wordt toegevoegd aan de over te dragen fiscale verliezen.

Scenario 3: het fiscaal verlies over boekjaar 2020 bedraagt 650 KEUR. Dit verlies wordt aangezuiverd via aanwending van de “Covid-19 reserve”. Het saldo van de “Covid-19 reserve” van 350 KEUR wordt onmiddellijk belastbaar (tegen de tarieven van 2019 en met een bijkomende fiscale sanctie)

Uiteraard zijn er enkele voorwaarden verbonden aan de toepassing van deze “carry back” regeling. Vennootschappen die tussen 12 maart 2020 en de datum van indiening van hun aangifte over aanslagjaar 2021 (dus wellicht september-oktober 2021) dividenden uitkeren, eigen aandelen inkopen en / of overgaan tot kapitaalvermindering, zouden niet van de maatregel kunnen genieten. Bovendien zou er een uitsluiting van toepassing zijn voor ondernemingen die transacties doen naar “belastingparadijzen” zonder aantoonbare werkelijke economische activiteit of die een deelneming hebben in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs.

Wederopbouwreserve

Indien het eigen vermogen en de solvabiliteit van vennootschappen ten gevolge van verliezen in 2020 wordt aangetast , dan zou de opbouw van een belastingvrije “Wederopbouwreserve” gedurende de periode 2021-2023 hen toelaten hun boekhoudkundig eigen vermogen weer op het niveau van einde 2019 te brengen.

Het bedrag van die wederopbouwreserve zal maximaal gelijk zijn aan het bedrijfsverlies van 2020, met een maximum van 20.000.000 EUR.

De aanleg van de reserve zal gespreid kunnen gebeuren over de jaren 2021-2023 en zal de aard hebben van een tijdelijk belastingvrije reserve die onderworpen is aan de bekende “onaantastbaarheidsvoorwaarde”.

In tegenstelling tot de “Covid-19 reserve” zal het hier dus wel degelijk gaan over een reserve die boekhoudkundig tot uitdrukking wordt gebracht. De wederopbouwreserve zal het belastbaar resultaat verminderen in de boekjaren van aanleg.

Uiteraard zullen een aantal voorwaarden gekoppeld worden aan de blijvende belastingvrijstelling van de wederopbouwreserve. In een aantal situaties wordt de reserve onmiddellijk belastbaar, al dan niet tegen een verhoogd tarief:

  • In geval van dividenduitkering, inkoop eigen aandelen of kapitaalvermindering vanaf 12 maart 2020.
  • Voor ondernemingen die transacties doen naar “belastingparadijzen” zonder aantoonbare werkelijke economische activiteit of die een deelneming hebben in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs.
  • In geval van daling van de kosten van bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen van meer dan 15% in vergelijking met 2019. De beoordeling daarvan dienst jaarlijks te gebeuren.