Legal

De RSZ-inspecteur krijgt nieuwe bevoegdheden

Jeroen Bouwsma Jeroen Bouwsma

Terbeschikkingstelling van werknemers door een werkgever ten voordele van een gebruiker is in België in principe strikt verboden (behoudens de wettelijke uitzonderingen, zoals interimarbeid). Optreden tegen illegale terbeschikkingstelling was tot voor kort evenwel een bevoegdheid van de inspectiediensten van het Toezicht Sociale Wetten. Wanneer de inspectiediensten van de RSZ dan werden geconfronteerd met situaties waarbij gedetacheerde werknemers illegaal ter beschikking werden gesteld van een Belgische gebruiker, konden ze zelf weinig doen. Dit gebrek aan slagkracht werd inmiddels verholpen doordat aan de RSZ-inspectiediensten bijkomende bevoegdheden werden toegekend.

Het komt regelmatig voor dat de inspectiediensten van de RSZ bij een controle op een correcte toepassing van de sociale zekerheidswetgeving door een Belgische werkgever vaststellen dat een aan deze werkgever gedetacheerde werknemer illegaal ter beschikking wordt gesteld. Dit is het geval indien de detacherende werkgever (een gedeelte van) het werkgeversgezag heeft overgedragen aan de gebruiker van de gedetacheerde werknemer, zonder dat hiertoe aan de wettelijke voorwaarden is voldaan (bijvoorbeeld in het kader van interimarbeid).

Indien men vaststelt dat er inderdaad sprake is van verboden terbeschikkingstelling, zijn de gevolgen aanzienlijk:

  1. De overeenkomst waarbij een werknemer in dienst werd genomen om ter beschikking te worden gesteld van een gebruiker, is nietig.
  2. De gebruiker die arbeid laat uitvoeren door de werknemers die illegaal te zijner beschikking werden gesteld, wordt geacht verbonden te zijn met deze werknemers door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur vanaf het begin van de uitvoering van de arbeid.
  3. De gebruiker en de persoon die werknemers illegaal ter beschikking stelt van de gebruiker, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale bijdragen, lonen, vergoedingen en voordelen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst die is ontstaan tussen de gebruiker en de illegaal gedetacheerde werknemer.

Via de weg van de verboden terbeschikkingstelling trachten de sociale inspectiediensten bovendien te komen tot de vaststelling dat er door de gebruiker geen Dimona-aangifte voor de betrokken terbeschikkinggestelde werknemer werd ingediend. Een dergelijke inbreuk wordt bestraft met een sanctie van niveau 4 (hetzij een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en/of een strafrechtelijke geldboete van €4.800 tot €48.000, hetzij een administratieve geldboete van €2.400 tot €24.000).

Tot voor kort konden de RSZ-inspectiediensten hiertegen niet optreden, aangezien dit enkel de bevoegdheid was van de inspectiediensten van het Toezicht Sociale Wetten (in de volksmond ook wel de arbeidsinspectie genoemd). De RSZ-inspecteur diende in het geval van vermoedelijke illegale terbeschikkingstelling dan ook zijn collega’s van de arbeidsinspectie te verzoeken om zelf op te treden om de controle uit te voeren en, in voorkomend geval, de inbreuken vast te stellen. Dit bleek evenwel omslachtig en inefficiënt.

De Belgische overheid heeft dan ook beslist om de bevoegdheden van de RSZ-inspectie uit te breiden. Sedert 21 september 2019[1] zijn de inspectiediensten van de RSZ belast om toezicht te houden en te controleren op de illegale terbeschikkingstelling van gedetacheerde werknemers aan Belgische gebruikers in het kader van een grensoverschrijdende tewerkstelling en om, in voorkomend geval, deze inbreuk vast te stellen met het oog op het toepassen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor sociale schulden in België.

 

[1] Koninklijk besluit van 17 augustus 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 december 1987 tot aanwijzing van de ambtenaren belast met het toezicht op de uitvoering van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers en van de uitvoeringsbesluiten ervan en met het verlenen van de machtigingen bedoeld in deze wet.