Tax

Is uw onderneming al Brexit-proof?

Koenraad De Bie Koenraad De Bie

Veel ondernemers botsen tegen de vraag wat de Brexit voor hun bedrijf kan betekenen. Inmiddels tikt de klok echter onverbiddelijk verder en veel tijd is er niet meer tot 29 maart 2019. Op deze datum wordt de Brexit officieel en zijn er maar twee scenario’s mogelijk: ofwel is er een ‘deal’, ofwel is er ‘no deal’.

  • Als de EU niet tot een akkoord komt met de UK (‘no-deal scenario’), dan zullen ze verder handelen onder de normale voorwaarden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). In dat geval is de UK evenwel geen lid meer van de interne markt en de douane-unie, met alle gevolgen van dien, onder meer voor douanetarieven en -controles. Voor diensten valt men dan terug op de General Agreement on Trade in Services (GATS).
  • Enkel indien een volledig akkoord wordt bereikt / goedgekeurd inzake de nieuwe samenwerking en de uittreding uit de interne markt en douane-unie (‘deal-scenario’), volgt er na 29 maart 2019 een overgangsperiode waarvan de vervaldag momenteel is voorzien op 31 december 2020. In die periode blijft alles nog zoveel als mogelijk bij het oude.

Nu de eerste onderhandelingsdeadline is verstreken (EU-top van 18 oktober 2018), lijken de onderhandelingen alvast in een impasse te zitten en is een no-deal scenario meer en meer realistisch.

En nu?

Ondanks de huidige onzekerheid moeten ondernemingen zich als een ‘goed huisvader’ gedragen en zich zo goed als mogelijk voorbereiden op de voorziene afscheiding, en dit ongeacht de onduidelijkheden die er op heden bestaan met betrekking tot de mogelijks nieuwe nog af te sluiten handelsakkoorden tussen de UK en de EU.

Bij een ‘Hard Brexit’ (no-deal scenario) zal het vrij verkeer van ‘goederen’, ‘kapitaal’, ‘diensten’ en ‘personen’ (de fundamentele vrijheden), dat het fundament van de ééngemaakte markt uitmaakte, in ieder geval niet langer gerespecteerd worden door de UK. Uiteraard zullen dan de uitspraken van het Europese Hof van Justitie, de bewaker van deze fundamentele vrijheden, ook niet langer nageleefd worden.

Daardoor zal een belangrijke disruptie ontstaan van het normale handelsverkeer met de EU. De bestaande ‘handelswijze’ zoals die sinds de toetreding van de UK in de EU in lijn was met bestaande Europese richtlijnen en regelgevingen, zal haar uitwerking verliezen. Hierdoor kunnen opnieuw oude handelsbeperkingen zoals bijvoorbeeld verboden staatssteun, invoerbeperkende maatregelen, etc. de kop opsteken.

Mogelijke gevolgen

  • Voor financiële dienstverleners zal de toegang tot de Europese markt niet langer mogelijk zijn bij een gebrek aan een ‘European Passport’. In dit kader zullen onder meer managers / beheerders van Europese fondsen (UCITS, AIF…) hun zetels van de UK naar de EU moeten verhuizen, enz.
  • UK-bedrijven zullen niet langer kunnen genieten van de Europese wetenschappelijke onderzoeksubsidies.
  • De UK zal niet langer deel kunnen uitmaken van EU-instellingen.
  • EU- en UK-burgers zullen terug onderworpen zijn aan grenscontroles, ze zullen moeten beschikken over visa en werkvergunningen en hun diploma’s zullen niet automatisch gehomologeerd kunnen worden.
  • De activiteiten van de regelgevers in de UK en de EU en de door hen uitgevaardigde regelgevingen zullen niet langer automatisch worden aanvaard.
  • Technisch uitgewerkte standaarden en werkwijzen zullen niet langer automatisch in lijn zijn met EU- / UK-voorschriften.

Naast bovenstaande niet-fiscale gevolgen moet men ook stilstaan bij de mogelijke gevolgen van de Brexit voor de in België (en UK) gevestigde bedrijven op het vlak van indirecte belastingen (btw en douane), maar ook op het vlak van vennootschapsbelasting.

Mogelijke impact inzake vennootschapsbelasting

Het einde van de ééngemaakte economische markt en het niet meer moeten respecteren van Europese richtlijnen en regelgeving zoals we die onder meer inzake inkomstenbelasting kennen bij de Fusierichtlijn, de Moeder-Dochter-Richtlijn en de Interest-Royalty-Richtlijn, zullen ertoe leiden dat gestelde handelingen tussen Belgische en Britse ondernemingen vóór en na Brexit verschillende fiscale behandelingen zullen ondergaan.

Daarenboven zullen transacties die binnen of buiten de Europese Unie plaatsvinden onder andere regelgevingen komen te vallen en bijgevolg anders behandeld moeten worden.

Daarnaast is het niet uitgesloten dat de UK haar vennootschapsbelastingtarief aanzienlijk zal laten dalen om economische activiteiten te behouden of aan te trekken, waardoor een aantal ‘anti-ontwijkingsbepalingen’ van de Belgische vennootschapsbelasting in werking kunnen treden.

Zo onderscheiden we voornamelijk drie categorieën van handelingen die de nodige aandacht verdienen inzake vennootschapsbelasting, in een “Post-Brexit-scenario”, met name:

  • de grensoverschrijdende herstructureringen: fusies, splitsingen, inbrengen, zetelverplaatsingen…
  • de grensoverschrijdende toegewezen kosten, zoals intresten, royalties, premies voor extralegale verzekeringen… Hierbij komt niet enkel de fiscale aftrek bij de Belgische schuldenaar in vraag maar ook een eventuele toepassing van Belgische roerende voorheffing
  • de grensoverschrijdende toegewezen inkomsten: dividenden, verleende abnormale voordelen…

Bij deze analyse dienen we ons niet enkel te beperken tot de regels van de Belgische vennootschapsbelasting maar kunnen onder specifieke omstandigheden ook bepaalde Europese vrijheden toegepast blijven (ongeacht enige overeenkomst tussen de EU en de UK). Daarenboven zal het bestaande bilaterale verdrag ter vermijding van dubbele belasting met de UK eveneens aan belang winnen.

Mogelijke impact inzake indirecte belastingen

  • De uittreding uit de ééngemaakte Europese markt en uit de EU douane-unie zal uiteraard zorgen voor de nodige vertragingen en zal bijkomende kosten doen ontstaan in het handelsverkeer. Ondernemingen dienen dan ook nauwgezet de impact op hun “supply chain” en administratieve systemen na te gaan en indien nodig hun business te heroriënteren om ongewenste bijkomende werkingskosten te vermijden.
  • In dit kader zullen Belgische / Britse ondernemingen rekening moeten houden met onder meer:
  • de heffing van mogelijk hogere WTO-invoertarieven en btw op invoeren
  • (tijdige) registratie van de nodige ‘EORI”-nummers’ en het verkrijgen van de nodige ‘douane en accijns’-vergunningen teneinde de invoeren en uitvoeren vanuit de EU te kunnen verrichten
  • aanvragen van oorsprongscertificaten en andere certificaten, de al dan niet toepassing van preferentiële en niet-preferentiële tarieven, de invoering van handelsbelemmerende maatregelen, zoals antidumpingmaatregelen, antisubsidiemaatregelen, compenserende heffingen, etc.
  • de aankoop en implementatie van de nodige gespecialiseerde douane-software indien men als onderneming zelf wil instaan voor de uitvoering van de formaliteiten inzake in- en uitvoer
  • tijdige contractuele negotiaties met douaneagentschappen en logistieke providers, indien men hierop een beroep wilt doen voor de uitvoering van de nodige douaneformaliteiten. Rekening houdend met het feit dat dergelijke kantoren in het kader van de Brexit overbevraagd zullen worden (sterke toename van het aantal transacties, het al dan niet tijdig beschikbaar hebben van de nodige middelen zoals IT en warehouses, alsook het niet onmiddellijk beschikbaar hebben van gekwalificeerd ‘human capital’), dreigen deze onderhandelingen een tijdrovende en een kostprijsverhogende invloed te hebben op nieuwe en bestaande contracten
  • tijdige aanvraag van de nodige btw-nummers en opzetten van bijkomende btw-rapporteringen. Inzake de bestaande btw-nummers: de nodige omvormingen verrichten van directe EU btw-nummers naar btw-nummers met een fiscaal vertegenwoordiger (want verplicht voor ‘niet-EU-ondernemingen’)
  • de nodige btw-vergunning aanvragen om btw bij invoeren te kunnen verleggen
  • verval van btw-vereenvoudigingsmaatregelen voor ‘maakloonwerk’, ‘driehoeksverkeer’, ‘consignatiezendingen’, etc.
  • mogelijke nieuwe afwijkende UK btw-regelgeving en -verplichtingen
  • ERP-aanpassingen met betrekking tot profielen van klanten en leveranciers, tax codes, etc.
  • analyse en aanpassing van de opgezette ERP-logica
  • heronderhandelen van bestaande leveranciers- en klantencontracten om bijkomende kosten van het handelsverkeer te vermijden
  • etc.

Hoe kunnen wij u helpen binnen een wijzigende Brexit-omgeving?

Een tijdige identificatie van mogelijke pijnpunten en een tijdige detectie van nieuwe opportuniteiten is essentieel om te komen tot een goed georganiseerde heroriëntatie van middelen en mensen binnen de onderneming naar aanleiding van de Brexit. Een goed gestructureerde ‘business change’ vindt evenwel niet op één dag plaats. Bovendien moet men rekening houden met de huidige onzekerheid: welk scenario zal zich voordoen op 29 maart 2019? Maar wat u wel reeds kan doen, is samen met uw gespecialiseerde Grant Thornton-adviseurs de verschillende mogelijke fiscale gevolgen voor uw onderneming identificeren. Wij maken graag samen met u de zogenaamde ‘impactanalyse’.

Meer informatie vindt u ook op onze Brexit-website: www.grantthornton.co.uk/brexit