Vennootschappen hebben soms de mogelijkheid om een deel van hun resultaat vrij te stellen door de aanleg van een vrijgestelde reserve. Deze reserves zijn echter slechts vrijgesteld zolang de zogenaamde ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’ is voldaan. De reserve moet op een afzonderlijke passiefrekening van de balans worden uitgedrukt en daar behouden blijven. Van zodra deze voorwaarde niet (meer) voldaan is, wordt de vrijgestelde reserve onmiddellijk belastbaar.

Gunsttarief

Om vennootschappen aan te zetten deze reserves toch (vervroegd) te ‘mobiliseren’, kan u bepaalde vrijgestelde reserves in aanslagjaar 2021 (voor boekjaren beginnend ten vroegste op 1 januari 2020) en 2022 omvormen tot belaste reserves aan een verlaagd tarief van 15% of 10% (mits de nodige investeringen worden gedaan). Deze afzonderlijke belasting zal wel effectief verschuldigd zijn. Eventuele verliezen, aftrekken, enz. kunnen niet worden afgetrokken.

Welke reserves?

Deze regeling is van toepassing op onder meer bepaalde reserves aangelegd vóór 1990, investeringsreserves en de 20% bijkomende kostenaftrek voor (bijvoorbeeld) elektrische wagens, fietsen en beveiligingskosten.

Deze regeling geldt niet voor onder meer herwaarderingsmeerwaarden, tax shelter, gespreid te belasten meerwaarden, enz.

Zinvol?

Omwille van de onaantastbaarheidsvoorwaarde zijn vrijgestelde reserves steeds slechts tijdelijk vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Deze reserves kunnen dus niet worden uitgekeerd als dividend en uiterlijk bij de liquidatie van de vennootschap worden ze alsnog belast aan de normale tarieven. In die optiek raden wij aan om na te gaan welke vrijgestelde reserves ooit werden aangelegd en te overwegen of het in de concrete omstandigheden zinvol is om deze reserve nu reeds te laten belasten aan een gunsttarief.