GrowthBlog

Onregelmatige factuur verhindert btw-aftrek niet (noodzakelijk)

Lode Agache Lode Agache

In een nieuwe Circulaire nr. 2017/C/64 van 12 oktober 2017 wordt toelichting verschaft bij de recente rechtspraak van het Europese Hof van Justitie met betrekking tot de voorwaarden waaronder een belastingplichtige zijn recht op aftrek van de btw kan uitoefenen, en meer bepaald de rol van de (on)regelmatige factuur. Volgens deze Europese rechtspraak moet het recht op aftrek worden toegestaan indien aan de materiële voorwaarde voor het recht op aftrek voldaan is, zelfs indien de formele voorwaarde niet wordt nageleefd. Een onregelmatige factuur zal bijgevolg niet noodzakelijkerwijze aanleiding geven tot een verwerping van het recht op aftrek.

Materiële en formele voorwaarde voor aftrek van btw

Om het recht op aftrek te mogen uitoefenen,diende traditioneel te worden voldaan aan een 'materiële' en een 'formele' voorwaarde. Naast het gegeven dat de belastingplichtige moest kunnen aantonen dat de aan hem geleverde goederen en verleende diensten worden gebruikt voor het verrichten van de handelingen die recht op aftrek verlenen (zogenaamde bestemmingsbeginsel), diende hij eveneens in het bezit te zijn van een regelmatige factuur waarop alle verplichte vermeldingen voorkomen ('formele voorwaarde').
Wanneer de factuur niet regelmatig was of onvolledig ten aanzien van de verplichte factuurvermeldingen, weigerde de administratie in principe de aftrek van btw.

Hof van Justitie zegt: "Substance over form"

In enkele recente arresten had het Europese Hof van Justitie evenwel bevestigd dat het neutraliteitsbeginsel inzake btw vereist dat aftrek van de voorbelasting wordt toegestaan indien de 'materiële voorwaarden' daartoe vervuld zijn, ook wanneer een belastingplichtige niet voldoet aan alle 'formele vereisten', zoals de verplichte factuurvermeldingen (H.v.J., Arrest Senatex GmbH, zaak C-518/14 van 15.09.2016; H.v.J., Arrest Barlis, zaak C-516/14 van 15.09.2016; H.v.J., Arrest Trawertyn, zaak C-280/10 van 01.03.2012). Deze rechtspraak bevestigde aldus het 'substance over form'-principe bij de uitoefening van het recht op aftrek.

Circulaire past Belgische standpunt aan

In navolging van de aangehaalde Europese arresten, erkent de nieuwe Circulaire nu dat in bepaalde omstandigheden het recht op aftrek dat werd uitgeoefend op grond van een onregelmatige factuur niet noodzakelijkerwijze aanleiding mag geven tot een verwerping van het recht op aftrek. Er kunnen immers omstandigheden bestaan waarin de gegevens geldig kunnen worden vastgesteld aan de hand van andere middelen dan de factuur. De administratie mag zich er dus niet toe beperken de factuur zelf te onderzoeken, maar zij moet ook rekening houden met aanvullende informatie die de belastingplichtige verstrekt. Daardoor wordt aldus het belang van de bewijswaarde van een regelmatige factuur genuanceerd.

De Circulaire bepaalt dat wanneer de door de belastingplichtige voorgelegde factuur niet regelmatig of onvolledig zou zijn, de administratie dan in het concrete geval het recht op aftrek zal beoordelen:

• op basis van een 'gecorrigeerde' factuur en/of
• in combinatie met 'aanvullende bewijskrachtige stukken' die ondubbelzinnig betrekking hebben op de factuur, zoals bijvoorbeeld contracten, bestelbonnen, offertes, correspondentie, enz. die door de belastingplichtige worden voorgelegd (mits bewijs van de materiële voorwaarde en de afwezigheid van fraude of misbruik).

De betreffende gecorrigeerde facturen en/of aanvullende bewijskrachtige stukken moeten evenwel tijdig aan de administratie worden voorgelegd, d.w.z. vóór de beëindiging van de belastingcontrole. Dit zou in bepaalde gevallen misschien wel eens heel krap kunnen zijn...