GrowthBlog

Klaar voor de nieuwe wet op de gegevensbescherming?

Het Europees Parlement heeft recent de 'General Data Protection Regulation' (GDPR) ofwel de 'Algemene Verordening Gegevensbescherming' (AVG) goedgekeurd. De verordening zal de bestaande privacyregelgeving harmoniseren en de huidige Privacyrichtlijn 95/46/EG, die sinds 1995 van kracht is, vervangen. Gezien de GDPR – anders dan de Privacyrichtlijn – rechtstreeks van toepassing wordt in alle EU-lidstaten, geldt er voortaan nog maar één wet bescherming persoonsgegevens in de hele Europese Unie. De GDPR zal vanaf 25 mei 2018 van toepassing zijn. In de aanloop naar deze datum zal het voor organisaties en toezichthouders nodig zijn om zich goed voor te bereiden. De GDPR brengt namelijk heel wat belangrijke nieuwe verplichtingen met zich mee, zodat het voor ondernemingen aangeraden is om nu al actie te ondernemen. De sancties op het niet-respecteren zijn immers aanzienlijk: de toezichthoudende autoriteiten kunnen geldboetes opleggen tot 20 miljoen euro of 4 procent van de jaarlijkse wereldwijde omzet van een onderneming.

Toepassingsgebied

De GDPR is van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens. Een verwerking kan worden gedefinieerd als "een (geheel van) bewerking(en) m.b.t. persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedures, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken, etc. van gegevens". Persoonsgegevens zijn "alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon". Een limitatieve lijst van gegevens die wel of niet kwalificeren als persoonsgegevens bestaat niet, gezien deze kwalificatie steeds afhankelijk is van de situatie.

Het geografisch toepassingsgebied is verruimd: de verordening is niet enkel van toepassing op in Europa gevestigde ondernemingen. Ook buiten de EU gevestigde ondernemingen die goederen of diensten aanbieden op de Europese markt en/of die het gedrag van Europese burgers observeren ('profiling'), zullen aan de nieuwe regels moeten voldoen.

Belangrijkste actoren

De belangrijkste actoren in de GDPR zijn de betrokkene, de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker. De betrokkene is de (natuurlijk) persoon wiens persoonsgegevens worden verwerkt. Deze krijgt in de GDPR heel wat meer rechten toebedeeld. De verwerkingsverantwoordelijke is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het doel en de middelen bepaalt van de verwerking. De verwerker is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die ten behoeve van de verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens verwerkt.

Data protection 'by design' en 'by default'

Een van de grootste nieuwigheden in de GDPR is de introductie van een verplichting tot gegevens-bescherming door ontwerp ('by design') en als standaardinstelling ('by default'). Data protection by design houdt in dat men, reeds bij het ontwerpen van nieuwe verwerkingen, de bescherming van persoonsgegevens in acht moet nemen. De verplichting tot data protection by default impliceert dat de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat, per specifiek verwerkingsdoel, in beginsel alleen die persoonsgegevens worden verwerkt die noodzakelijk zijn voor dat doel. Bijvoorbeeld: indien het voor een bepaald verwerkingsdoel irrelevant is de leeftijd of de geboorteplaats van een persoon te weten, dan zal men er zich van dienen te onthouden deze gegevens bij de betrokkene op te vragen.

Aanstelling data protection officer

Een andere nieuwigheid is dat ondernemingen in bepaalde gevallen een functionaris voor gegevensbescherming of data protection officer (DPO) zullen moeten aanstellen. De DPO is een onafhankelijk adviseur die erop dient toe te zien dat het beleid van de onderneming in overeenstemming is met de verordening. De DPO kan zowel een werknemer als een externe partij zijn. Men doet er als onderneming alvast goed aan om na te gaan of men in de (nabije) toekomst een DPO moet aanstellen.

Striktere toestemming

De verwerkingsverantwoordelijke moet de toelaatbaarheidsgronden bepalen waarop de verwerking van de persoonsgegevens rusten (toestemming, contractueel, wettelijke verplichting, vitaal of algemeen belang en gerechtvaardigd belang). Indien toestemming de grondslag is, dan moet de verwerkingsverantwoordelijke kunnen aantonen dat de betrokkene toestemming heeft gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens. Deze toestemming moet door middel van een duidelijke, actieve handeling worden gegeven. Het gebruik van een reeds aangekruist vakje volstaat dus niet. Indien de verwerking meerdere doeleinden heeft, moet voor elk daarvan toestemming worden verleend. De betrokkene heeft tevens het recht zijn toestemming te allen tijde in te trekken.

Data Protection Impact Assessment

Indien men van plan is persoonsgegevens te verwerken en dit een groot risico zou kunnen opleveren voor de betrokkenen, dient men vóór de verwerking een data protection impact assessment (DPIA) uit te voeren. Een risico kan zich voordoen bij een grootschalige verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens (zoals bijvoorbeeld ras en etnische afkomst) of van gegevens die betrekking hebben op strafrechtelijke veroordelingen. De Europese toezichthouders, waarvan de Belgische Privacycommissie deel uitmaakt, zullen een lijst opstellen van alle soorten verwerkingen waarbij men verplicht is een DPIA uit te voeren.

Voorafgaande raadpleging

Wanneer uit de DPIA zou blijken dat de verwerking een hoog risico zou opleveren voor de betrokkenen en de verwerkingsverantwoordelijke geen maatregelen neemt om het risico te beperken, dient hij, voorafgaand aan de verwerking, de toezichthoudende autoriteit (in België is dit de Privacycommissie) te raadplegen. Deze zal dan binnen een termijn van 8 weken schriftelijk advies verstrekken.

Meldplicht inbreuk

Indien een inbreuk op de persoonsgegevens heeft plaatsgevonden, dient de verwerkingsverantwoordelijke deze binnen de 72 uur aan de bevoegde toezichthoudende overheid (in België is dit de Privacycommissie ) te melden, tenzij het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen. Daarnaast moet de verwerkingsverantwoordelijke de inbreuk ook melden aan de betrokkene wanneer de inbreuk waarschijnlijk een hoog risico inhoudt.

Documentatieplicht ter vervanging van de aangifteplicht

De huidige verplichting om alle geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde gegevensverwerkingen aan te geven bij de Privacycommissie zal geschrapt worden. Vanaf het moment waarop de GDPR van toepassing wordt (25 mei 2018), zullen de meeste ondernemingen een geschreven of elektronisch register moeten bijhouden van alle verwerkingsactiviteiten die onder hun verantwoordelijkheid gebeuren (het zgn. 'register van de verwerkingsactiviteiten').

Rechten voor betrokkene

Ook voor de betrokkenen komen er een heel aantal nieuwe rechten m.b.t. hun persoonsgegevens bij. Zo krijgen zij in de eerste plaats een recht van inzage in de persoonsgegevens die verwerkt worden en in de verwerkings-doeleinden, de betrokken categorieën van persoonsgegevens, etc. Daarnaast krijgt de betrokkene het recht om onjuiste persoonsgegevens te laten verbeteren en om onvolledige persoonsgegevens te laten vervolledigen. Ook heeft de betrokkene het recht om zijn persoonsgegevens te laten verwijderen (het zgn. 'recht om vergeten te worden'). Dit recht stelt de betrokkene in staat om persoonsgegevens te laten verwijderen wanneer er geen legitieme reden meer is om deze te bewaren. De betrokkene heeft in bepaalde gevallen eveneens het recht om de verwerking van zijn gegevens te beperken. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de betrokkene de juistheid van zijn persoonsgegevens betwist. Verder zullen de betrokkenen eveneens onder bepaalde voorwaarden het recht hebben om hun persoonsgegevens in een standaardformaat te ontvangen van de verwerkingsverantwoordelijke. Zo kunnen ze hun gegevens makkelijk overdragen aan een andere leverancier van dezelfde soort dienst ('data portability'). De betrokkene heeft daarnaast te allen tijde het recht om bezwaar te maken tegen de verwerking van zijn of haar persoonsgegevens. Tot slot heeft iedere betrokkene het recht om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid (in België is dit de Privacycommissie) wanneer hij/zij meent dat er bij de verwerking van zijn/haar persoonsgegevens een inbreuk gemaakt wordt op de GDPR.

Conclusie

Gezien de GDPR heel wat nieuwe verplichtingen voor organisaties met zich meebrengt, verdient het de aanbeveling alvast te onderzoeken welke persoonsgegevens er binnen de onderneming worden verwerkt, waar deze vandaan komen en met wie bepaalde gegevens worden gedeeld. Hierbij dient men ook te bepalen op welke rechtsgrond men zich beroept voor elke concrete verwerking. 

Wenst u meer informatie over de impact die de GDPR op uw onderneming heeft? Aarzel dan niet onze experten te contacteren via info.gdpr@be.gt.com.

GDPR - The journey we take together.