Private Client Services

Een kijk op ons nieuw erfrecht: wat verandert er concreet?

Ons erfrecht dateert nog uit de tijd van Napoleon. Sindsdien evolueerde onze samenleving grondig, maar niet ons erfrecht. Eensgezindheid over de nood aan een hervorming bestond er allang.

Na jaren onderhandelen zal nu een nieuwe wet midden of eind augustus 2017 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden. Het merendeel van de regels van het nieuwe erfrecht, behalve de overgangsregels die onmiddellijk hun toepassing zullen kennen, treden pas één jaar na publicatie, d.w.z. na de zomer 2018 in werking. Wie wenst dat de oude regels van kracht blijven op reeds gedane schenkingen of andere planningstechnieken, moet hiervoor een verklaring afleggen bij de notaris (door middel van een authentieke akte, gevolgd door registratie). Voor de hele vermogensplanning moet u kiezen tussen het oude of het nieuwe erfrecht. Een combinatie is niet mogelijk.

Wat verandert er juist?

1. De erfrechtelijke reserve wordt beperkt

In ons huidig erfrecht zijn de kinderen, de ouders en de langstlevende echtgenoot reservataire erfgenamen. Bij wet is voorzien dat de kinderen minstens een voorbehouden deel ontvangen van de nalatenschap (te verhogen met reeds bij leven verrichte schenkingen = “fictieve massa”). Zo is dat op vandaag : 1/2de bij 1 kind, 2/3de bij 2 kinderen en 3/4de bij 3 kinderen of meer.

Het nieuwe erfrecht wijzigt dit en bepaalt dat u de helft van uw vermogen vrij kan nalaten aan wie u wilt, ongeacht hoeveel kinderen u heeft. De reserve van de kinderen, steeds de helft, wordt dan in gelijke delen verdeeld over al uw kinderen. Hierdoor krijgt u een grote beschikkingsvrijheid over uw nalatenschap.

Indien u kinderloos komt te overlijden, beschikken uw (groot)ouders vandaag ook over een reservatair erfdeel van elk 1/4de. Deze reservataire aanspraak wordt geschrapt in ons nieuw erfrecht. Maar als de (groot)ouders behoeftig zijn, kunnen zij die nalatenschap wel aanspreken. Hun reserve wordt namelijk vervangen door een onderhoudsplicht ter waarde van maximaal een kwart van de nalatenschap.

2. Voortzetting van het vruchtgebruik door de langstlevende echtgenoot en omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende stiefouder

- Voorzetting van het voorbehouden vruchtgebruik

Het nieuwe erfrecht voorziet dat de langstlevende echtgenoot een “nieuw of voortgezet” vruchtgebruik ontvangt op de goederen die de overleden echtgenoot heeft geschonken met voorbehoud van vruchtgebruik. Op grond van de huidige wetgeving kon dit enkel wanneer dit expliciet was voorzien als (een last) in de schenkingsakte.

- Omzetting erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende stiefouder

In nieuw samengestelde gezinnen is het vruchtgebruik (of toch minstens de helft) dat de langstlevende stiefouder op de nalatenschap erft, samen met de niet-gemeenschappelijke kinderen (die vaak de blote eigendom erven) vaak een oorzaak van conflicten. Ter vermijding van deze conflicten, kan de omzetting worden gevraagd aan de rechter. Deze procedure wordt soepeler door de invoering van een vereenvoudigde en niet – gerechtelijke procedure. Bovendien kan de omzetting niet worden geweigerd. De langstlevende echtgenoot behoudt wel het vetorecht wat betreft de gezinswoning en de huisraad.

3. Versoepeling van het verbod op het sluiten van overeenkomsten over niet-opengevallen nalatenschappen

Tot op vandaag is het in het algemeen niet toegestaan om een overeenkomst over uw erfenis te sluiten. Het nieuwe erfrecht zal dat verbod versoepelen. U kan dan met uw kinderen afspraken vastleggen over uw volledige nalatenschap. De globale erfovereenkomst, die bij notariële akte moet worden opgemaakt, moet alle goederen van de nalatenschap van u en / of uw echtgenote omvatten. Deze overeenkomst is enkel mogelijk indien alle vermoedelijke erfgenamen in de rechte nederdalende lijn ( kinderen, kleinkinderen bij plaatsvervulling, …) erbij betrokken worden en de overeenkomst ondertekenen. Daarnaast wordt voorzien in bijkomende punctuele erfovereenkomsten : zo bijvoorbeeld zullen reservataire erfgenamen in een authentieke akte kunnen verklaren dat ze geen inkorting (= teruggave van hetgeen geschonken is omdat de reserve is aangetast) zullen eisen van een welbepaalde schenking aan een broer of zus. De bedoeling is dat dit de ouders gemoedsrust brengt en conflicten tussen de kinderen na het overlijden worden vermeden.

4. Wijziging van de regels met betrekking tot de inbreng van giften

- Wettelijk vermoeden

Indien één van uw kinderen schenkt wordt vermoed dat u niet wilt bevoordelen en dat de schenking als voorschot op de erfenis te beschouwen is. Als u schenkt aan andere erfgenamen is dit omgekeerd. Hier wordt vermoed dat u wilde bevoordelen, dus dat de schenking gebeurde met vrijstelling van inbreng in de nalatenschap. Indien u hiervan wil afwijken moet dit expliciet worden vermeld.

- Inbreng van giften in waarde

Tijdens uw leven bent u vrij om te schenken, maar op het ogenblik van uw overlijden wordt een fictieve massa van uw vermogen samengesteld om na te gaan of de reserve van de erfgenamen niet werd aangetast (cf. hoger).

In ons huidig erfrecht wordt bij deze “inbreng” van de reeds verrichte schenkingen de waarde van roerende en onroerende goederen op een verschillend moment gewaardeerd. De waarde van roerende goederen wordt bepaald op het moment van de schenking. De waarde van onroerende goederen wordt bepaald op het moment dat de nalatenschap openvalt. Dat kan leiden tot ongewenste effecten als de waarde van de roerende en onroerende goederen intussen gewijzigd is.

Voorbeeld als voorschot op hun erfdeel schenkt een ouder:

  • zijn dochter een onroerend goed ter waarde van 100.000 euro
  • zijn zoon een aandelenportefeuille met dezelfde waarde.
    Bij het overlijden van die ouder zijn zowel het onroerend goed als de effectenportefeuille elk 150.000 euro waard.
    Overeenkomstig ons huidig erfrecht is de waarde die in aanmerking wordt genomen voor de inbreng van de schenking verschillend:
  • voor de effectenportefeuille geldt de waarde op de dag van de schenking, dus 100.000 euro
  • voor het gebouw geldt de waarde op de dag van overlijden, dus 150.000 euro.
    De dochter zou dus 25.000 euro aan haar broer moeten betalen, opdat ze een gelijk vermogen zouden verkregen hebben.

Om dit te vermijden zal volgens het nieuwe erfrecht de waardering gebeuren op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot de dag van het overlijden van de schenker. Deze regeling geldt ook voor de waardering van schenkingen met oog op de inkorting (zie infra).

5. Reserve en inkorting in waarde

Indien een door de erflater gedane schenking tot gevolg heeft dat de reserve (van bijvoorbeeld de kinderen) is aangetast, kunnen reservataire erfgenamen een vordering tot inkorting instellen. Volgens ons huidig erfrecht vindt in principe de inkorting plaats in natura. Dit betekent dat de begiftigde bij het overlijden van de schenker het geschonken goed (deels) dient af te staan hetgeen voor problemen kan zorgen in de praktijk omdat het geschonken goed er bijvoorbeeld niet meer is. In het nieuw erfrecht zal een inkorting in waarde voorzien zijn : de begiftigde die te veel heeft gekregen, betaalt een vergoeding ten voordele van de reservataire erfgenamen. De inkorting kan wel nog in natura geschieden indien de begiftigde hier zelf voor zou opteren.

6. Conclusie

Gezien de hervorming van het erfrecht, doet u er goed aan om uw vermogensplanning te herbekijken. Eventueel dringen bepaalde aanpassingen zich op in overeenstemming met de wetswijziging. Zoals reeds gezegd, moet een notariële verklaring afgelegd worden indien u wenst dat de oude rechtsregels inzake erfrecht van toepassing blijven. Indien u dit niet doet, valt uw nalatenschap onder de toepassing van het nieuw erfrecht.

Het nieuw erfrecht biedt ook verschillende mogelijkheden om reeds voorafgaand de verdeling van uw nalatenschap te regelen door middel van bijvoorbeeld het afsluiten van een globale erfovereenkomst.

Wij raden u aan contact op te nemen met één van onze experten van het Private Client Services team via info.pcs@be.gt.com.