Aanslag- en controletermijnen worden aangepast:
|
Voor 1 januari 2026 |
Vanaf 1 januari 2026 |
|
|
Tijdig ingediende aangifte |
3 jaar |
3 jaar |
|
Niet of niet tijdig ingediende aangifte |
4 jaar |
3 jaar |
|
Semi-complexe aangiften |
6 jaar |
4 jaar |
|
Complexe aangiften |
10 jaar |
4 jaar |
|
Fraude |
10 jaar |
7 jaar |
De inkorting van de fiscale onderzoeks- en aanslagtermijnen en de onderzoekstermijn van 7 jaar in geval van fraude krijgt retroactief gevolg vanaf aanslagjaar 2023 via de wet houdende diverse bepalingen van 18 december 2025 (categorie 1).
Gelet op de hierboven vermelde afschaffing van de tienjarige fraudetermijn en de vervanging ervan door een termijn van zeven jaar, wordt ook de bewaartermijn voor de inkomstenbelastingen aangepast.
Het gaat om de periode waarin de boeken en bescheiden “aan de hand waarvan het bedrag van de belastbare inkomsten kan worden vastgesteld” ter beschikking van de Administratie moeten worden gehouden. Tot op heden moesten deze stukken worden bewaard “tot het verstrijken van het tiende jaar of boekjaar volgend op het belastbaar tijdperk”. Deze termijn wordt nu teruggebracht tot zeven jaar (categorie 1) via de wet van 18 december 2025 en is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2023.
Bij een fiscale correctie met toepassing van een belastingverhoging van 10% is het niet mogelijk om vorige verliezen en andere overgedragen aftrekposten te verrekenen noch het verlies enz. van het belastbaar tijdperk. M.a.w. dergelijke fiscale correcties geven aanleiding tot een effectieve taxatie (minimum belastbare basis).
Voor aanslagen ingekohierd vanaf 29 juli 2025 (categorie 1) is het fiscale boetebeleid aangepast zodat bij een eerste overtreding te goeder trouw niet meer automatisch een belastingverhoging van 10% wordt opgelegd. Deze wijziging sluit aan met een standpunt van het Grondwettelijk Hof van 21 november 2024.
Behoudens tegenbewijs wordt deze goede trouw vermoed aanwezig te zijn, tenzij de aanslag werd gevestigd volgens de procedure van aanslag van ambtswege. De maatregel treedt in werking via de programmawet van 18 juli 2025.
In de recente rechtspraak (hof van beroep van Gent 18 november 2025) geldt deze nieuwe regeling niet enkel voor de toekomst, maar ook voor het verleden. Ze hanteren het principe dat de milderde strafwet altijd terugwerkende kracht heeft.
Door de programmawet van 18 juli 2025 (categorie 1) kunnen vanaf 29 juli 2025 belastingplichtigen hun federale fiscale situatie regulariseren via het Contactpunt Regularisaties van de Federale Overheidsdienst Financiën. Deze procedure biedt zowel fiscale als strafrechtelijke immuniteit.
De regeling geldt niet alleen voor natuurlijke personen, maar ook voor:
- vennootschappen die niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting ;
- rechtspersonen die onder de rechtspersonenbelasting vallen ;
- burgerlijke vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid.
De geregulariseerde bedragen worden belast tegen het normale tarief dat gold in het belastbaar tijdperk waarin ze werden verkregen, verhoogd met 30 procentpunten (of 45% op verjaarde kapitalen).
Voor btw-handelingen geldt hetzelfde principe: het toepasselijke btw-tarief op het moment van de handeling, eveneens verhoogd met 30 procentpunten, behalve wanneer deze handelingen al als beroepsinkomsten worden geregulariseerd.
Belastingparadijzen
Bepaalde betalingen aan belastingparadijzen dienen vandaag al vermeld te worden in een bijlage bij de aangifte vennootschapsbelasting.
Vanaf aanslagjaar 2026 (voor boekjaren die eindigen vanaf 31 december 2025) zal de wetgever elk jaar een lijst van belastingparadijzen bekendmaken voor het komende kalenderjaar. In tegenstelling tot wat in het verleden vaak het geval was, zal deze lijst gedurende hetzelfde jaar niet meer worden gewijzigd.
Hierover is er nog geen nieuws beschikbaar over een wetgevend initiatief. We houden u verder op de hoogte zodra dit verder in het parlement zal worden behandeld.
Onwettig verkregen bewijs
Rechtspraak van o.m. het Hof van Cassatie heeft de zgn. "Antigoon-doctrine" ontwikkelt. Dit houdt in dat door de belastingadministratie onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal (bv. met schending van procedureregels) onder bepaalde voorwaarden toch gebruikt mag worden. Voor deze principes zou in een wettelijk kader worden voorzien (categorie 2).
Vertrouwensbeginsel
Op basis van het vertrouwensbeginsel zal in de wetgeving worden opgenomen dat geen sanctie kan opgelegd worden op iets dat in het verleden door de belastingdienst gecontroleerd en aanvaard werd (mits de wetgeving niet veranderd is – categorie 2).