Tax

Van vrijstelling naar belasting: Wallonië belast opnieuw industriële investeringen

Door:
insight featured image
Na bijna twintig jaar belastingvrijstelling voor industriële investeringen slaat Wallonië een nieuwe weg in. Sinds 1 januari 2026 is een groot deel van de industriële investeringen die sinds 2006 in Wallonië zijn gedaan, opnieuw onderworpen aan de onroerende voorheffing, terwijl de Waalse gemeenten opnieuw gemachtigd zijn om op diezelfde investeringen een compenserende industriebelasting en een belasting op drijfkracht te heffen.
Onderwerpen

Het nieuwe Waalse begrotingsdecreet, dat eind december werd goedgekeurd, maakt een einde aan dat bijzonder voordelige Marshallplan en herdefinieert radicaal het fiscale kader dat van toepassing is op industriële investeringen in Wallonië.

Waarom die ommekeer?

Sinds het ‘Marshallplan’-decreet genieten investeringen vanaf 1 januari 2006 aanzienlijke vrijstellingen van gewestelijke en lokale belastingen. Gedurende bijna twee decennia heeft die regeling geholpen om de kosten van industriële investeringen aanzienlijk te verlagen en de ontwikkeling van nieuwe activiteiten in Wallonië aan te moedigen, maar ze heeft de gemeenten ook beroofd van een aanzienlijk deel van hun belastinginkomsten.

Om die verliezen te compenseren had het gewest een financieringsmechanisme opgezet om de niet-ontvangen bedragen te vergoeden. Dat systeem werd echter steeds moeilijker te handhaven en heeft de gemeenten en provincies bijgevolg sinds januari 2025 niet meer volledig kunnen compenseren. In die gespannen budgettaire situatie werd het programmadecreet van 19 december 2025 goedgekeurd.

Wat betekent dit in de praktijk?

Onroerende voorheffing

De onroerende voorheffing is een jaarlijkse gewestelijke belasting die wordt berekend op het kadastraal inkomen van onroerende goederen, met inbegrip van bepaalde uitrustingen en machines die worden beschouwd als ‘onroerend van nature of door bestemming’ op een industrieterrein. Hoewel de gemeenten en provincies de belastingregels niet bepalen, passen ze wel hun eigen extra heffingen toe, die een invloed hebben op het uiteindelijke bedrag dat belastingbetalers moeten betalen.

In het nieuwe gewestelijke decreet wordt de vrijstellingsregeling voor industriële investeringen grondig herzien.

Er zijn twee grote veranderingen:

  • Investeringen gedaan tussen 2005 en 2020: worden belastbaar vanaf boekjaar 2026.
  • Investeringen sinds 2021: de vrijstelling geldt nu nog maar voor vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de investering werd gedaan. Neem het voorbeeld van apparatuur die in 2021 werd aangeschaft: die was voorheen volledig vrijgesteld onder het Marshallplan, maar zal nu nog maar vijf jaar vrijgesteld zijn en dus vanaf 2027 belastbaar worden.

Gemeentelijke compenserende industriebelasting

Sommige Waalse gemeenten hebben een compenserende industriebelasting (‘taxe industrielle compensatoire’, TIC) ingevoerd op de industriële uitrusting die zich op hun grondgebied bevindt. Die belasting wordt berekend op basis van het kadastraal inkomen dat onderworpen is aan de onroerende voorheffing (elke vrijstelling of verlaging van de onroerende voorheffing leidt tot een vrijstelling of belastingverlaging).

Tegelijkertijd zal de afschaffing van de vrijstelling van de onroerende voorheffing betekenen dat industriële uitrusting die sinds 2005 werd aangekocht, opnieuw belastbaar zal worden (waarbij investeringen die sinds 2021 werden gedaan ook gedurende vijf jaar werden vrijgesteld).

Teruggave van de gemeentelijke belasting op drijfkracht

Dit is een gemeentelijke belasting (‘taxe sur la force motrice communale’, TFM) die wordt berekend op het mechanische vermogen van stationaire motoren die in bedrijven zijn geïnstalleerd, of het nu gaat om productiemotoren, compressoren, turbines of andere mechanisch aangedreven apparatuur. Het belastbaar vermogen wordt uitgedrukt in kilowatt (kW), gebaseerd op de motoren die aanwezig zijn in de installaties op 1 januari van het aanslagjaar.

Het Waalse Marshallplan schafte de gemeentelijke belasting op drijfkracht af voor alle motoren die sinds 2006 werden aangekocht.

Vanaf 1 januari 2026 laat Wallonië de gemeenten opnieuw toe om een belasting op drijfkracht te heffen voor alle investeringen die sinds 2006 werden gedaan, en beperkt de vrijstelling ook tot vijf jaar voor investeringen die vanaf 2021 werden gedaan.

Er moet echter worden opgemerkt dat het Waalse decreet het maximumtarief van de belasting vaststelt op € 24,69 per kW, gemoduleerd door een systeem van degressieve coëfficiënten die bedoeld zijn om de impact op sterk gemotoriseerde sites te beperken:

  • een coëfficiënt van 0,99 wordt toegepast vanaf de tweede motor;
  • de coëfficiënt neemt het geleidelijk af tot 0,71 voor de dertigste;
  • daarboven wordt een ondergrens van de coëfficiënt van 0,70 toegepast.

Let op: hoewel het decreet een kader biedt voor de belasting op gewestelijk niveau, blijft elke gemeente vrij om ze al dan niet te heffen en haar eigen voorwaarden en vrijstellingen te bepalen. De effectieve gevolgen van de hervorming kunnen daarom aanzienlijk verschillen van gemeente tot gemeente.

Wat is de impact?

Voor veel industriële bedrijven – zowel grote als kleine – zal de hervorming vanaf dit jaar een aanzienlijke verhoging van de belastingdruk betekenen, die soms kan oplopen tot enkele miljoenen euro.

Sectoren die intensief gebruikmaken van nieuwe apparatuur en gereedschappen worden getroffen door de ommekeer. Het gaat om energie, chemie, staal, glas, cement, papier, automobiel, lucht- en ruimtevaart enz.

De betrokken bedragen variëren afhankelijk van de gemeente, maar de grootteordes zijn eenduidig: alleen al de onroerende voorheffing kan oplopen tot 1,3% van de waarde van de betrokken investeringen die sinds 2006 zijn gedaan, als extra kosten per jaar gedurende de levensduur van de apparatuur.

Die verandering is des te pijnlijker voor bedrijven omdat er niet op was geanticipeerd toen de investeringsbeslissingen werden genomen en omdat er ook geen budgetten voor zijn voorzien in 2026, aangezien de nieuwe regeling eind december 2025 is goedgekeurd.

Wat nu doen?

Tegen die achtergrond is het essentieel dat bedrijven een duidelijk, toekomstgericht beeld maken van hun situatie om de impact van die grote verandering te kunnen inschatten.

Veel bedrijven hebben zo’n analyse nooit uitgevoerd, omdat de algemene vrijstelling van het Marshallplan dat tot nu toe overbodig maakte: hun belastbare basis zou dus overschat kunnen zijn.

Daarnaast zijn er reductie- en vrijstellingsmechanismen die vaak weinig bekend zijn en een gedetailleerde analyse vereisen van elke investering, het feitelijke gebruik en de toewijzing ervan.

Wil u dit bespreken of de impact van die wijzigingen op uw situatie nader beoordelen? Aarzel dan niet om contact op te nemen met een lid van ons Tax-team.