Vaak wensen ondernemers bepaalde ‘sleutelfiguren’ binnen het bedrijf goed te verlonen en voor langere tijd aan het bedrijf te binden. Het toekennen van aandelenopties kan daarbij een interessante piste zijn.

Het uiteindelijke (financiële) voordeel van aandelenopties zal uiteraard afhankelijk zijn van de waardestijging van de achterliggende aandelen. Indien door onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld de huidige Covid-crisis) de verwachte waardestijging niet gerealiseerd wordt, heeft de betrokken medewerker mogelijks belasting betaald op een voordeel dat achteraf onbestaande of onvoldoende blijkt te zijn om de gemaakte kosten te compenseren. In zulk geval rijst de vraag of hiervoor oplossingen zijn. De rulingcommissie laat alvast ruimte voor enkele vangnetten.

We herhalen kort het fiscaal regime en bespreken vervolgens deze mogelijkheden. Uiteraard is elk concreet geval anders en dient het nodige concrete onderzoek te gebeuren vooraleer in te grijpen.

Principe – belasting bij toekenning

Door het toekennen van aandelenopties krijgt de medewerker het recht om op termijn aandelen van de onderneming te verwerven tegen een vooraf vastgelegde prijs. Na de verwerving van de aandelen heeft de medewerker de mogelijkheid om het aandelenpakket aan te houden of te verzilveren (eventueel door de aandelen terug te verkopen aan de eigenaar).

In België zijn aandelenopties – mits tijdige aanvaarding (dat wil zeggen binnen 60 dagen) – belastbaar op het moment van de toekenning ervan. Alle latere inkomsten die hieruit voortvloeien zijn belastingvrij.

Het belastbaar bedrag van het voordeel is gelijk aan 18% (+ 1% voor elk jaar dat de optie langer wordt toegekend dan 5 jaar) van de waarde van de onderliggende aandelen. Onder bepaalde voorwaarden wordt het belastbaar voordeel zelfs nog gehalveerd.

Aandachtspunten bij risico op verlies (bijvoorbeeld ten gevolge van Covid-19)

  1. Verlenging termijn

Er kan overwogen worden om de uitoefentermijn te verlengen in de hoop dat de verwachte stijging op termijn alsnog gerealiseerd kan worden.

Hoewel een wijziging van de uitoefeningsvoorwaarden principieel als een nieuw aanbod moet worden beschouwd, heeft de rulingcommissie al meermaals aanvaard dat de verlenging van de uitoefentermijn géén nieuw aanbod is. Indien de verlenging tot gevolg heeft dat het oorspronkelijk belastbaar voordeel groter zou zijn geweest, zal de verlenging wel aanleiding geven tot een bijkomend voordeel van alle aard.

Ten tijde van de beurscrisis van ongeveer 10 jaar geleden liet de overheid toe dat de uitoefentermijn verlengd kon worden zonder enige impact op de belastingheffing (Economische Herstelwet van 27.03.2009). Deze tolerantie is vandaag evenwel niet als zodanig bevestigd. Ze zal dus geval per geval moeten worden beargumenteerd en afgesproken met de fiscus.

  1. Compensatie belastingdruk

Er kan ook overwogen worden om in de aandelenoptie te voorzien in een compensatie in geld ten belope van het potentiële verlies, met name indien de oorspronkelijk betaalde belasting niet kan worden gerecupereerd. De rulingcommissie heeft immers bevestigd dat de terugbetaalde belasting in dat geval geen belastbaar voordeel is en dat de compensatie de toegepaste verlaagde forfaitaire waardering niet in het gedrang brengt. Op deze manier wordt alleszins vermeden dat de medewerker ‘verlies’ lijdt omwille van de toekenning van de aandelenopties. Indien dit niet initieel in de optievoorwaarden was opgenomen, lijkt het ook hier verstandig deze aanpassing voorafgaandelijk met de fiscus af te stemmen via een ruling.