Ondertussen tikt de Brexit-klok verder richting einde van de overgangsperiode. De mogelijkheid om deze overgangsperiode te verlengen, is inmiddels op 1 juli 2020 verstreken. Het lijkt er dus op dat op 1 januari 2021 het doek onherroepelijk over de Brexit zal vallen. Momenteel wordt nog onderhandeld over een handelsakkoord, om nog tegen het einde van het jaar een akkoord te bereiken. In principe heeft dergelijk handelsakkoord geen gevolgen voor de btw. Zal er, door de verloren corona-tijd en de druk om alsnog tot een onderhandeld handelsakkoord te komen, toch nog een ‘speciale’ verlenging van de overgangsperiode komen, en dus ook een uitstel van (onder meer) de btw-gevolgen? 

Achtergrond

Even terug in de tijd: met het referendum zelf op 23 juni 2016 werd alles in gang gezet, en op 29 maart 2017 werd het befaamde artikel 50 van het Verdrag betreffende Europese Unie geactiveerd door Theresa May. Op die datum startte de periode van 2 jaar waarbinnen het Verenigd Koninkrijk (VK) de Europese Unie (EU) had moeten verlaten. Maar zoals geweten, is de Brexit na diverse politieke debacles en al evenveel uitstellen slechts ‘principieel’ werkelijkheid geworden op 31 januari 2020 middernacht.

Doordat Boris Johnson er wonderwel in geslaagd is een terugtrekkingsakkoord te laten goedkeuren in het Britse parlement, zitten we momenteel toch nog in een ‘overgangsperiode’ en blijft alles in de feiten nog ongewijzigd tot het jaareinde van 2020. Dit betekent dat het VK tot 31.12.2020 nog wordt geacht binnen het Europees grondgebied te vallen, ook op het vlak van btw en douane.

Er was nog een mogelijkheid om de overgangsperiode te verlengen, maar deze mogelijkheid is inmiddels op 1 juli 2020 verstreken.

Specifieke regeling (Noord-)Ierland

Het thans geldend terugtrekkingsakkoord tussen de regering Johnson en de Europese Unie is grotendeels identiek aan het akkoord dat Theresa May destijds had onderhandeld. Wél werd er één belangrijke wijziging aangebracht dat destijds het twistpunt vormde tussen de onderhandelende partijen, met name de (Noord-)Ierse kwestie. Na heronderhandeling is er op dit punt beslist om de zogenaamde ‘backstop’ te wijzigen naar een permanente ‘frontstop’.

Kort gezegd houdt dit in dat Noord-Ierland de facto onder de Europese btw-regelgeving zal vallen voor wat betreft goederen en dat ook zal blijven voor minstens de komende 4 jaar. Wel zal de Britse overheid instaan voor de inning van de btw (en accijnzen). Ook heeft het VK de mogelijkheid bepaalde verlaagde tarieven of vrijstellingen in te voeren die in Ierland ingevoerd worden. Ook op het vlak van douane is er een specifieke regeling uitgewerkt die gebaseerd is op de afkomst van de goederen en hun bestemming. Noord-Ierse btw-nummers zullen ook nog worden opgenomen en consulteerbaar zijn in VIES.

De specifieke regeling geldt niet voor diensten. Deze zullen vallen onder de eigen Britse regels.

Brexit-stresstest en btw?

Als het over de Brexit gaat, zijn het in de eerste plaats de gevolgen op het vlak van douane die worden belicht omdat deze de grootste impact zal hebben op de cashflow van bedrijven en voor significante fricties zal leiden door de vereiste douaneformaliteiten. Toch mogen de gevolgen op het vlak van btw niet uit het oog worden verloren. Deze bestaan in aanpassingen van de boekhoudsystemen, van de facturatie, bijkomende registratieverplichtingen en aangifteformaliteiten in de ruime zin van het woord.

De belangrijkste aandachtspunten voor btw bij een Brexit-stresstest zijn:

  • Goederenstromen vanuit of naar het VK zullen voortaan kwalificeren als een invoer respectievelijk een uitvoer en niet langer als intracommunautaire transacties. Een EORI-nummer en tal van andere (douane- en accijns-)vergunningen en (oorsprongs-en andere) certificaten zullen (eventueel) vereist zijn.
  • Voorfinanciering van invoer-btw kan worden vermeden door een licentie te bekomen die deze invoer-btw verlegt naar de btw-aangifte. In België is dit al langer van kracht met de ET 14.000 vergunning. In het VK bestaat de mogelijkheid om een gelijkaardige licentie aan te vragen sinds 2019.
  • Alle Europese vereenvoudigingsregels voor transacties waarbij het VK op de ene of andere manier betrokken is, vervallen. Het vereenvoudigd driehoeksverkeer, vereenvoudiging voor call-off/consignatiezendingen en het systeem van niet-overbrengingen of maakloonwerk zullen niet langer kunnen worden toegepast. Goederenstromen, intrastatgegevens, maar ook alle tax codes waarbij het VK betrokken is, zullen moeten worden opgenomen in de test.
  • De regeling inzake ‘verkopen op afstand’ naar Britse eindafnemers (B2C-verkopen) zal wijzigen in een invoer van de betreffende goederen in het VK gevolgd door een lokale verkoop binnen het VK.
  • De btw-vrijstelling voor invoer van kleine zendingen zal in principe zowel in de EU als het VK wegvallen. Deze nieuwe regeling zal op zich al een hogere belasting vormen van de invoerformaliteiten van de kleinere zendingen, waar dan mogelijks de Brexit-impact ook nog eens bijkomt op hetzelfde moment.
  • De regels inzake de plaatsbepaling van bepaalde diensten zullen wijzigen. Zo zal de ‘use and enjoyment’-regel voor bepaalde lokale transporten van toepassing worden en zal de plaatsbepaling voor immateriële diensten aan eindconsumenten (B2C-transacties) wijzigen naar het land van de afnemer zijnde het VK, waar dat voordien het land van de dienstverrichter is.
  • Naar registratieformaliteiten toe, zullen Britse bedrijven nu op gelijke voet gezet worden als andere niet-Europese bedrijven. Britse bedrijven zullen zich aldus in België verplicht dienen te registreren met aanstelling van een aansprakelijk vertegenwoordiger (zonder keuze voor een directe registratie).
  • Om de bottleneck van aanvragen tot wijziging van de btw-registraties te vermijden, heeft de btw-administratie reeds een communicatie gericht aan alle Britse bedrijven die momenteel geregistreerd zijn via een directe registratie. Daarin staat dat het verzoek tot aanstelling en erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger moet ingediend worden uiterlijk de derde maand volgend op de inwerkingtreding van de gevolgen van de Brexit. De administratie heeft de betrachting om de aanvragen binnen een termijn van 6 maanden te behandelen. Intussen zouden alle directe registratienummers van Britse bedrijven door de administratie worden aangemerkt als zijnde registratienummers met aansprakelijke vertegenwoordiging.
  • Europese tools vervallen voor het VK, zoals: ‘VIES’ voor verificatie van btw-nummers, ‘MOSS-procedure’ voor aangifte en afdracht btw van elektronische diensten aan Britse particulieren en de elektronische ‘teruggaafprocedure’ voor btw opgelopen in een ander EU-land. Het VK zal hiervoor eigen tools moeten ontwikkelen.
  • Wat de btw-teruggaven in het VK betreft, kondigt de website van de Britse belastingdienst HMRC aan dat voor teruggaafverzoeken dezelfde procedure zal moeten worden gevolgd zoals die vandaag geldt voor niet-Europese bedrijven. Het VK zal vrij zijn om termijn, minimumbedragen en andere voorwaarden voor teruggaaf te kiezen aangezien ze niet meer onder de voorwaarden zullen vallen van Richtlijn 2008/9/EG.
  • Eindigen met een positieve noot: intrastatverplichtingen en intracommunautaire opgaven vallen weg en het recht op aftrek voor bank- en verzekeringsdiensten met een Britse medecontractant ontstaat.

Verwacht wordt dat binnenkort nog concretere richtlijnen door de Belgische btw-administratie zullen  uitgewerkt worden omtrent voornoemde gevolgen van de Brexit.

Wat kan corona met de Brexit doen?

Door geen verzoek tot verlenging in te dienen voor die datum heeft de Britse overheid aldus principieel beslist om de gevolgen van de Brexit effectief te laten ingaan op 1 januari 2021.

Wel is het de bedoeling om nog voor het einde van dit jaar een handelsakkoord af te sluiten. Dit zou dan wel een unicum zijn, want onderhandelingen over een handelsakkoord duren normaal gezien jaren. Het moge duidelijk zijn dat dit reeds voor corona als een onmogelijke opdracht werd beschouwd. De laatste berichten geven inderdaad een somber beeld over de vooruitgang die sinds de heropstart in juni is geboekt. De laatst verschenen headline spreekt voor zich: ‘nog geen beweging in brexitonderhandelingen’.

Of er al dan niet tegen 31.12.2020 een handelsakkoord wordt gesloten, is in principe van geen belang voor btw. In een handelsakkoord worden immers geen bepalingen opgenomen die betrekking hebben op btw.

Zal corona een invloed hebben op het verloop van de Brexit, doordat er kostbare onderhandelingstijd verloren is gegaan? Zal de druk om vooralsnog tot een handelsakkoord te komen zo groot worden dat via een speciale procedure alsnog in een verlenging van de overgangsperiode zal worden voorzien? Daardoor zouden tegelijk ook de gevolgen op het vlak van btw en douane opnieuw worden uitgesteld. De regering Johnson heeft evenwel altijd met grote stelligheid zeer weigerachtig gestaan tegen een verder uitstel van de overgangsperiode.

Webinar
Brexit, close to the final stage Schrijf gratis in