Voor alleenstaanden zonder partner en kinderen, lijkt successieplanning op het eerste gezicht misschien overbodig. Niets is minder waar! Met een doordachte planning kan u uw erfgenamen behoeden voor onaangename fiscale verrassingen en ervoor zorgen dat uw vermogen terechtkomt bij wie u dat wenst.
De feestdagen zijn een ideale gelegenheid om uw dierbaren een extraatje te geven. Het onderscheid tussen een cadeau en een schenking is niet altijd even duidelijk. Wij lichten daarom kort toe wat de kenmerken zijn van een gelegenheidsgeschenk en hoe dit verschilt van een schenking.
De regering-De Wever verhoogt de belastingtarieven op winstuitkering bij kleine vennootschappen, waardoor kmo’s extra fiscale druk ervaren. Volgens Frederik De Graeve zijn deze maatregelen geen rechtvaardige hervorming, maar een snelle oplossing voor begrotingsproblemen die de hele economie raken. De tariefverhogingen worden verkocht als een strijd tegen misbruik, maar treffen in werkelijkheid elke kleine onderneming. Dit beleid leidt tot minder investeringen, hogere prijzen en een algemene belastingverhoging die ondernemers, werknemers en consumenten raakt. Frederik pleit voor een gerichte en consequente aanpak van misbruik, in plaats van algemene tariefverhogingen.
Het artikel bespreekt hoe KMO-vennootschappen de fiscale druk op dividenduitkeringen kunnen verlichten door winsten te reserveren als liquidatiereserve. Het behandelt de voordelen van asymmetrische toebedeling van deze reserve bij gemengd aandeelhouderschap, waarbij verschillende aandelenklassen worden gecreëerd om fiscale voordelen te optimaliseren. De Rulingcommissie heeft bevestigd dat deze aanpak niet als fiscaal misbruik wordt beschouwd. Vennootschappen met gemengd aandeelhouderschap kunnen baat hebben bij een tijdige statutenwijziging om optimaal gebruik te maken van de liquidatiereserve.
Vanaf 2026 wordt e-facturering verplicht voor B2B in België. De maatregel zal btw-naleving verbeteren, kosten besparen, en bijdragen aan een efficiënter en transparanter systeem. Bereid uw bedrijf nu voor om boetes en compliance-problemen te voorkomen.
"Ontdek de risico's en overwegingen bij het schenken van aandelen en liquidatiereserves. Leer hoe vruchtgebruik, successieplanning en juridische aspecten invloed hebben op uw financiële toekomst."
Bereid uw bedrijf voor op verplichte B2B e-facturatie in 2026. Ontdek de Peppol-netwerkvereisten, de reikwijdte en de fiscale stimulansen voor een soepele overgang.
De stijgende inflatie van de afgelopen jaren heeft een onverwachte impact op heel wat Belgische ondernemingen die ‘klein” zijn volgens de definities van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Door de hogere inflatie zien ze hun omzet en balanstotaal fors toenemen. Een positieve evolutie op het eerste zicht, ware het niet dat ze hierdoor soms de status van ‘kleine vennootschap’ verliezen. Een vennootschap is ‘klein’ indien ze niet meer dan één van de volgende criteria overschrijdt: 50 werknemers, een omzet van €9.000.000 en een balanstotaal van €4.500.000. Deze drempels waren sinds 2015 niet meer opgetrokken. Wanneer een vennootschap ‘groot’ werd, waren er vervelende gevolgen: het missen van fiscale voordelen en het voldoen aan strengere regels inzake de vorm van de jaarrekening en bijhorende publicatievereisten.
Vanaf 2025 worden er belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de Belgische BTW-regelgeving. Lees meer over de nieuwe indieningstermijnen, boetes voor te late indiening en betaling, automatische domiciliëring van BTW-betalingen, en de maandelijkse terugbetaling van BTW-tegoeden.
Sinds begin 2024 is een belangrijke wijziging van kracht in het stelsel van het verlaagde btw-tarief van 6% voor de afbraak en heropbouw van gebouwen. Deze hervorming beoogde een rationalisering en vereenvoudiging van de vorige regelgeving, die al meerdere jaren van toepassing was.
Op 21 juni 2023 werd het nieuwe (dubbel)belastingverdrag tussen Nederland en België ondertekend, dat naar alle verwachting in werking zal treden op 1 januari 2025. Het nieuwe verdrag brengt toch wel wat wijzigingen met zich mee. Daarom slaan Grant Thornton België en Grant Thornton Nederland de handen in elkaar om in een reeks van artikels de belangrijkste wijzigingen toe te lichten. We bijten de spits af met het begrip ‘vaste inrichting’ uit artikel 5, dat in het nieuwe verdrag aanzienlijke wijzigingen heeft ondergaan.
Net als vorig jaar zijn er op 1 januari 2024 tal van btw-wijzigingen van kracht geworden. Eén wijziging in het bijzonder heeft betrekking op de formaliteiten voor de toepassing van de btw-aftrekregeling volgens de algemene pro-ratamethode. Sinds 1 januari 2023 waren die formaliteiten al van toepassing op de aftrekmethode op basis van werkelijk gebruik. Voortaan zal dit dus ook gelden voor gemengde belastingplichtigen die de algemene pro-ratamethode toepassen. Zo krijgt de btw-administratie meer zicht op gemengde belastingplichtigen die hun recht op aftrek bepalen, en dat ongeacht de gebruikte methode.
Voor een buitenlandse onderneming die aanwezig is in België en hier er transacties verricht, stelt zich de vraag of deze aanwezigheid ook een vaste inrichting vormt voor btw-doeleinden in België. Het omgekeerde geldt ook voor een Belgische onderneming die aanwezig is in een andere lidstaat.
Op 1 januari 2023 zijn een aantal wijzigingen in werking getreden die een impact hebben op de aloude verlegging-regeling inzake btw die betrekking heeft op de uitvoering van werken in onroerende staat in België.
Op 1 januari 2023 zijn een aantal wijzigingen in werking getreden die een impact hebben op de toepassing van de btw-aftrekregeling inzake ‘Werkelijk Gebruik' waarvan gemengde btw-plichtigen gebruik kunnen maken. De nieuwe regeling voert een verplichte elektronische voorafgaandelijke kennisgeving in voor bestaande en nieuwe btw-plichtigen die de regeling van het werkelijk gebruik al hanteren of wensen te hanteren.
De verhuur van onroerende goederen is in principe vrijgesteld van btw. Op deze regel bestaan diverse uitzonderingen, zoals het verstekken van ‘gemeubeld logies’ in ‘hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft’. Deze gekwalificeerde verhuurdienst door de genoemde inrichtingen was in het verleden reeds onderworpen aan 6% btw.
De indieningstermijnen voor de aangifte personenbelasting (via mandataris) en vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2022 en de btw-aangifte over het derde kwartaal/september 2022 vallen nagenoeg in dezelfde maand. Om hier een kleine spreiding in te brengen, heeft de FOD Financiën op vraag van het ITAA, het instituut dat de belangen van gecertificeerde belastingconsulenten en accountants verdedigt, beslist om de indieningstermijn voor de btw-aangifte over het derde kwartaal 2022 en september 2022 eenmalig op 25 oktober 2022 vast te leggen in plaats van 20 oktober 2022.
Met ingang van 1 januari 2022 gelden nieuwe (vereenvoudigde) modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6% voor renovatie – en herstellingswerken aan woningen ouder dan tien of vijftien jaar.
Om tegemoet te komen aan de stijgende energieprijzen, heeft de federale regering beslist om het btw-tarief op elektriciteit en gas tijdelijk te verlagen van 21% naar 6%.
De wetgever heeft met ingang van 1 januari 2022 wijzigingen aangebracht aan de medische vrijstelling om tegemoet te komen aan een discriminatie die in de wetgeving was geslopen in 2015. De wijziging omvat zowel het materiële toepassingsgebied als het personele toepassingsgebied van de vrijstelling.
Wijziging btw-vrijstelling internationaal transport vanaf 1 april 2022
Heeft de rechtsgeldigheid van een factuur impact op het recht op aftrek van btw?
Btw-conforme factuur: aandachtspunten op een rij
De Federale regering heeft recent een nieuw pakket aan steunmaatregelen gelanceerd om de impact van de coronacrisis op gezinnen en bedrijven in te dijken. Dit pakket omvat ook een reeks maatregelen op het vlak van btw ter verbetering van de cashflow van belastingplichtigen. Bepaalde maatregelen zijn structureel (definitief), andere maatregelen gelden (voorlopig) voor een beperkte periode.
In België geldt een btw-aftrekbeperking voor gemengd gebruikte bedrijfswagens (en gerelateerde autokosten). Zo is de btw-aftrek voor normale personenwagens beperkt tot het beroepsgebruik en geldt er een maximum van 50%.
De toepassing van het verlaagd tarief van 6% op renovatie van woningen ouder dan 10 jaar is algemeen bekend. Afbraak met wederopbouw valt hier niet onder en is onderworpen aan het standaardtarief van 21%. Sinds 2007 is er evenwel ook een verlaagd tarief van 6% toepasselijk op ‘afbraak en heropbouw’ van ‘woningen’ die gelegen zijn in een van 32 Belgische centrumsteden. Deze laatste regeling zou nu tijdelijk uitgebreid worden tot de rest van het Belgische grondgebied en ook wanneer de woning niet zelf gebruikt wordt maar als sociale woning zou worden verhuurd. Bovendien wordt het voortaan ook mogelijk om 6% btw toe te passen op de ‘verkoop’ van na afbraak heropgebouwde woningen (bijvoorbeeld door projectontwikkelaars). Voorgaande blijkt uit het ontwerp van de Programmawet (dat nog in de Kamer moet behandeld worden). Mits finale goedkeuring zal deze regeling ingaan vanaf 1 januari 2021. Met deze tijdelijke maatregel wil de regering inspelen op de economische impact van de coronacrisis op de bouwsector en wordt er tevens een sociale en ecologische doelstelling nagestreefd. Hierna vindt u de krachtlijnen van de nieuwe regeling, gebaseerd op de memorie van toelichting bij het ontwerp van de Programmawet.
Ondertussen tikt de Brexit-klok verder richting einde van de overgangsperiode. De mogelijkheid om deze overgangsperiode te verlengen, is inmiddels op 1 juli 2020 verstreken. Het lijkt er dus op dat op 1 januari 2021 het doek onherroepelijk over de Brexit zal vallen. Momenteel wordt nog onderhandeld over een handelsakkoord, om nog tegen het einde van het jaar een akkoord te bereiken. In principe heeft dergelijk handelsakkoord geen gevolgen voor de btw. Zal er, door de verloren corona-tijd en de druk om alsnog tot een onderhandeld handelsakkoord te komen, toch nog een ‘speciale’ verlenging van de overgangsperiode komen, en dus ook een uitstel van (onder meer) de btw-gevolgen?
De Belgische regering heeft ook op het vlak van btw een aantal specifieke maatregelen genomen om ondernemingen in de mogelijkheid te stellen het hoofd te bieden aan de coronacrisis. Maar bepaalde reeds bestaande btw-maatregelen vormen mogelijkerwijze nu reeds een opportuniteit voor uw onderneming.
Het afsluiten van een sale en lease-back overeenkomst met betrekking tot een onroerend goed, dat door een belastingplichtige in eerste instantie in (vrijgestelde) erfpacht wordt gegeven aan een financiële instelling (99 jaar), om het vervolgens onmiddellijk terug in (vrijgestelde) leasing te nemen (niet-opzegbare periode van 15 jaar en met aankoopoptie), leidt er niet automatisch toe dat de oorspronkelijk afgetrokken btw moet worden herzien door de belastingplichtige.
Wat zijn de gevolgen op het vlak van btw bij werken uitgevoerd door een belastingplichtige aan een gebouw dat hij huurt en die al dan niet geheel of gedeeltelijk worden vergoed door de verhuurder? Een Circulaire van 13 maart 2019 geeft toelichting en vervangt het vroegere administratieve standpunt. Een grondige screening van de huurovereenkomst en de concrete omstandigheden zullen moeten uitwijzen of er eventueel een btw-kost ontstaat voor huurder of verhuurder. moeten gebeuren tijdens of aan het einde van de huurovereenkomst, in functie van de situatie die zich voordoet. Er worden twee situaties onderscheiden.
Sinds 1 januari 2019 is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om de onroerende verhuur optioneel aan btw te onderwerpen. Tegelijkertijd zorgde de betreffende wet van 14 oktober 2018 ook voor enkele aanpassingen op het vlak van de kortdurende verhuur en de verhuur van opslagruimte.
Vanaf 1 januari 2010 is de tariefverlaging van 21% naar 12% van toepassing op restaurant- en cateringdiensten, het verschaffen van dranken daaronder niet begrepen. De beslissing nr. E.T.117.557 van 23.12.2009 vormde de eerste administratieve commentaar daarop. Met de Circulaire van 4 april 2019 wordt die publicatie in haar geheel geactualiseerd. Deze Circulaire vormt eveneens een aanvulling op de eerdere Circulaire van 6 november 2017 betreffende het geregistreerd kassasysteem, waar het onderscheid tussen een levering van spijzen en/of dranken en een restaurant- of cateringdienst reeds aan bod kwam. De nieuwe Circulaire behandelt eveneens het toepasselijk btw-tarief op menu’s.
Naar aanleiding van de wetswijziging van 29 november 2017 en de diverse recente Europese arresten met betrekking tot de kwalificatie van een “zeeschip” en de toepassing van de btw-vrijstelling in schakels voorafgaand aan de leveringen aan een “zeeschip”, werd op 29 mei 2019 uiteindelijk in België een nieuw administratief rondschrijven opgemaakt, dat de oude aanschrijving n° 24 van 1978 wijzigt en aanvult. De nieuwe regeling poogt daarmee zo pragmatisch mogelijk een correcte toepassing van de btw-wetgeving binnen de maritieme sector te verzekeren.
Op 29 maart 2019 om middernacht zal het Verenigd Koninkrijk (UK) de EU verlaten. Als er een akkoord voor de uitstap is, dan volgt er een overgangsperiode van 30.03.2019 tot 31.12.2020. Tijdens die periode wordt het Verenigd Koninkrijk nog verder beschouwd als een EU-lidstaat en verandert er dus niets tot en met 31.12.2020. Is er geen akkoord (‘no deal Brexit’), dan wordt het Verenigd Koninkrijk vanaf 30.03.2019 beschouwd als een derde land. Ondernemingen die handel drijven met de UK, dienen zich dan ook voor te bereiden om zo weinig mogelijk verstoringen van de handelsstromen te voelen.
In een mededeling van 9 januari jl. geeft de Administratie toelichting bij enkele punten uit de nieuwe regeling inzake de optionele btw-heffing op professionele onroerende verhuur. Het betreft enerzijds een verduidelijking van de gebouwen die in aanmerking komen voor de nieuwe regeling (oprichting na 1.10.2018) en anderzijds de wijze waarop en welke historische btw uit 2018 kan gerecupereerd worden.
Richtlijn 2016/1065 over de btw-behandeling van vouchers moest in principe uiterlijk op 31 december 2018 zijn omgezet naar Belgisch recht. Door de val van de regering eind 2018 kon het betreffende wetsontwerp nog niet goedgekeurd worden. Intussen is dit wel gebeurd. De nieuwe regels werden inmiddels via FAQ in een Circulaire 2018/C/127 van 7 december 2018 reeds toegelicht.
Indien u aangifteplichtig voor de Intrastat-verzendingen (uw intra-EU-uitvoer), dan zal u vanaf 2019 (de aangifte van 20 februari 2019) twee bijkomende velden moeten invullen. Voor de aangifte van Intrastat-aankomsten uit andere lidstaten (uw intra-EU-invoer) verandert er daarentegen niets.
Door een optionele btw-heffing op de professionele verhuur van onroerend goed (met aftrek van btw) wil de regering tegemoetkomen aan de negatieve gevolgen. Tegelijkertijd wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook de btw-behandeling voor andere vormen van verhuur van onroerend goed aan te passen. De regering heeft daartoe op 31 juli 2018 het nieuwe wetsontwerp ingediend bij de kamer. De stemming in het parlement wordt verwacht voor september/oktober 2018. Tijd voor een update.
Onder de huidige regeling is de ‘verhuur’ van onroerende goederen vrijgesteld van btw, wat tot gevolg heeft dat de opgelopen btw met betrekking tot de verkrijging, oprichting of verbouwing van het onroerend goed niet aftrekbaar is. Daardoor is de niet aftrekbare btw een onderdeel van de kostprijs van het verhuurde onroerend goed, wat normalerwijze aanleiding zal geven tot een verhoogde huurprijs. Een optionele btw-heffing op de verhuur van onroerend goed zou aldus wel btw-aftrek kunnen genereren en tegemoetkomen aan deze negatieve gevolgen.
De Minister van Financiën heeft onlangs aan de administratie opdracht gegeven om een nieuw boetebeleid inzake btw uit te werken. Vooral de in 2012 verhoogde niet-proportionele boetes waren vaak veel te streng. Niet alleen zijn deze boetebedragen hoog, er wordt ook geen rekening gehouden met de aard van de overtreding. Volgens de Minister moet er worden uitgegaan van de goede trouw van de ondernemer en niet langer enkel van de kwade trouw.
Wanneer u een maaltijd bestelt, staat u er waarschijnlijk niet bij stil, maar inzake btw is het verschil tussen een levering en een dienst van groot belang. Restaurant- en cateringdiensten zijn immers onderworpen aan een btw-tarief van 12% (spijzen) en 21% (dranken), terwijl voor de levering van spijzen en dranken de btw 6% (standaardproducten) of 21% (alcoholische dranken en luxeproducten) bedraagt.
Met ingang van 1 oktober 2018 zou een optionele aanrekening van btw gelden voor onroerende verhuur van professioneel gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen, die “opgericht” of “aanzienlijk vernieuwd” worden (B2B context).
De Europese commissie heeft op 18 januari 2018 een voorstel tot wijziging van de BTW-Richtlijn gepubliceerd die de huidige regeling zou hervormen. De voorstellen hebben als doel de btw-heffing in de lidstaat van bestemming te versterken en te omkaderen. Vanuit diezelfde gedachte had ook de Ecofin-Raad van de EU op 5 december 2017 reeds een pakket maatregelen goedgekeurd inzake de btw-regeling voor e-commerce. De voorstellen worden hierna kort toegelicht. Als alles goed gaat zouden sommige van de voorgestelde wijzigingen naargelang het geval reeds in 2021 of vanaf 1 juli 2022 in werking moeten treden.
De kogel is nu dan toch door de kerk. Nadat de invoering ervan een aantal keren werd uitgesteld, dienen rechtspersonen met een mandaat als bestuurder of zaakvoerder zich met ingang van 1 juni 2016 dan toch te registreren als gewone btw-belastingplichtige en btw aan te rekenen op de vergoedingen voor hun prestaties. Wel bestaan er een aantal situaties waarin de aanrekeningvan btw op de prestaties alsnog (minstens gedeeltelijk) kan worden vermeden
Whilst corporate tax avoidance continues to grab headlines, some of the biggest reforms are in fact occurring within indirect tax.
Op de renovatie van schoolgebouwen is slechts 6% BTW verschuldigd
6% btw-tarief voor renovatie enkel voor privéwoningen ouder dan 10 jaar vanaf 12 februari 2016 en overgangsregeling
