Als onderdeel van een multinationale groep moet je waarschijnlijk je transfer pricing of verrekenprijzen documenteren. Wat zijn je plichten en hoe vervul je ze?
Wanneer een Belgische onderneming naar het buitenland kijkt voor een uitbreiding van haar activiteiten, is een analyse van de mogelijke vaste inrichting-problematiek wellicht niet het eerste dat op de agenda staat. Toch is het niet slecht om hier tijdig bij stil te staan en enkele aandachtspunten in het achterhoofd te houden. Zowel de Belgische belastingadministratie als andere landen gaan tegenwoordig immers actiever ‘op zoek’ naar vaste inrichtingen op hun grondgebied en kijken daarvoor naar allerlei factoren, zoals een btw-nummer, payroll, onroerende goederen, enzovoort. De problematiek speelt overigens niet enkel voor vennootschappen maar ook voor eenmanszaken, die eveneens een buitenlandse vaste inrichting kunnen hebben.
Bij de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (‘WVV’) werd gepoogd om de gevolgen inzake vennootschapsbelasting zo beperkt mogelijk te houden. Deze ‘fiscale neutraliteit’ is over het algemeen verwezenlijkt.
De OESO/G20 heeft eind 2021 richtlijnen uitgevaardigd met de bedoeling om het risico op uitholling van de belastbare grondslag te verminderen, alsook om winstverschuivingen tussen landen tegen te gaan. Deze nieuwe regels sluiten aan bij het ‘Base Erosion and Profit Shifting’ (‘BEPS’) project en werden in de zogenaamde ‘Pillar 1’- en ‘Pillar 2’-rapporten gegoten.
Tot voor kort had een werknemer enkel recht op een fietsvergoeding indien er in de sector een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) bestond die dit recht toekende of indien de werkgever dit vrijwillig toekende aan haar werknemers. Vanaf 1 mei 2023 heeft elke werknemer die met de fiets naar het werk komt en aan bepaalde voorwaarden voldoet, recht op een fietsvergoeding. Deze regeling is van toepassing op alle werkgevers uit de private sector.
Vennootschappen zijn gehouden om jaarlijks een aangifte vennootschapsbelasting in te dienen . De algemene regel luidt dat vanaf de balansdatum, ongeacht de datum van de algemene vergadering, er een termijn bestaat van 7 maanden om de aangifte tijdig in te dienen. Echter in de praktijk staat de Minister van Financiën jaarlijks een bijkomend uitstel toe, waardoor vennootschappen die hun boekjaar afsluiten op 31 december over een langere periode beschikken om hun aangifte vennootschapsbelasting tijdig in te dienen. Op basis van de zogenaamde ‘Engagementsverklaring’ zoals ondertekend door het ITAA (Institute for Tax Advisors and Accountants) en de Minister van Financiën, zullen dergelijke bijkomende uitstellen beperkt worden in de tijd. Voor aanslagjaar 2023, dat geldt als overgangsjaar, werd de uiterste indieningsdatum voor die vennootschappen vastgepind op 9 oktober 2023.
Tijdens de COVID-19-pandemie moesten veel grensarbeiders noodgedwongen (ten minste deeltijds) van thuis uit werken. Omdat steeds meer werknemers het thuiswerken hebben omarmd, hebben de meeste werkgevers inmiddels een hybride werkbeleid ingevoerd. In een grensoverschrijdende arbeidssituatie heeft dit aanzienlijke gevolgen op het vlak van de inkomstenbelasting en de sociale zekerheid. Dit vereist een gerichte en weloverwogen aanpak. Tijd voor een update.
Sinds 1 januari 2023 is de zogenaamde Franse ‘taxe d’habitation’ niet meer van verschuldigd voor de woning die dienst doet als de hoofdverblijfplaats. Voor tweede verblijven en leegstaande woningen blijft deze taxe d’habitation wel verschuldigd. Om te kunnen bepalen of de taxe d’habitation al dan niet van toepassing is, heeft de Franse fiscus een meldingsplicht in het leven geroepen voor iedere eigenaar van onroerende goederen in Frankrijk.
Werknemers die op buitenlandse dienstreis gaan, kunnen een forfaitaire dagvergoeding ontvangen die vrijgesteld is van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de ‘verblijfsvergoedingen’ toegekend door de FOD Buitenlandse Zaken waarbij – voor de privésector – een onderscheid gemaakt wordt tussen opdrachten van ‘korte duur’ en langdurige dienstreizen.
Vandaag de dag kan men er niet meer naast kijken: de verstrengde kostenaftrek voor auto’s met een verbrandingsmotor , de verhoogde kostenaftrek en belastingvermindering voor elektrische laadpalen, de investeringsaftrek voor emissievrije vrachtwagens en hun laadinfrastructuur enzovoort. De fiscale vergroening is vandaag op kruissnelheid door de recente invoering van tal van nieuwe fiscale maatregelen. Hierdoor zou men vergeten dat er al geruime tijd een fiscale stimulans bestaat voor energiebesparende investeringen, met name de investeringsaftrek voor vaste activa “die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie”, in deze bijdrage verder naar verwezen als ‘de investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen’.
Indien een werkgever een personenwagen ter beschikking stelt van zijn werknemer of bedrijfsleider, waarbij het voertuig ook voor persoonlijk gebruik mag gebruikt worden, ontstaat een belastbaar voordeel alle aard (VAA). Dit voordeel alle aard is aan bedrijfsvoorheffing onderworpen. De waarde van het voordeel wordt toegevoegd aan het bedrag van de bezoldigingen en onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. Voordelen van alle aard zijn normaal gezien belastbaar voor hun werkelijke waarde. Voor bedrijfswagens wordt de waarde echter forfaitair vastgelegd.
Op 1 januari 2023 zijn een aantal wijzigingen in werking getreden die een impact hebben op de aloude verlegging-regeling inzake btw die betrekking heeft op de uitvoering van werken in onroerende staat in België.
Op 1 januari 2023 zijn een aantal wijzigingen in werking getreden die een impact hebben op de toepassing van de btw-aftrekregeling inzake ‘Werkelijk Gebruik' waarvan gemengde btw-plichtigen gebruik kunnen maken. De nieuwe regeling voert een verplichte elektronische voorafgaandelijke kennisgeving in voor bestaande en nieuwe btw-plichtigen die de regeling van het werkelijk gebruik al hanteren of wensen te hanteren.
Cryptovaluta, waarvan de Bitcoin de meest bekende is, is tot op de dag van vandaag een hot-topic met de nodige voor- en tegenstanders. Dankzij de media-aandacht hebben steeds meer personen cryptomunten aangekocht als ‘beleggingsproduct’. Omdat de fiscale wetgeving deze nieuwe hype niet heeft kunnen bijbenen, bestaat er vandaag de dag nog geen specifiek fiscaal regime voor de eventuele meerwaarden gerealiseerd n.a.v.naar aanleiding van transacties met cryptovaluta. Hierdoor rijst vaak de vraag of deze meerwaarden belastbaar zijn en, zo ja, hoe deze moeten worden aangegeven en wat de fiscale behandeling ervan is.
Bij een controle en/of wijziging van een aangifte in de inkomstenbelasting is de fiscus gehouden door strikte onderzoeks- en aanslagtermijnen. De onderzoekstermijn is de termijn waarbinnen de fiscus een belastingaangifte kan controleren en inlichtingen kan vragen. De aanslagtermijn is de termijn waarbinnen de fiscus een (eerste of bijkomende) aanslag kan vestigen
Het tax shelter-systeem werd reeds sinds 2003 ingevoerd om ondernemingen de mogelijkheid te bieden om via investeringen de audiovisuele sector te ondersteunen. Het systeem werd doorheen de jaren aanzienlijk hervormd en uitgebreid tot podiumproducties in 2017 en recent nog voor videospellen.
De inkt van ons vorige artikel in verband met de fiscale regels rond bedrijfswagens is net droog, maar de vele evoluties lenen zich al tot een volgende editie. Dit keer willen we verder ingaan op de laadstations, elektriciteitskosten en enkele capita selecta.
Wanneer een onroerend goed in onverdeeldheid toebehoort aan meerdere eigenaars en één van hen koopt de andere eigenaar(s) uit, dan wordt deze transactie voor de registratierechten niet als een verkoop behandeld, maar als een ‘verdeling’ (i.e. beëindiging van een onverdeeldheid). In dit geval is het verdelingsrecht verschuldigd van 2,5% op de totale waarde van het onroerend goed (en dus niet het verkooprecht).
De optimalisatie van de loon- en personeelskost is een streefdoel voor elke werkgever. Het is dan ook belangrijk om na te gaan welke alternatieve verloningsvormen mogelijk zijn. Eén van de meest courante alternatieven is de kostenvergoeding. Om misbruiken gemakkelijker te detecteren, heeft de Administratie vanaf dit jaar de meldingsplicht voor kostenvergoedingen uitgebreid. We geven kort de basisprincipes weer.
De verhuur van onroerende goederen is in principe vrijgesteld van btw. Op deze regel bestaan diverse uitzonderingen, zoals het verstekken van ‘gemeubeld logies’ in ‘hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft’. Deze gekwalificeerde verhuurdienst door de genoemde inrichtingen was in het verleden reeds onderworpen aan 6% btw.
De onroerende verhuur is volgens de wetgeving in principe vrijgesteld van btw . Op deze regel bestaan echter uitzonderingen, onder meer het verstekken van gemeubeld logies in hotels, motels en inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft . Deze diensten zijn tot op heden onderworpen aan btw.
Sinds een aantal jaren kan men genieten van het zogenaamde VVPRbis-gunstregime, dat toelaat de roerende voorheffing van (standaard) 30% op dividenden te verminderen.
De kosteloze terbeschikkingstelling van een woning aan een werknemer of bestuurder geeft aanleiding tot een belastbaar voordeel van alle aard. Indien ook de kost van de meubels, verwarming en/of elektriciteit door de werkgever/vennootschap gedragen wordt, neemt het belastbaar voordeel toe.
De indieningstermijnen voor de aangifte personenbelasting (via mandataris) en vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2022 en de btw-aangifte over het derde kwartaal/september 2022 vallen nagenoeg in dezelfde maand. Om hier een kleine spreiding in te brengen, heeft de FOD Financiën op vraag van het ITAA, het instituut dat de belangen van gecertificeerde belastingconsulenten en accountants verdedigt, beslist om de indieningstermijn voor de btw-aangifte over het derde kwartaal 2022 en september 2022 eenmalig op 25 oktober 2022 vast te leggen in plaats van 20 oktober 2022.
Een drietal jaar geleden meldden we reeds dat diverse rechtbanken en hoven van beroep geoordeeld hadden dat intrestlasten om een kapitaalvermindering en/of een dividenduitkering te financieren, fiscaal niet aftrekbaar zijn. Ondertussen zijn enkele van die rechtszaken tot voor het Hof van Cassatie gekomen, waarbij de niet-aftrekbaarheid behouden bleef. Daarenboven heeft het Hof van Beroep te Antwerpen in een nieuw arrest de fiscale aftrekbaarheid van intrestlasten geweigerd.
Sinds 2010 zijn vennootschappen verplicht om bij hun aangifte het formulier 275F toe te voegen. Hierin moeten ze alle betalingen oplijsten aan personen die gevestigd zijn in belastingparadijzen, van zodra deze betalingen gezamenlijk meer dan €100.000 bedragen in het belastbaar tijdperk. Eind vorig jaar publiceerde de fiscus een update van de administratieve richtlijnen hieromtrent. We zetten daarom alles nog even op een rijtje.
Wanneer een vennootschap of zelfstandige vergoedingen of voordelen alle aard toekent, moet hij/zij voor 30 juni van het volgende jaar de nodige fiscale fiches 281.50 indienen om te vermijden dat de kost als niet-aftrekbaar wordt bestempeld of – in het ergste geval – onderworpen wordt aan een aanslag geheime commissielonen. Deze verplichting brengt voor sommige ondernemingen elk jaar heel wat administratieve last met zich mee. Hier is de overheid zich gelukkig ook van bewust.
Met ingang van 1 januari 2022 gelden nieuwe (vereenvoudigde) modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6% voor renovatie – en herstellingswerken aan woningen ouder dan tien of vijftien jaar.
Om tegemoet te komen aan de stijgende energieprijzen, heeft de federale regering beslist om het btw-tarief op elektriciteit en gas tijdelijk te verlagen van 21% naar 6%.
De wetgever heeft met ingang van 1 januari 2022 wijzigingen aangebracht aan de medische vrijstelling om tegemoet te komen aan een discriminatie die in de wetgeving was geslopen in 2015. De wijziging omvat zowel het materiële toepassingsgebied als het personele toepassingsgebied van de vrijstelling.
De (maximale) tussenkomst van de werkgever voor thuiswerk werd recent verhoogd. In dit artikel vindt u een overzicht van de toepasselijke maxima.
We evolueren meer en meer naar een leefomgeving waar voertuigen niet meer uitsluitend op traditionele brandstoffen, zoals benzine of diesel, worden aangedreven maar wel meer en meer (al dan niet volledig) elektrisch worden aangestuurd. De automobielsector evolueert dan ook mee en voorziet momenteel reeds diverse oplossingen, zoals aangepaste oplaadinfrastructuren en -systemen waarmee batterijen van elektrische en hybride voertuigen worden opgeladen. Daarnaast gaan werkgevers meer en meer oplaadpunten binnen hun eigen onderneming opstellen of bij hun werknemers voorzien, als aanvulling op hun ter beschikking gestelde bedrijfswagenpark. Deze wijzigende omstandigheden brengen dan ook diverse vragen met zich mee. Met de recente circulaire heeft de Belgische btw-administratie gepoogd de btw-behandeling voor, (1) de levering en installatie van laadstations en (2) het opladen van elektriciteit voor hybride en elektrische wagens, in kaart proberen te brengen.
In onze editie van februari 2020 bespraken we de wijzigingen die de hervorming van de vennootschapsbelasting met zich meebracht op het vlak van de fiscale behandeling van autokosten. Twee jaar later heeft deze regeling al een einddatum gekregen. In navolging van het regeerakkoord gesloten in mei, zet nieuwe wetgeving van eind november 2021 nu in op een volledige vergroening van het bedrijfswagenpark.
Het gebeurt vaak dat een onderneming haar werknemers en/of bedrijfsleiders wenst te belonen voor het extra werk dat zij hebben verricht en de bijdrage die ze hebben geleverd in de resultaten van het bedrijf. In deze bijdrage worden drie stimulansen besproken die kunnen worden gebruikt om op een efficiënte wijze deze sleutelfiguren binnen een onderneming te belonen: de winstpremie, het inschrijvingsrecht (vroeger warrant) en de aandelenoptie. Per stimulans wordt de boekhoudkundige verwerking als de fiscaal- en sociaalrechtelijke behandeling besproken in de situatie dat de werkgever-vennootschap dergelijke stimulansen rechtstreeks toekent aan haar werknemers en/of bedrijfsleiders.
Het nieuwe Belgische belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers
Vaak wensen ondernemers bepaalde ‘sleutelfiguren’ binnen het bedrijf goed te verlonen en voor langere tijd aan het bedrijf te binden. Het toekennen van aandelenopties kan daarbij een interessante piste zijn. Het uiteindelijke (financiële) voordeel van aandelenopties zal uiteraard afhankelijk zijn van de waardestijging van de achterliggende aandelen. Indien door onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld de huidige Covid-crisis) de verwachte waardestijging niet gerealiseerd wordt, heeft de betrokken medewerker mogelijks belasting betaald op een voordeel dat achteraf onbestaande of onvoldoende blijkt te zijn om de gemaakte kosten te compenseren. In zulk geval rijst de vraag of hiervoor oplossingen zijn. De rulingcommissie laat alvast ruimte voor enkele vangnetten. We herhalen kort het fiscaal regime en bespreken vervolgens deze mogelijkheden. Uiteraard is elk concreet geval anders en dient het nodige concrete onderzoek te gebeuren vooraleer in te grijpen.
Wijziging btw-vrijstelling internationaal transport vanaf 1 april 2022
Liquidatiereserve en Tax Shelter-investering: een mogelijke combinatie?
Fiscale controle vanop afstand: een Paard van Troje
De zorgvolmacht bestaat al langer, maar zijn populariteit blijft nog steeds toenemen. Dat een zorgvuldig opgemaakte zorgvolmacht bovendien een krachtig instrument voor vermogensplanning kan zijn, is tijdens de huidige pandemie nogmaals gebleken. Nieuw is dat sinds 1 januari 2021 in de zorgvolmacht een expliciete rechtskeuze kan worden gemaakt. Wat betekent dit voor uw zorgvolmacht?
Special tax regime for inpatriates and inpatriate researchers
De boekhoudkundige behandeling van de afstand van schuldvordering in het kader van een procedure tot gerechtelijke reorganisatie
Heeft de rechtsgeldigheid van een factuur impact op het recht op aftrek van btw?
De inwerkingtreding van de aangekondigde wijzigingen in de erf- en schenkbelasting nadert met rasse schreden. Niet enkel nemen we afscheid van het fiscaal voordelige duolegaat en verwelkomen we de ‘vriendenerfenis’, ook de tarieven om te schenken en legateren aan goede doelen worden onder handen genomen. De wijzigingen zullen van toepassing zijn op schenkingen en overlijdens die plaatsvinden vanaf 1 juli 2021.
De sector van de e-commerce is booming business. Een fundamentele wijziging van de btw-regels voor deze elektronische handel drong zich op binnen een Europese context. Met ingang van 1 juli 2021 zullen op gelijkvormige wijze nieuwe btw-regels van toepassing zijn met een dubbele finaliteit, enerzijds vereenvoudiging en modernisering en anderzijds fraudebestrijding. Het basisprincipe achter deze regels is belastingheffing in de lidstaat van verbruik. De hervorming komt neer op een uitbreiding van het ‘éénloketsysteem’ dat nu al geldt voor telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten.
Als Belgisch rijksinwoner bent u verplicht om uw wereldwijd inkomen aan te geven in uw Belgische aangifte personenbelasting. Dit wereldwijd inkomen omvat onroerend en roerend inkomen, beroepsinkomen en divers inkomen, waardoor u de inkomsten van uw onroerende goederen moet vermelden in uw aangifte. Enkel de gezinswoning is van voorgenoemde aangifteplicht vrijgesteld. Het bedrag dat u moet aangegeven wordt bepaald door de ligging van uw onroerende goed (in België of in het buitenland) en hoe u dit aanwendt (eigen gebruik, private verhuur of professionele verhuur). Een Belgisch rijksinwoner met een onroerend goed gelegen in België dat hij zelf gebruikt of verhuurt aan personen die dit onroerend goed aanwenden voor bewoning, wordt belast op een forfaitair geraamd bedrag dat rekening houdt met het kadastraal inkomen van het onroerend goed. Dit kadastraal inkomen (‘KI’) vertegenwoordigt de netto jaarhuurwaarde van een onroerend goed in het jaar 1975. Onroerende goederen gelegen in het buitenland werden lange tijd anders behandeld dan deze gelegen in België. In plaats van de forfaitaire belastbare basis te hanteren, werd de belastbare basis van in het buitenland gelegen onroerende goederen bepaald door hun nettohuurwaarde of nettohuurinkomen. In beide situaties lag de belastingdruk hoger dan bij Belgische onroerende goederen. Noteer dat onroerende goederen gelegen in het buitenland van belasting worden vrijgesteld in België wanneer België met dat ander land een verdrag tot voorkoming van dubbele belasting heeft afgesloten. Het aangegeven bedrag wordt dus niet belast, maar wordt in rekening gebracht om het belastingtarief te bepalen dat van toepassing is op de andere, in België belastbare, inkomsten (de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’). Indien echter buitenlands onroerend goed op dezelfde manier zou worden behandeld als Belgisch onroerend goed (met name op forfaitaire basis), zal dit ten voordele zijn van de belastingplichtige. Bovenstaande ongelijke behandeling werd door het Hof van Justitie aanzien als belemmering van het vrij verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie. In 2014 werd België voor de eerste keer veroordeeld voor het verschil in behandeling tussen Belgisch en buitenlands onroerend goed dat voor eigen gebruik wordt aangewend. Vier jaar later volgde een tweede veroordeling, deze keer wat betreft de privatief verhuurde onroerende goederen. Vorig jaar werd België opnieuw door het Hof veroordeeld. Dit had de betaling van €2 miljoen en bijkomend €2.500 per dag dat de ongelijkheid nog niet is weggewerkt tot gevolg.
Vergoedingen die werkgevers toekennen aan hun werknemers ten gevolge van thuiswerk, is door de aanhoudende Covid-19-crisis, een brandend actueel thema. In ons artikel ‘Covid-19: thuiswerk forfaitair vergoed’, gaven we al mee dat werkgevers een forfaitaire vergoeding voor thuiswerk konden toekennen. In dit artikel werden de voornaamste krachtlijnen van de door de fiscus gepubliceerde circulaire van 14 juli 2020 toegelicht . Recentelijk werd hierover een nieuwe circulaire uitgevaardigd . We lichten hieronder de belangrijkste principes en nieuwigheden verder toe.
Vele ondernemingen die onder andere actief zijn in de entertainmentsector, eventsector, horeca, etc., hebben sinds maart 2020 hun deuren moeten sluiten ingevolge de verschillende lockdowns die door de federale overheid werden opgelegd om de coronapandemie in te dijken. Ingevolge de verschillende lockdowns werden de gebouwen en machines van verschillende ondernemingen gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt. Ondanks de verplichte sluiting zullen de ondernemingen toch geconfronteerd worden met de onroerende voorheffing die een jaarlijkse vaste kost is op hun gebouwen en materieel en outillage. In dergelijke moeilijke omstandigheden is het dienen te betalen van onroerende voorheffing een extra aderlating. Indien bepaalde voorwaarden voldaan zijn, zouden de ondernemingen een vermindering van onroerende voorheffing kunnen aanvragen. Deze mogelijkheid zou voor sommige ondernemingen een aanzienlijke besparing kunnen opleveren.
Op 11 maart 2021 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) uitspraak gedaan in het arrest-Danske Bank betreffende de diensten die de maatschappelijke zetel van een vennootschap die deel uitmaakt van een btw-eenheid in een EU-lidstaat verstrekt aan haar filiaal in een andere lidstaat.
