Op 19 december 2023 heeft België de ‘Pillar 2’-wetgeving geïmplementeerd die een minimaal effectief belastingtarief van 15% invoert voor multinationale ondernemingsgroepen (MNO's) of grote binnenlandse groepen met geconsolideerde jaarinkomsten van meer dan 750 miljoen euro. De regels zijn van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 31 december 2023.
Een vennootschap die een winstgevende activiteit uitoefent en haar maatschappelijke zetel of voornaamste inrichting in België heeft, valt onder de toepassing van de vennootschapsbelasting. Buitenlandse vennootschappen die bedrijfsactiviteiten voeren in België en op die manier geacht worden te beschikken over een belastbare vaste inrichting, vallen dan weer onder de toepassing van de belasting voor niet-inwoners (vennootschappen), grotendeels in lijn met de vennootschapsbelasting.
Sinds begin 2024 is een belangrijke wijziging van kracht in het stelsel van het verlaagde btw-tarief van 6% voor de afbraak en heropbouw van gebouwen. Deze hervorming beoogde een rationalisering en vereenvoudiging van de vorige regelgeving, die al meerdere jaren van toepassing was.
Vóór 15 december 2020 was het een courante praktijk: een schenking van aandelen, geld of andere roerende goederen voor een Nederlandse notaris, ook wel de ‘kaasroute’ genoemd. De schenker(s) en de begiftigde(n) konden op die manier een schenking doen, hadden een notariële akte waarmee de schenking te allen tijde kon worden bewezen én – last but not least – de schenking was niet verplicht registreerbaar in België, waardoor er geen schenkbelasting op verschuldigd was. ‘Best of both worlds’ dus… Sinds 15 december 2020 zijn ook schenkingsakten verleden in het buitenland evenwel verplicht registreerbaar in België, waardoor op schenkingen voor Nederlandse notaris vanaf die datum ook schenkbelasting verschuldigd is in België. Vanuit de praktijk dient zich nu een alternatief aan voor deze kaasroute: de ‘bierroute’. We lichten voor u graag even toe hoe deze nieuwe schenkingstechniek in haar werk gaat en waarmee u rekening moet houden.
Op 21 juni 2023 werd het nieuwe (dubbel)belastingverdrag tussen Nederland en België ondertekend, dat naar alle verwachting in werking zal treden op 1 januari 2025. Het nieuwe verdrag brengt toch wel wat wijzigingen met zich mee. Daarom slaan Grant Thornton België en Grant Thornton Nederland de handen in elkaar om in een reeks van artikels de belangrijkste wijzigingen toe te lichten. We bijten de spits af met het begrip ‘vaste inrichting’ uit artikel 5, dat in het nieuwe verdrag aanzienlijke wijzigingen heeft ondergaan.
In 2015 werd het aanslagstelsel voor juridische constructies ingevoerd. Al snel kreeg dit aanslagstelsel een bijnaam: de Kaaimantaks. Deze nieuwe vorm van belastingheffing moest toelaten om inkomsten van bepaalde juridische constructies – zoals trusts, buitenlandse stichtingen en laag belaste buitenlandse entiteiten – te belasten in hoofde van de Belgische oprichters. In de loop der jaren werd deze regelgeving reeds een aantal keren aan een grondige herziening onderworpen. Recent werd in De Kamer het wetsvoorstel goedgekeurd waarbij de tanden van de Kaaiman nog maar eens worden aangescherpt. We overlopen kort de belangrijkste wijzigingen.
Indien een werkgever een personenwagen ter beschikking stelt van zijn werknemer of bedrijfsleider, waarbij het voertuig ook voor persoonlijk gebruik mag gebruikt worden, ontstaat een belastbaar voordeel alle aard (VAA). Dit voordeel alle aard is aan bedrijfsvoorheffing onderworpen. De waarde van het voordeel wordt toegevoegd aan het bedrag van de bezoldigingen en onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. Voordelen van alle aard zijn normaal gezien belastbaar voor hun werkelijke waarde. Voor bedrijfswagens wordt de waarde echter forfaitair vastgelegd.
Helaas wordt elke onderneming op jaareinde geconfronteerd met openstaande klantenvorderingen. Soms is dit louter een vergetelheid vanwege de klant, maar mogelijks gaat het om facturen waarvan de inning twijfelachtig is omdat de klant niet akkoord gaat met de factuur of omdat de klant financiële problemen heeft. In dit laatste geval, rijst de vraag hoe en wanneer u dit verlies in resultaat kan nemen.
Vanaf aanslagjaar 2024 (inkomsten 2023 of boekjaren afsluitend 31/12/2023 of later) is er een nieuwe formaliteit te vervullen om huurkosten fiscaal aftrekbaar te houden. De huurkost van een woning bestemd voor huisvesting is voortaan niet meer aftrekbaar.
Jarenlang bleef het stil rond de jaarlijkse taks ter vergoeding van successierechten, beter bekend als de patrimoniumtaks. Deze vorm van vermogensbelasting is van toepassing op (internationale) verenigingen zonder winstoogmerk ((i)vzw’s) en private stichtingen. Op 28 december 2023 heeft echter een nieuwe wet houdende diverse fiscale bepalingen voor verandering gezorgd, waarbij verschillende aanpassingen zijn doorgevoerd in de patrimoniumtaks. Deze wijzigingen omvatten onder andere de belastbare grondslag, het tarief, de vrijstellingen en een uitzondering voor specifieke sectoren. Deze veranderingen hebben aanzienlijke gevolgen voor (internationale) verenigingen zonder winstoogmerk ((i)vzw’s) en private stichtingen. Om een beter inzicht te bieden, bespreken we hieronder kort de belangrijkste wijzigingen.
De afgelopen jaren werden de controles op de correcte inhouding van de bedrijfsvoorheffing (op basis van voorgenoemd Koninklijk Besluit) verhoogd. De belastingadministratie is recent begonnen met het controleren en corrigeren van de inhoudingsverplichtingen inzake de bedrijfsvoorheffing zowel in hoofde van de werkgever (vennootschap) die de bezoldigingen uitbetaalt als in hoofde van de genieter (vaak de bedrijfsleider) die de bezoldigingen ontvangt.
Met het jaareinde in zicht rijst vaak de vraag wat te doen met het openstaande saldo r/c van de zaakvoerder. We overlopen kort de gevolgen van een debet / of creditsaldo.
Wanneer men leent voor een woning ‘andere dan de eigen woning’ (bijvoorbeeld tweede woning of buitenverblijf), kan men tot op heden voor kapitaalaflossingen een belastingvoordeel genieten. De kapitaalaflossingen komen immers in aanmerking voor de federale belastingvermindering van het langetermijnsparen van 30% (onder de noemer ‘langetermijnsparen’).
Voor een buitenlandse onderneming die aanwezig is in België en hier er transacties verricht, stelt zich de vraag of deze aanwezigheid ook een vaste inrichting vormt voor btw-doeleinden in België. Het omgekeerde geldt ook voor een Belgische onderneming die aanwezig is in een andere lidstaat.
Als onderdeel van een multinationale groep moet je waarschijnlijk je transfer pricing of verrekenprijzen documenteren. Wat zijn je plichten en hoe vervul je ze?
Wanneer een Belgische onderneming naar het buitenland kijkt voor een uitbreiding van haar activiteiten, is een analyse van de mogelijke vaste inrichting-problematiek wellicht niet het eerste dat op de agenda staat. Toch is het niet slecht om hier tijdig bij stil te staan en enkele aandachtspunten in het achterhoofd te houden. Zowel de Belgische belastingadministratie als andere landen gaan tegenwoordig immers actiever ‘op zoek’ naar vaste inrichtingen op hun grondgebied en kijken daarvoor naar allerlei factoren, zoals een btw-nummer, payroll, onroerende goederen, enzovoort. De problematiek speelt overigens niet enkel voor vennootschappen maar ook voor eenmanszaken, die eveneens een buitenlandse vaste inrichting kunnen hebben.
