Sinds een aantal jaren kan men genieten van het zogenaamde VVPRbis-gunstregime, dat toelaat de roerende voorheffing van (standaard) 30% op dividenden te verminderen.
Een drietal jaar geleden meldden we reeds dat diverse rechtbanken en hoven van beroep geoordeeld hadden dat intrestlasten om een kapitaalvermindering en/of een dividenduitkering te financieren, fiscaal niet aftrekbaar zijn. Ondertussen zijn enkele van die rechtszaken tot voor het Hof van Cassatie gekomen, waarbij de niet-aftrekbaarheid behouden bleef. Daarenboven heeft het Hof van Beroep te Antwerpen in een nieuw arrest de fiscale aftrekbaarheid van intrestlasten geweigerd.
Eind 2020 is voor vennootschappen (en voor in België belastbare vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen) het fiscaal gunstregime van de ‘wederopbouwreserve’ ingevoerd. Deze wederopbouwreserve werd initieel aangekondigd samen met de zogenaamde ‘carry-back’ regeling voor fiscale verliezen, maar beide maatregelen werden uiteindelijk van elkaar losgekoppeld in de loop van het wetgevend proces. De carry-back regeling werd reeds goedgekeurd in juni 2020. Voor de wederopbouwreserve was het wachten tot december 2020.
Onder invloed van de Europese Anti Tax Avoidance Directive bracht de tweede fase van de hervorming vennootschapsbelasting een nieuwe regel rond aftrekbaarheid van interesten met zich mee, in de praktijk vaak de ‘EBITDA-regel’ genoemd. Netto-interestlasten (het zogenaamde ‘financieringskostensurplus’) zijn niet aftrekbaar in de mate dat ze de hoogste van 2 grenzen overschrijden: (i) 30% van de fiscale EBITDA of (ii) 3 miljoen euro. Door deze hoge grens lijkt de EBITDA-regel in eerste instantie misschien niet van belang voor uw vennootschap(pen), maar er zitten enkele addertjes onder het gras.
Vennootschappen die reeds 5 jaar lang via een deelneming van minstens 90% verbonden zijn, hebben de mogelijkheid om hun fiscaal verlies van aanslagjaar 2020 (boekjaren beginnende ten vroegste op 1 januari 2019) door te geven via de zogenaamde ‘groepsbijdrage’.
Vennootschappen hebben soms de mogelijkheid om een deel van hun resultaat vrij te stellen door de aanleg van een vrijgestelde reserve. Deze reserves zijn echter slechts vrijgesteld zolang de zogenaamde ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’ is voldaan. De reserve moet op een afzonderlijke passiefrekening van de balans worden uitgedrukt en daar behouden blijven. Van zodra deze voorwaarde niet (meer) voldaan is, wordt de vrijgestelde reserve onmiddellijk belastbaar.
Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe vennootschapsrecht op 1 mei onderging de BVBA een volledige metamorfose en werd de BV (besloten vennootschap). Eén van de belangrijkste wijzigingen is ongetwijfeld de afschaffing van het maatschappelijk kapitaal. Maar wat zijn de fiscale gevolgen hiervan?
De spelregels inzake (het belastingvrij uitkeren van) kapitaalverminderingen zijn grondig gewijzigd (art. 18 WIB’92). De fiscale gevolgen zijn nu afhankelijk van de samenstelling van het volledig eigen vermogen, en de vrije keuze welke elementen worden uitgekeerd, is afgeschaft. De fiscus heeft ondertussen een en ander verduidelijkt (circulaire 2018/C/103 dd. 2/8/2018). Om onaangename verrassingen te vermijden, overlopen we kort de belangrijkste aandachtspunten.
Uw vennootschap kan sinds 1 juli 2016 gebruikmaken van de zogenaamde ‘aftrek voor innovatie-inkomsten’ (voorheen ‘aftrek octrooi-inkomsten’). Deze aftrek bedraagt 85% van het gecorrigeerd netto-inkomen uit intellectuele eigendomsrechten, zoals octrooien, beschermingscertificaten, auteursrechtelijk beschermde software, kwekersrechten en van overheidswege toegekende data- en marktexclusiviteiten. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen publiceerde onlangs een ontwerpadvies over de boekhoudkundige verwerking. Hierbij is het van belang of het intellectueel eigendomsrecht al dan niet reeds is ontstaan. Indien dit het geval is, vindt de aftrek uitsluitend plaats via de aangifte en is er dus geen boekhoudkundige verwerking.
