De regering-De Wever verhoogt de belastingtarieven op winstuitkering bij kleine vennootschappen, waardoor kmo’s extra fiscale druk ervaren. Volgens Frederik De Graeve zijn deze maatregelen geen rechtvaardige hervorming, maar een snelle oplossing voor begrotingsproblemen die de hele economie raken. De tariefverhogingen worden verkocht als een strijd tegen misbruik, maar treffen in werkelijkheid elke kleine onderneming. Dit beleid leidt tot minder investeringen, hogere prijzen en een algemene belastingverhoging die ondernemers, werknemers en consumenten raakt. Frederik pleit voor een gerichte en consequente aanpak van misbruik, in plaats van algemene tariefverhogingen.
Bij de start van de Covid-19 crisis hebben de federale en regionale regeringen meteen enkele fiscale (en andere) maatregelen ingevoerd. Deze waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het helpen voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen en zelfstandigen. Op langere termijn is het niet alleen (de nood aan) cash die kopzorgen veroorzaakt. De impact van de huidige crisis gaat veel verder en het is duidelijk dat het enkele jaren zal kunnen duren voor de aangerichte economische schade zal zijn verwerkt.
Graag bespreken we kort het onderscheid tussen beiden en herhalen we een aantal basisprincipes inzake de fiscale aftrekbaarheid met het oog op de eindejaarsafsluiting.
Bij de start van de Covid-19 crisis hebben de federale en regionale regeringen meteen enkele fiscale (en andere) maatregelen ingevoerd. Deze waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het helpen voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen en zelfstandigen. Op langere termijn is het niet alleen (de nood aan) cash die kopzorgen veroorzaakt. De impact van de huidige crisis gaat veel verder en het is duidelijk dat het enkele jaren zal kunnen duren voor de aangerichte economische schade zal zijn verwerkt.
Bij de start van de Covid-19 crisis hebben de federale en regionale regeringen meteen enkele fiscale (en andere) maatregelen ingevoerd. Deze waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het helpen voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen en zelfstandigen. Op langere termijn is het niet alleen (de nood aan) cash die kopzorgen veroorzaakt. De impact van de huidige crisis gaat veel verder en het is duidelijk dat het enkele jaren zal kunnen duren voor de aangerichte economische schade zal zijn verwerkt.
U herinnert zich vast nog het belang van het toekennen van een bezoldiging van (minstens) €45.000 aan een bedrijfsleider-natuurlijk persoon. Er is ondertussen al veel inkt gevloeid over dit aspect zodat wij het zinvol achten u te informeren over de stand van zaken. U zal merken dat de praktische uitwerking niet altijd evident is en dat helaas ook nog niet alle onduidelijkheden zijn weggewerkt.
Vennootschappen die minder dan €45.000 bezoldiging betalen aan een bedrijfsleider-natuurlijke persoon, zijn voortaan onderworpen aan een afzonderlijke (aftrekbare) belasting van 5,1% (aanslagjaar 2019-2020) of 10% (vanaf aanslagjaar 2021) over het te weinig uitgekeerde bedrag (behoudens lager belastbaar resultaat). Aangezien de tekst van het nieuw wetsartikel niet geheel duidelijk is, doken al snel allerhande theorieën op. Ondertussen werd een en ander verduidelijkt, maar werd ook al reparatiewetgeving voorgesteld.
De daling van het tarief van de vennootschapsbelasting nodigt uit om te werken via een vennootschap. Om te vermijden dat (te) veel zelfstandigen een vennootschap zouden oprichten, zijn er een aantal maatregelen genomen die het tariefvoordeel inperken. Zo wordt bijvoorbeeld de vereiste van een minimale bedrijfsleidersbezoldiging uitgebreid.
Het is geen geheim dat het management van heel wat bedrijven in handen is van een andere vennootschap. Ofwel gaat het dan over de zgn. managementvennootschap van de bedrijfsleider (of andere leden van het hoger management), ofwel over een andere vennootschap binnen een grotere groep. Vaak wordt deze vennootschap zelfs benoemd tot bestuurder of zaakvoerder en ontvangt zij ook bestuurdersvergoedingen en/of tantièmes.
Kaaimantaks niet van toepassing op entiteiten met daadwerkelijke economische activiteit
