Op 1 januari 2023 zijn een aantal wijzigingen in werking getreden die een impact hebben op de toepassing van de btw-aftrekregeling inzake ‘Werkelijk Gebruik' waarvan gemengde btw-plichtigen gebruik kunnen maken. De nieuwe regeling voert een verplichte elektronische voorafgaandelijke kennisgeving in voor bestaande en nieuwe btw-plichtigen die de regeling van het werkelijk gebruik al hanteren of wensen te hanteren.
We evolueren meer en meer naar een leefomgeving waar voertuigen niet meer uitsluitend op traditionele brandstoffen, zoals benzine of diesel, worden aangedreven maar wel meer en meer (al dan niet volledig) elektrisch worden aangestuurd. De automobielsector evolueert dan ook mee en voorziet momenteel reeds diverse oplossingen, zoals aangepaste oplaadinfrastructuren en -systemen waarmee batterijen van elektrische en hybride voertuigen worden opgeladen. Daarnaast gaan werkgevers meer en meer oplaadpunten binnen hun eigen onderneming opstellen of bij hun werknemers voorzien, als aanvulling op hun ter beschikking gestelde bedrijfswagenpark. Deze wijzigende omstandigheden brengen dan ook diverse vragen met zich mee. Met de recente circulaire heeft de Belgische btw-administratie gepoogd de btw-behandeling voor, (1) de levering en installatie van laadstations en (2) het opladen van elektriciteit voor hybride en elektrische wagens, in kaart proberen te brengen.
Ondertussen tikt de Brexit-klok verder richting einde van de overgangsperiode. De mogelijkheid om deze overgangsperiode te verlengen, is inmiddels op 1 juli 2020 verstreken. Het lijkt er dus op dat op 1 januari 2021 het doek onherroepelijk over de Brexit zal vallen. Momenteel wordt nog onderhandeld over een handelsakkoord, om nog tegen het einde van het jaar een akkoord te bereiken. In principe heeft dergelijk handelsakkoord geen gevolgen voor de btw. Zal er, door de verloren corona-tijd en de druk om alsnog tot een onderhandeld handelsakkoord te komen, toch nog een ‘speciale’ verlenging van de overgangsperiode komen, en dus ook een uitstel van (onder meer) de btw-gevolgen?
Naar aanleiding van de wetswijziging van 29 november 2017 en de diverse recente Europese arresten met betrekking tot de kwalificatie van een “zeeschip” en de toepassing van de btw-vrijstelling in schakels voorafgaand aan de leveringen aan een “zeeschip”, werd op 29 mei 2019 uiteindelijk in België een nieuw administratief rondschrijven opgemaakt, dat de oude aanschrijving n° 24 van 1978 wijzigt en aanvult. De nieuwe regeling poogt daarmee zo pragmatisch mogelijk een correcte toepassing van de btw-wetgeving binnen de maritieme sector te verzekeren.
Op 29 maart 2019 om middernacht zal het Verenigd Koninkrijk (UK) de EU verlaten. Als er een akkoord voor de uitstap is, dan volgt er een overgangsperiode van 30.03.2019 tot 31.12.2020. Tijdens die periode wordt het Verenigd Koninkrijk nog verder beschouwd als een EU-lidstaat en verandert er dus niets tot en met 31.12.2020. Is er geen akkoord (‘no deal Brexit’), dan wordt het Verenigd Koninkrijk vanaf 30.03.2019 beschouwd als een derde land. Ondernemingen die handel drijven met de UK, dienen zich dan ook voor te bereiden om zo weinig mogelijk verstoringen van de handelsstromen te voelen.
Veel ondernemers botsen tegen de vraag wat de Brexit voor hun bedrijf kan betekenen. Inmiddels tikt de klok echter onverbiddelijk verder en veel tijd is er niet meer tot 29 maart 2019. Op deze datum wordt de Brexit officieel en zijn er maar twee scenario’s mogelijk: ofwel is er een ‘deal’, ofwel is er ‘no deal’.
