Bij de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (‘WVV’) werd gepoogd om de gevolgen inzake vennootschapsbelasting zo beperkt mogelijk te houden. Deze ‘fiscale neutraliteit’ is over het algemeen verwezenlijkt.
De OESO/G20 heeft eind 2021 richtlijnen uitgevaardigd met de bedoeling om het risico op uitholling van de belastbare grondslag te verminderen, alsook om winstverschuivingen tussen landen tegen te gaan. Deze nieuwe regels sluiten aan bij het ‘Base Erosion and Profit Shifting’ (‘BEPS’) project en werden in de zogenaamde ‘Pillar 1’- en ‘Pillar 2’-rapporten gegoten.
Tot voor kort had een werknemer enkel recht op een fietsvergoeding indien er in de sector een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) bestond die dit recht toekende of indien de werkgever dit vrijwillig toekende aan haar werknemers. Vanaf 1 mei 2023 heeft elke werknemer die met de fiets naar het werk komt en aan bepaalde voorwaarden voldoet, recht op een fietsvergoeding. Deze regeling is van toepassing op alle werkgevers uit de private sector.
Vennootschappen zijn gehouden om jaarlijks een aangifte vennootschapsbelasting in te dienen . De algemene regel luidt dat vanaf de balansdatum, ongeacht de datum van de algemene vergadering, er een termijn bestaat van 7 maanden om de aangifte tijdig in te dienen. Echter in de praktijk staat de Minister van Financiën jaarlijks een bijkomend uitstel toe, waardoor vennootschappen die hun boekjaar afsluiten op 31 december over een langere periode beschikken om hun aangifte vennootschapsbelasting tijdig in te dienen. Op basis van de zogenaamde ‘Engagementsverklaring’ zoals ondertekend door het ITAA (Institute for Tax Advisors and Accountants) en de Minister van Financiën, zullen dergelijke bijkomende uitstellen beperkt worden in de tijd. Voor aanslagjaar 2023, dat geldt als overgangsjaar, werd de uiterste indieningsdatum voor die vennootschappen vastgepind op 9 oktober 2023.
Tijdens de COVID-19-pandemie moesten veel grensarbeiders noodgedwongen (ten minste deeltijds) van thuis uit werken. Omdat steeds meer werknemers het thuiswerken hebben omarmd, hebben de meeste werkgevers inmiddels een hybride werkbeleid ingevoerd. In een grensoverschrijdende arbeidssituatie heeft dit aanzienlijke gevolgen op het vlak van de inkomstenbelasting en de sociale zekerheid. Dit vereist een gerichte en weloverwogen aanpak. Tijd voor een update.
Sinds 1 januari 2023 is de zogenaamde Franse ‘taxe d’habitation’ niet meer van verschuldigd voor de woning die dienst doet als de hoofdverblijfplaats. Voor tweede verblijven en leegstaande woningen blijft deze taxe d’habitation wel verschuldigd. Om te kunnen bepalen of de taxe d’habitation al dan niet van toepassing is, heeft de Franse fiscus een meldingsplicht in het leven geroepen voor iedere eigenaar van onroerende goederen in Frankrijk.
Werknemers die op buitenlandse dienstreis gaan, kunnen een forfaitaire dagvergoeding ontvangen die vrijgesteld is van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de ‘verblijfsvergoedingen’ toegekend door de FOD Buitenlandse Zaken waarbij – voor de privésector – een onderscheid gemaakt wordt tussen opdrachten van ‘korte duur’ en langdurige dienstreizen.
Vandaag de dag kan men er niet meer naast kijken: de verstrengde kostenaftrek voor auto’s met een verbrandingsmotor , de verhoogde kostenaftrek en belastingvermindering voor elektrische laadpalen, de investeringsaftrek voor emissievrije vrachtwagens en hun laadinfrastructuur enzovoort. De fiscale vergroening is vandaag op kruissnelheid door de recente invoering van tal van nieuwe fiscale maatregelen. Hierdoor zou men vergeten dat er al geruime tijd een fiscale stimulans bestaat voor energiebesparende investeringen, met name de investeringsaftrek voor vaste activa “die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie”, in deze bijdrage verder naar verwezen als ‘de investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen’.
Indien een werkgever een personenwagen ter beschikking stelt van zijn werknemer of bedrijfsleider, waarbij het voertuig ook voor persoonlijk gebruik mag gebruikt worden, ontstaat een belastbaar voordeel alle aard (VAA). Dit voordeel alle aard is aan bedrijfsvoorheffing onderworpen. De waarde van het voordeel wordt toegevoegd aan het bedrag van de bezoldigingen en onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. Voordelen van alle aard zijn normaal gezien belastbaar voor hun werkelijke waarde. Voor bedrijfswagens wordt de waarde echter forfaitair vastgelegd.
Op 1 januari 2023 zijn een aantal wijzigingen in werking getreden die een impact hebben op de aloude verlegging-regeling inzake btw die betrekking heeft op de uitvoering van werken in onroerende staat in België.
Op 1 januari 2023 zijn een aantal wijzigingen in werking getreden die een impact hebben op de toepassing van de btw-aftrekregeling inzake ‘Werkelijk Gebruik' waarvan gemengde btw-plichtigen gebruik kunnen maken. De nieuwe regeling voert een verplichte elektronische voorafgaandelijke kennisgeving in voor bestaande en nieuwe btw-plichtigen die de regeling van het werkelijk gebruik al hanteren of wensen te hanteren.
Cryptovaluta, waarvan de Bitcoin de meest bekende is, is tot op de dag van vandaag een hot-topic met de nodige voor- en tegenstanders. Dankzij de media-aandacht hebben steeds meer personen cryptomunten aangekocht als ‘beleggingsproduct’. Omdat de fiscale wetgeving deze nieuwe hype niet heeft kunnen bijbenen, bestaat er vandaag de dag nog geen specifiek fiscaal regime voor de eventuele meerwaarden gerealiseerd n.a.v.naar aanleiding van transacties met cryptovaluta. Hierdoor rijst vaak de vraag of deze meerwaarden belastbaar zijn en, zo ja, hoe deze moeten worden aangegeven en wat de fiscale behandeling ervan is.
Bij een controle en/of wijziging van een aangifte in de inkomstenbelasting is de fiscus gehouden door strikte onderzoeks- en aanslagtermijnen. De onderzoekstermijn is de termijn waarbinnen de fiscus een belastingaangifte kan controleren en inlichtingen kan vragen. De aanslagtermijn is de termijn waarbinnen de fiscus een (eerste of bijkomende) aanslag kan vestigen
Het tax shelter-systeem werd reeds sinds 2003 ingevoerd om ondernemingen de mogelijkheid te bieden om via investeringen de audiovisuele sector te ondersteunen. Het systeem werd doorheen de jaren aanzienlijk hervormd en uitgebreid tot podiumproducties in 2017 en recent nog voor videospellen.
De inkt van ons vorige artikel in verband met de fiscale regels rond bedrijfswagens is net droog, maar de vele evoluties lenen zich al tot een volgende editie. Dit keer willen we verder ingaan op de laadstations, elektriciteitskosten en enkele capita selecta.
Wanneer een onroerend goed in onverdeeldheid toebehoort aan meerdere eigenaars en één van hen koopt de andere eigenaar(s) uit, dan wordt deze transactie voor de registratierechten niet als een verkoop behandeld, maar als een ‘verdeling’ (i.e. beëindiging van een onverdeeldheid). In dit geval is het verdelingsrecht verschuldigd van 2,5% op de totale waarde van het onroerend goed (en dus niet het verkooprecht).
