Het nieuwe Belgische belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers
Vaak wensen ondernemers bepaalde ‘sleutelfiguren’ binnen het bedrijf goed te verlonen en voor langere tijd aan het bedrijf te binden. Het toekennen van aandelenopties kan daarbij een interessante piste zijn. Het uiteindelijke (financiële) voordeel van aandelenopties zal uiteraard afhankelijk zijn van de waardestijging van de achterliggende aandelen. Indien door onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld de huidige Covid-crisis) de verwachte waardestijging niet gerealiseerd wordt, heeft de betrokken medewerker mogelijks belasting betaald op een voordeel dat achteraf onbestaande of onvoldoende blijkt te zijn om de gemaakte kosten te compenseren. In zulk geval rijst de vraag of hiervoor oplossingen zijn. De rulingcommissie laat alvast ruimte voor enkele vangnetten. We herhalen kort het fiscaal regime en bespreken vervolgens deze mogelijkheden. Uiteraard is elk concreet geval anders en dient het nodige concrete onderzoek te gebeuren vooraleer in te grijpen.
Wijziging btw-vrijstelling internationaal transport vanaf 1 april 2022
Liquidatiereserve en Tax Shelter-investering: een mogelijke combinatie?
Fiscale controle vanop afstand: een Paard van Troje
De zorgvolmacht bestaat al langer, maar zijn populariteit blijft nog steeds toenemen. Dat een zorgvuldig opgemaakte zorgvolmacht bovendien een krachtig instrument voor vermogensplanning kan zijn, is tijdens de huidige pandemie nogmaals gebleken. Nieuw is dat sinds 1 januari 2021 in de zorgvolmacht een expliciete rechtskeuze kan worden gemaakt. Wat betekent dit voor uw zorgvolmacht?
Special tax regime for inpatriates and inpatriate researchers
De boekhoudkundige behandeling van de afstand van schuldvordering in het kader van een procedure tot gerechtelijke reorganisatie
Heeft de rechtsgeldigheid van een factuur impact op het recht op aftrek van btw?
De inwerkingtreding van de aangekondigde wijzigingen in de erf- en schenkbelasting nadert met rasse schreden. Niet enkel nemen we afscheid van het fiscaal voordelige duolegaat en verwelkomen we de ‘vriendenerfenis’, ook de tarieven om te schenken en legateren aan goede doelen worden onder handen genomen. De wijzigingen zullen van toepassing zijn op schenkingen en overlijdens die plaatsvinden vanaf 1 juli 2021.
De sector van de e-commerce is booming business. Een fundamentele wijziging van de btw-regels voor deze elektronische handel drong zich op binnen een Europese context. Met ingang van 1 juli 2021 zullen op gelijkvormige wijze nieuwe btw-regels van toepassing zijn met een dubbele finaliteit, enerzijds vereenvoudiging en modernisering en anderzijds fraudebestrijding. Het basisprincipe achter deze regels is belastingheffing in de lidstaat van verbruik. De hervorming komt neer op een uitbreiding van het ‘éénloketsysteem’ dat nu al geldt voor telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten.
Als Belgisch rijksinwoner bent u verplicht om uw wereldwijd inkomen aan te geven in uw Belgische aangifte personenbelasting. Dit wereldwijd inkomen omvat onroerend en roerend inkomen, beroepsinkomen en divers inkomen, waardoor u de inkomsten van uw onroerende goederen moet vermelden in uw aangifte. Enkel de gezinswoning is van voorgenoemde aangifteplicht vrijgesteld. Het bedrag dat u moet aangegeven wordt bepaald door de ligging van uw onroerende goed (in België of in het buitenland) en hoe u dit aanwendt (eigen gebruik, private verhuur of professionele verhuur). Een Belgisch rijksinwoner met een onroerend goed gelegen in België dat hij zelf gebruikt of verhuurt aan personen die dit onroerend goed aanwenden voor bewoning, wordt belast op een forfaitair geraamd bedrag dat rekening houdt met het kadastraal inkomen van het onroerend goed. Dit kadastraal inkomen (‘KI’) vertegenwoordigt de netto jaarhuurwaarde van een onroerend goed in het jaar 1975. Onroerende goederen gelegen in het buitenland werden lange tijd anders behandeld dan deze gelegen in België. In plaats van de forfaitaire belastbare basis te hanteren, werd de belastbare basis van in het buitenland gelegen onroerende goederen bepaald door hun nettohuurwaarde of nettohuurinkomen. In beide situaties lag de belastingdruk hoger dan bij Belgische onroerende goederen. Noteer dat onroerende goederen gelegen in het buitenland van belasting worden vrijgesteld in België wanneer België met dat ander land een verdrag tot voorkoming van dubbele belasting heeft afgesloten. Het aangegeven bedrag wordt dus niet belast, maar wordt in rekening gebracht om het belastingtarief te bepalen dat van toepassing is op de andere, in België belastbare, inkomsten (de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’). Indien echter buitenlands onroerend goed op dezelfde manier zou worden behandeld als Belgisch onroerend goed (met name op forfaitaire basis), zal dit ten voordele zijn van de belastingplichtige. Bovenstaande ongelijke behandeling werd door het Hof van Justitie aanzien als belemmering van het vrij verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie. In 2014 werd België voor de eerste keer veroordeeld voor het verschil in behandeling tussen Belgisch en buitenlands onroerend goed dat voor eigen gebruik wordt aangewend. Vier jaar later volgde een tweede veroordeling, deze keer wat betreft de privatief verhuurde onroerende goederen. Vorig jaar werd België opnieuw door het Hof veroordeeld. Dit had de betaling van €2 miljoen en bijkomend €2.500 per dag dat de ongelijkheid nog niet is weggewerkt tot gevolg.
Vergoedingen die werkgevers toekennen aan hun werknemers ten gevolge van thuiswerk, is door de aanhoudende Covid-19-crisis, een brandend actueel thema. In ons artikel ‘Covid-19: thuiswerk forfaitair vergoed’, gaven we al mee dat werkgevers een forfaitaire vergoeding voor thuiswerk konden toekennen. In dit artikel werden de voornaamste krachtlijnen van de door de fiscus gepubliceerde circulaire van 14 juli 2020 toegelicht . Recentelijk werd hierover een nieuwe circulaire uitgevaardigd . We lichten hieronder de belangrijkste principes en nieuwigheden verder toe.
Vele ondernemingen die onder andere actief zijn in de entertainmentsector, eventsector, horeca, etc., hebben sinds maart 2020 hun deuren moeten sluiten ingevolge de verschillende lockdowns die door de federale overheid werden opgelegd om de coronapandemie in te dijken. Ingevolge de verschillende lockdowns werden de gebouwen en machines van verschillende ondernemingen gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt. Ondanks de verplichte sluiting zullen de ondernemingen toch geconfronteerd worden met de onroerende voorheffing die een jaarlijkse vaste kost is op hun gebouwen en materieel en outillage. In dergelijke moeilijke omstandigheden is het dienen te betalen van onroerende voorheffing een extra aderlating. Indien bepaalde voorwaarden voldaan zijn, zouden de ondernemingen een vermindering van onroerende voorheffing kunnen aanvragen. Deze mogelijkheid zou voor sommige ondernemingen een aanzienlijke besparing kunnen opleveren.
Op 11 maart 2021 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) uitspraak gedaan in het arrest-Danske Bank betreffende de diensten die de maatschappelijke zetel van een vennootschap die deel uitmaakt van een btw-eenheid in een EU-lidstaat verstrekt aan haar filiaal in een andere lidstaat.
