Vennootschappen die minder dan €45.000 bezoldiging betalen aan een bedrijfsleider-natuurlijke persoon, zijn voortaan onderworpen aan een afzonderlijke (aftrekbare) belasting van 5,1% (aanslagjaar 2019-2020) of 10% (vanaf aanslagjaar 2021) over het te weinig uitgekeerde bedrag (behoudens lager belastbaar resultaat). Aangezien de tekst van het nieuw wetsartikel niet geheel duidelijk is, doken al snel allerhande theorieën op. Ondertussen werd een en ander verduidelijkt, maar werd ook al reparatiewetgeving voorgesteld.
Naast het erfrecht werd in februari van dit jaar aangekondigd dat de Vlaamse erfbelasting ook zou worden aangepakt. Eind vorige week keurde de Vlaamse regering het ontwerpdecreet al goed. Dit ontwerpdecreet is nu naar het parlement voor goedkeuring. De bedoeling is dat deze wijzigingen ook in werking zouden treden op 1 september 2018.
Het tax shelter-systeem bestaat reeds sinds 2003 voor investeringen in de filmindustrie, en vanaf 2017 ook voor investeringen in podiumkunsten, waarbij de investeerder (vennootschap) zowel een fiscaal voordeel als een optioneel bijkomend financieel rendement kan bekomen. Het fiscaal voordeel bestaat erin dat de investerende vennootschap een (voorlopige) belastingvrijstelling kan krijgen van 310% van het door haar geïnvesteerde bedrag.
Een persoon kan in meerdere landen van de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland benoemd zijn tot bestuurder of zaakvoerder van een vennootschap. Bij een internationale tewerkstelling dient te worden bepaald in welk land én in welk statuut de betrokkene socialezekerheidsbijdragen moet betalen. Eind vorig jaar hebben de Belgische socialezekerheidsinstanties hun standpunt gewijzigd. Aan de hand van een voorbeeld lichten wij deze wijziging toe.
Met ingang van 1 oktober 2018 zou een optionele aanrekening van btw gelden voor onroerende verhuur van professioneel gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen, die “opgericht” of “aanzienlijk vernieuwd” worden (B2B context).
Deed u in het verleden een schenking waarbij u bepaalde begiftigden meer gaf dan andere? Heeft uw ene kind geld ontvangen en het andere kind aandelen of een onroerend goed? Of heeft u op verschillende tijdstippen aan uw kinderen geschonken? Dan is het zinvol om uw vermogensplanning te herbekijken en voor 1 september 2018 actie te ondernemen in het kader van het nieuwe erfrecht. Wij lichten dit hierna toe.
De Europese commissie heeft op 18 januari 2018 een voorstel tot wijziging van de BTW-Richtlijn gepubliceerd die de huidige regeling zou hervormen. De voorstellen hebben als doel de btw-heffing in de lidstaat van bestemming te versterken en te omkaderen. Vanuit diezelfde gedachte had ook de Ecofin-Raad van de EU op 5 december 2017 reeds een pakket maatregelen goedgekeurd inzake de btw-regeling voor e-commerce. De voorstellen worden hierna kort toegelicht. Als alles goed gaat zouden sommige van de voorgestelde wijzigingen naargelang het geval reeds in 2021 of vanaf 1 juli 2022 in werking moeten treden.
Uw vennootschap kan sinds 1 juli 2016 gebruikmaken van de zogenaamde ‘aftrek voor innovatie-inkomsten’ (voorheen ‘aftrek octrooi-inkomsten’). Deze aftrek bedraagt 85% van het gecorrigeerd netto-inkomen uit intellectuele eigendomsrechten, zoals octrooien, beschermingscertificaten, auteursrechtelijk beschermde software, kwekersrechten en van overheidswege toegekende data- en marktexclusiviteiten. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen publiceerde onlangs een ontwerpadvies over de boekhoudkundige verwerking. Hierbij is het van belang of het intellectueel eigendomsrecht al dan niet reeds is ontstaan. Indien dit het geval is, vindt de aftrek uitsluitend plaats via de aangifte en is er dus geen boekhoudkundige verwerking.
De meeste productiebedrijven beschouwen de onroerende voorheffing op hun gebouwen en ‘materieel en outillage’ als een vaste kost. Er zijn echter mogelijkheden om de onroerende voorheffing mee te laten evolueren met de activiteiten en de investeringen van het bedrijf.
Door het aanleggen van een ‘voorziening’ kan u geplande kosten of investeringen reeds boeken vooraleer u ze effectief betaalt. Door het betalen van ‘vooruitbetaalde kosten’ daarentegen kan u kosten die boekhoudkundig aan een volgend boekjaar toebehoren, fiscaal onmiddellijk in kosten nemen. Sinds de hervorming vennootschapsbelasting worden voortaan beide mogelijkheden beperkt omwille van het zogenaamde ‘matchingprincipe’.
Met retroactieve ingang vanaf aanslagjaar 2018 voert de programmawet van 25 december 2017 een nieuwe beperking in voor tal van federale belastingvoordelen. De regering heeft besloten een ‘pro rata temporis’-beperking van bestaande fiscale vrijstellingen, belastingverminderingen en andere fiscale voordelen in te voeren. In een Circulaire (Circulaire 2018/C/17) van begin februari 2018 geeft de fiscus een eerste commentaar bij deze proratisering en beperking van bepaalde fiscale voordelen.
De daling van het tarief van de vennootschapsbelasting nodigt uit om te werken via een vennootschap. Om te vermijden dat (te) veel zelfstandigen een vennootschap zouden oprichten, zijn er een aantal maatregelen genomen die het tariefvoordeel inperken. Zo wordt bijvoorbeeld de vereiste van een minimale bedrijfsleidersbezoldiging uitgebreid.
In een B2B-context vinden diensten in principe plaats daar waar de afnemer gevestigd is. Echter, voor bepaalde vervoersdiensten wordt de plaats van de dienst bepaald op basis van het ‘werkelijk gebruik’. Deze afwijkende plaatsbepalingsregel (i.e. de ‘use & enjoyment’-regel) werd gewijzigd.
Employees who have a company car for a certain period of time will be able to hand in their vehicle for a cash allowance with the same tax and social status as the company car.
Waarop te letten bij schenking roerende goederen onder last?
Internationaal goederenverkeer - onderaannemer niet langer vrijgesteld van btw
