Het zomerakkoord van 2018 zorgde voor een drastische wijziging van de aftrekbaarheid van autokosten. Een deel van de wijzigingen trad onmiddellijk in werking, maar de belangrijkste wijzigingen vinden plaats in aanslagjaar 2021 (voor boekjaren die ten vroegste aanvangen op 1 januari 2020).
Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe vennootschapsrecht op 1 mei onderging de BVBA een volledige metamorfose en werd de BV (besloten vennootschap). Eén van de belangrijkste wijzigingen is ongetwijfeld de afschaffing van het maatschappelijk kapitaal. Maar wat zijn de fiscale gevolgen hiervan?
Door de invoering van het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden zijn de ontslagvergoedingen voor beide categorieën gelijkgetrokken. Dit leidde tot een stijging van de verschuldigde vergoedingen bij ontslag. Ter compensatie van deze bijkomende (potentiële) kost werd – naar Belgische gewoonte – een nieuwe en ingewikkelde belastingvrijstelling in het leven geroepen: de ‘vrijstelling voor sociaal passief’.
Op 1 maart 2019 is de regeling inzake het mobiliteitsbudget in werking getreden, een maatregel die kadert in het streven naar een milieuvriendelijkere fiscaliteit. Vorig jaar heeft de regering reeds een eerste alternatief gelanceerd met de ‘mobiliteitsvergoeding’, waarbij een werknemer zijn bedrijfswagen kan inruilen tegen een gunstig belaste vergoeding (‘cash for car’). Nu is er dus een tweede alternatief in de vorm van het ‘mobiliteitsbudget’. Het concept is gelijkaardig, nl. de werknemer levert zijn bedrijfswagen in.
De forfaitaire waardering van het voordeel voor de terbeschikkingstelling in de woning werd eerder in de rechtspraak veroordeeld. Om de bestaande discriminatie op te lossen, was een aanpassing van de formule nodig. Eind 2018 besliste men om voortaan een vermenigvuldigingsfactor 2 te hanteren, ongeacht door wie de woning ter beschikking wordt gesteld en ongeacht de hoogte van het kadastraal inkomen (KI).
Sinds 1 januari 2018 gelden nieuwe forfaits voor de waardering van de voordelen in natura voor het privégebruik van PC of laptop (€6/maand), tablet (€3/maand), gsm of smartphone (€3/maand), telefoonabonnement (€4/maand) en internet (€5/maand, ongeacht het aantal toestellen). Voor een smartphone met abonnement bedraagt het voordeel van alle aard dus €144/jaar. In tegenstelling tot vroeger aanvaarden zowel de RSZ als de fiscus deze forfaits. Recentelijk hebben beiden echter een aantal verduidelijkingen gecommuniceerd waaruit dan weer blijkt dat ze helaas toch nog niet volledig op dezelfde golflengte zitten. Het is belangrijk om na te gaan of de interne gebruikspolicies moeten worden aangepast in functie van deze standpunten.
U herinnert zich vast nog het belang van het toekennen van een bezoldiging van (minstens) €45.000 aan een bedrijfsleider-natuurlijk persoon. Er is ondertussen al veel inkt gevloeid over dit aspect zodat wij het zinvol achten u te informeren over de stand van zaken. U zal merken dat de praktische uitwerking niet altijd evident is en dat helaas ook nog niet alle onduidelijkheden zijn weggewerkt.
De meeste bedrijfsovernames worden gerealiseerd door gebruik te maken van een overnamestructuur. Klassiek wordt hierbij een nieuwe vennootschap opgericht (vaak onder de werkbenaming newco of spv), die, naast het nodige eigen vermogen, een substantiële banklening aangaat. De financierende bank wenst zich uiteraard zoveel mogelijk in te dekken met waarborgen. Aangezien newco meestal weinig andere activa heeft dan de aandelen van de overgenomen vennootschap, dient zij zich in dit scenario vaak tevreden te stellen met een aandelenpand. Menig bank tracht dit op te lossen door een zogenaamde debt push down, waarbij de lening of een deel ervan wordt toegekend aan de overgenomen vennootschap.
Een interessante maatregel naar aanleiding van de zogenaamde taxshift is de (bijna volledige) vrijstelling van werkgeversbijdragen bij de eerste tewerkstelling in België.
Het is geen geheim dat het management van heel wat bedrijven in handen is van een andere vennootschap. Ofwel gaat het dan over de zgn. managementvennootschap van de bedrijfsleider (of andere leden van het hoger management), ofwel over een andere vennootschap binnen een grotere groep. Vaak wordt deze vennootschap zelfs benoemd tot bestuurder of zaakvoerder en ontvangt zij ook bestuurdersvergoedingen en/of tantièmes.
Kaaimantaks niet van toepassing op entiteiten met daadwerkelijke economische activiteit
