Voor legal advies houdt Fabrizio Santoro, financieel directeur bij Facilicom, korte lijnen met Grant Thornton. In ‘On a roll’ vertelt hij meer over dat partnerschap.
“Ontdek hoe u het belastbare voordeel alle aard (VAA) voor bedrijfswagens kunt berekenen voor inkomstenjaar 2026. Gebruik onze handige tool en krijg inzicht in de forfaitaire waardering van uw VAA.”
Vanaf 1 januari 2026 voert België een nieuwe meerwaardebelasting in, officieel de 'solidariteitsbijdrage' genoemd. Deze belasting is van toepassing op natuurlijke personen en VZW’s die meerwaarden realiseren op financiële activa zoals aandelen, obligaties, crypto-activa, goud en bepaalde levensverzekeringen. Historische meerwaarden tot eind 2025 blijven buiten schot. Het standaardtarief bedraagt 10%, met uitzonderingen voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (progressieve tarieven) en interne meerwaarden (33%). Er zijn vrijstellingen voorzien tot 1 miljoen euro, en specifieke regels voor emigratie, waardebepaling en verliescompensatie. De maatregel heeft belangrijke implicaties voor vermogensplanning.
Zoals iedereen intussen wel weet, zijn Belgische vennootschappen en verenigingen verplicht om hun uiteindelijke begunstigde (UBO) te registreren in het Belgische UBO-register. De correcte naleving van deze verplichting is de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, waarvan de leden dus aansprakelijk zijn als het misloopt. Maar wat als je als bestuursorgaan geconfronteerd wordt met een UBO die niet wil meewerken?
Zoals u wellicht weet wordt het begrip overmacht door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) al enige tijd soepel geïnterpreteerd en werden alle situaties van tijdelijke werkloosheid die het gevolg zijn van Covid-19 beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.
Bij de start van de Covid-19 crisis hebben de federale en regionale regeringen meteen enkele fiscale (en andere) maatregelen ingevoerd. Deze waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het helpen voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen en zelfstandigen. Op langere termijn is het niet alleen (de nood aan) cash die kopzorgen veroorzaakt. De impact van de huidige crisis gaat veel verder en het is duidelijk dat het enkele jaren zal kunnen duren voor de aangerichte economische schade zal zijn verwerkt.
De inwerkingtreding van de aangekondigde wijzigingen in de erf- en schenkbelasting nadert met rasse schreden. Niet enkel nemen we afscheid van het fiscaal voordelige duolegaat en verwelkomen we de ‘vriendenerfenis’, ook de tarieven om te schenken en legateren aan goede doelen worden onder handen genomen. De wijzigingen zullen van toepassing zijn op schenkingen en overlijdens die plaatsvinden vanaf 1 juli 2021.
Wanneer u als overnemer de aandelen overneemt van een vennootschap, zal de verkoper zich meestal garant stellen voor de toestand van de vennootschap en dit door het onderschrijven van verklaringen en waarborgen (“representations and warranties”). Op 4 december 2020 velde het Hof van Cassatie een arrest waarin het Hof de puntjes op de i zette voor de bepaling van de schadevergoeding welke door een koper van aandelen van de verkoper gevorderd kan worden wanneer blijkt dat deze verkoper verklaringen en waarborgen heeft afgelegd welke nadien onjuist blijken te zijn.
Op 1 november 2020 is het eerste deel van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek in werking getreden. Dit eerste deel is het zogenaamde boek 8 omtrent het bewijsrecht. De ’nieuwe’ regels van het bewijsrecht zijn grotendeels een bevestiging van de heersende rechtspraak en hebben voornamelijk een betere leesbaarheid en een aanpassing van het bewijsrecht aan de huidige digitale wereld voor ogen. Niettemin zijn er enkele nieuwigheden, met name met betrekking tot het bewijs door en tegen ondernemingen.
De sector van de e-commerce is booming business. Een fundamentele wijziging van de btw-regels voor deze elektronische handel drong zich op binnen een Europese context. Met ingang van 1 juli 2021 zullen op gelijkvormige wijze nieuwe btw-regels van toepassing zijn met een dubbele finaliteit, enerzijds vereenvoudiging en modernisering en anderzijds fraudebestrijding. Het basisprincipe achter deze regels is belastingheffing in de lidstaat van verbruik. De hervorming komt neer op een uitbreiding van het ‘éénloketsysteem’ dat nu al geldt voor telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten.
Voor vele vennootschappen valt het tweede kwartaal van het jaar samen met de beslissing van de aandeelhouders over de bestemming van de jaarresultaten van de onderneming. Wij maken van deze nieuwsbrief gebruik om terug te komen op enkele regels die van toepassing zijn op naamloze vennootschappen. Daarbij baseren we ons op de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV).
Als Belgisch rijksinwoner bent u verplicht om uw wereldwijd inkomen aan te geven in uw Belgische aangifte personenbelasting. Dit wereldwijd inkomen omvat onroerend en roerend inkomen, beroepsinkomen en divers inkomen, waardoor u de inkomsten van uw onroerende goederen moet vermelden in uw aangifte. Enkel de gezinswoning is van voorgenoemde aangifteplicht vrijgesteld. Het bedrag dat u moet aangegeven wordt bepaald door de ligging van uw onroerende goed (in België of in het buitenland) en hoe u dit aanwendt (eigen gebruik, private verhuur of professionele verhuur). Een Belgisch rijksinwoner met een onroerend goed gelegen in België dat hij zelf gebruikt of verhuurt aan personen die dit onroerend goed aanwenden voor bewoning, wordt belast op een forfaitair geraamd bedrag dat rekening houdt met het kadastraal inkomen van het onroerend goed. Dit kadastraal inkomen (‘KI’) vertegenwoordigt de netto jaarhuurwaarde van een onroerend goed in het jaar 1975. Onroerende goederen gelegen in het buitenland werden lange tijd anders behandeld dan deze gelegen in België. In plaats van de forfaitaire belastbare basis te hanteren, werd de belastbare basis van in het buitenland gelegen onroerende goederen bepaald door hun nettohuurwaarde of nettohuurinkomen. In beide situaties lag de belastingdruk hoger dan bij Belgische onroerende goederen. Noteer dat onroerende goederen gelegen in het buitenland van belasting worden vrijgesteld in België wanneer België met dat ander land een verdrag tot voorkoming van dubbele belasting heeft afgesloten. Het aangegeven bedrag wordt dus niet belast, maar wordt in rekening gebracht om het belastingtarief te bepalen dat van toepassing is op de andere, in België belastbare, inkomsten (de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’). Indien echter buitenlands onroerend goed op dezelfde manier zou worden behandeld als Belgisch onroerend goed (met name op forfaitaire basis), zal dit ten voordele zijn van de belastingplichtige. Bovenstaande ongelijke behandeling werd door het Hof van Justitie aanzien als belemmering van het vrij verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie. In 2014 werd België voor de eerste keer veroordeeld voor het verschil in behandeling tussen Belgisch en buitenlands onroerend goed dat voor eigen gebruik wordt aangewend. Vier jaar later volgde een tweede veroordeling, deze keer wat betreft de privatief verhuurde onroerende goederen. Vorig jaar werd België opnieuw door het Hof veroordeeld. Dit had de betaling van €2 miljoen en bijkomend €2.500 per dag dat de ongelijkheid nog niet is weggewerkt tot gevolg.
Werknemers die zich tijdens hun werkuren laten vaccineren ter bescherming tegen het coronavirus, krijgen hiervoor recht op betaalde afwezigheid van het werk.
Informatieplichtigen die voor 11 oktober 2020 hun uiteindelijke begunstigden hadden geregistreerd, hadden oorspronkelijk tot 30 april 2021 de tijd om deze bijkomende documentatie te uploaden. De deadline om aan deze bijkomende documentatieplicht te voldoen, werd recent door de FOD Financiën verlengd tot 31 augustus 2021 .
Vergoedingen die werkgevers toekennen aan hun werknemers ten gevolge van thuiswerk, is door de aanhoudende Covid-19-crisis, een brandend actueel thema. In ons artikel ‘Covid-19: thuiswerk forfaitair vergoed’, gaven we al mee dat werkgevers een forfaitaire vergoeding voor thuiswerk konden toekennen. In dit artikel werden de voornaamste krachtlijnen van de door de fiscus gepubliceerde circulaire van 14 juli 2020 toegelicht . Recentelijk werd hierover een nieuwe circulaire uitgevaardigd . We lichten hieronder de belangrijkste principes en nieuwigheden verder toe.
Vele ondernemingen die onder andere actief zijn in de entertainmentsector, eventsector, horeca, etc., hebben sinds maart 2020 hun deuren moeten sluiten ingevolge de verschillende lockdowns die door de federale overheid werden opgelegd om de coronapandemie in te dijken. Ingevolge de verschillende lockdowns werden de gebouwen en machines van verschillende ondernemingen gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt. Ondanks de verplichte sluiting zullen de ondernemingen toch geconfronteerd worden met de onroerende voorheffing die een jaarlijkse vaste kost is op hun gebouwen en materieel en outillage. In dergelijke moeilijke omstandigheden is het dienen te betalen van onroerende voorheffing een extra aderlating. Indien bepaalde voorwaarden voldaan zijn, zouden de ondernemingen een vermindering van onroerende voorheffing kunnen aanvragen. Deze mogelijkheid zou voor sommige ondernemingen een aanzienlijke besparing kunnen opleveren.
Alle landen van de Europese Economische Ruimte (EER) vallen onder de Europese GDPR-regels (GDPR = General Data Protection Resolution) en vormen aldus een - in principe - veilige haven van landen waarnaar persoonlijke data kunnen worden getransfereerd. Dit impliceert dat voor het overige aan alle voorwaarden voor datatransfers conform de GDPR en lokale databeschermingswetgeving wordt voldaan. Hierop verder ingaan zou ons hier te ver leiden. Maar wat nu met datatransfers naar het Verenigd Koninkrijk (VK) vanaf 1 januari 2021? Als onderdeel van het Brexit-akkoord tussen het VK en de Europese Unie wordt het VK nog tot 30 april 2021 (indien een lidstaat zich tegen verlenging verzet) of zelfs tot uiterlijk 30 juni 2021 beschouwd als fictief behorende tot de EER, voor wat de GDPR betreft.
In het Belgisch insolventierecht bestaan verschillende procedures die ondernemingen in moeilijkheden de mogelijkheid moeten bieden om tijdig herstelmaatregelen te nemen teneinde een faillissement af te wenden. Naar aanleiding van de economische crisis veroorzaakt door de COVID-19-pandemie, probeert de wetgever nu deze procedures (tijdelijk?) te versoepelen en toegankelijker te maken voor ondernemingen in moeilijkheden. Wij zetten hieronder de belangrijkste versoepelingen in kort bestek uiteen.
Deze bijdrage is het derde en laatste deel van onze Brexit-reeks betreffende vrij verkeer van personen en coördinatie van de sociale zekerheid . In dit deel belichten we de vaststellingsregels over de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving voor de personen die werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten en de personen die zowel werkzaamheden in loondienst als werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten.
