De indieningstermijnen voor de aangifte personenbelasting (via mandataris) en vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2022 en de btw-aangifte over het derde kwartaal/september 2022 vallen nagenoeg in dezelfde maand. Om hier een kleine spreiding in te brengen, heeft de FOD Financiën op vraag van het ITAA, het instituut dat de belangen van gecertificeerde belastingconsulenten en accountants verdedigt, beslist om de indieningstermijn voor de btw-aangifte over het derde kwartaal 2022 en september 2022 eenmalig op 25 oktober 2022 vast te leggen in plaats van 20 oktober 2022.
Met ingang van 1 januari 2022 gelden nieuwe (vereenvoudigde) modaliteiten voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6% voor renovatie – en herstellingswerken aan woningen ouder dan tien of vijftien jaar.
Om tegemoet te komen aan de stijgende energieprijzen, heeft de federale regering beslist om het btw-tarief op elektriciteit en gas tijdelijk te verlagen van 21% naar 6%.
De wetgever heeft met ingang van 1 januari 2022 wijzigingen aangebracht aan de medische vrijstelling om tegemoet te komen aan een discriminatie die in de wetgeving was geslopen in 2015. De wijziging omvat zowel het materiële toepassingsgebied als het personele toepassingsgebied van de vrijstelling.
Wijziging btw-vrijstelling internationaal transport vanaf 1 april 2022
Heeft de rechtsgeldigheid van een factuur impact op het recht op aftrek van btw?
Btw-conforme factuur: aandachtspunten op een rij
De Federale regering heeft recent een nieuw pakket aan steunmaatregelen gelanceerd om de impact van de coronacrisis op gezinnen en bedrijven in te dijken. Dit pakket omvat ook een reeks maatregelen op het vlak van btw ter verbetering van de cashflow van belastingplichtigen. Bepaalde maatregelen zijn structureel (definitief), andere maatregelen gelden (voorlopig) voor een beperkte periode.
In België geldt een btw-aftrekbeperking voor gemengd gebruikte bedrijfswagens (en gerelateerde autokosten). Zo is de btw-aftrek voor normale personenwagens beperkt tot het beroepsgebruik en geldt er een maximum van 50%.
De toepassing van het verlaagd tarief van 6% op renovatie van woningen ouder dan 10 jaar is algemeen bekend. Afbraak met wederopbouw valt hier niet onder en is onderworpen aan het standaardtarief van 21%. Sinds 2007 is er evenwel ook een verlaagd tarief van 6% toepasselijk op ‘afbraak en heropbouw’ van ‘woningen’ die gelegen zijn in een van 32 Belgische centrumsteden. Deze laatste regeling zou nu tijdelijk uitgebreid worden tot de rest van het Belgische grondgebied en ook wanneer de woning niet zelf gebruikt wordt maar als sociale woning zou worden verhuurd. Bovendien wordt het voortaan ook mogelijk om 6% btw toe te passen op de ‘verkoop’ van na afbraak heropgebouwde woningen (bijvoorbeeld door projectontwikkelaars). Voorgaande blijkt uit het ontwerp van de Programmawet (dat nog in de Kamer moet behandeld worden). Mits finale goedkeuring zal deze regeling ingaan vanaf 1 januari 2021. Met deze tijdelijke maatregel wil de regering inspelen op de economische impact van de coronacrisis op de bouwsector en wordt er tevens een sociale en ecologische doelstelling nagestreefd. Hierna vindt u de krachtlijnen van de nieuwe regeling, gebaseerd op de memorie van toelichting bij het ontwerp van de Programmawet.
Ondertussen tikt de Brexit-klok verder richting einde van de overgangsperiode. De mogelijkheid om deze overgangsperiode te verlengen, is inmiddels op 1 juli 2020 verstreken. Het lijkt er dus op dat op 1 januari 2021 het doek onherroepelijk over de Brexit zal vallen. Momenteel wordt nog onderhandeld over een handelsakkoord, om nog tegen het einde van het jaar een akkoord te bereiken. In principe heeft dergelijk handelsakkoord geen gevolgen voor de btw. Zal er, door de verloren corona-tijd en de druk om alsnog tot een onderhandeld handelsakkoord te komen, toch nog een ‘speciale’ verlenging van de overgangsperiode komen, en dus ook een uitstel van (onder meer) de btw-gevolgen?
De Belgische regering heeft ook op het vlak van btw een aantal specifieke maatregelen genomen om ondernemingen in de mogelijkheid te stellen het hoofd te bieden aan de coronacrisis. Maar bepaalde reeds bestaande btw-maatregelen vormen mogelijkerwijze nu reeds een opportuniteit voor uw onderneming.
Het afsluiten van een sale en lease-back overeenkomst met betrekking tot een onroerend goed, dat door een belastingplichtige in eerste instantie in (vrijgestelde) erfpacht wordt gegeven aan een financiële instelling (99 jaar), om het vervolgens onmiddellijk terug in (vrijgestelde) leasing te nemen (niet-opzegbare periode van 15 jaar en met aankoopoptie), leidt er niet automatisch toe dat de oorspronkelijk afgetrokken btw moet worden herzien door de belastingplichtige.
Wat zijn de gevolgen op het vlak van btw bij werken uitgevoerd door een belastingplichtige aan een gebouw dat hij huurt en die al dan niet geheel of gedeeltelijk worden vergoed door de verhuurder? Een Circulaire van 13 maart 2019 geeft toelichting en vervangt het vroegere administratieve standpunt. Een grondige screening van de huurovereenkomst en de concrete omstandigheden zullen moeten uitwijzen of er eventueel een btw-kost ontstaat voor huurder of verhuurder. moeten gebeuren tijdens of aan het einde van de huurovereenkomst, in functie van de situatie die zich voordoet. Er worden twee situaties onderscheiden.
Sinds 1 januari 2019 is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om de onroerende verhuur optioneel aan btw te onderwerpen. Tegelijkertijd zorgde de betreffende wet van 14 oktober 2018 ook voor enkele aanpassingen op het vlak van de kortdurende verhuur en de verhuur van opslagruimte.
Vanaf 1 januari 2010 is de tariefverlaging van 21% naar 12% van toepassing op restaurant- en cateringdiensten, het verschaffen van dranken daaronder niet begrepen. De beslissing nr. E.T.117.557 van 23.12.2009 vormde de eerste administratieve commentaar daarop. Met de Circulaire van 4 april 2019 wordt die publicatie in haar geheel geactualiseerd. Deze Circulaire vormt eveneens een aanvulling op de eerdere Circulaire van 6 november 2017 betreffende het geregistreerd kassasysteem, waar het onderscheid tussen een levering van spijzen en/of dranken en een restaurant- of cateringdienst reeds aan bod kwam. De nieuwe Circulaire behandelt eveneens het toepasselijk btw-tarief op menu’s.
