De Belgische belastingdienst heeft een nieuw belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers uitgewerkt. De onderliggende programmawet werd gepubliceerd op 27 december 2021.
De Programmawet van 27 december 2021 heeft de regelgeving inzake de doelgroepvermindering eerste aanwerving vanaf 1 januari 2022 grondig gewijzigd.
“De GDPR is niet op ons van toepassing want wij werken enkel B2B": feit of fictie?
UPDATE GDPR en Brexit: wat met datatransfers naar het Verenigd Koninkrijk vanaf nu?
Correcte vertegenwoordiging van vennootschappen
Zoals iedereen intussen wel weet, zijn Belgische vennootschappen en verenigingen verplicht om hun uiteindelijke begunstigde (UBO) te registreren in het Belgische UBO-register. De correcte naleving van deze verplichting is de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, waarvan de leden dus aansprakelijk zijn als het misloopt. Maar wat als je als bestuursorgaan geconfronteerd wordt met een UBO die niet wil meewerken?
Zoals u wellicht weet wordt het begrip overmacht door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) al enige tijd soepel geïnterpreteerd en werden alle situaties van tijdelijke werkloosheid die het gevolg zijn van Covid-19 beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.
Wanneer u als overnemer de aandelen overneemt van een vennootschap, zal de verkoper zich meestal garant stellen voor de toestand van de vennootschap en dit door het onderschrijven van verklaringen en waarborgen (“representations and warranties”). Op 4 december 2020 velde het Hof van Cassatie een arrest waarin het Hof de puntjes op de i zette voor de bepaling van de schadevergoeding welke door een koper van aandelen van de verkoper gevorderd kan worden wanneer blijkt dat deze verkoper verklaringen en waarborgen heeft afgelegd welke nadien onjuist blijken te zijn.
Op 1 november 2020 is het eerste deel van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek in werking getreden. Dit eerste deel is het zogenaamde boek 8 omtrent het bewijsrecht. De ’nieuwe’ regels van het bewijsrecht zijn grotendeels een bevestiging van de heersende rechtspraak en hebben voornamelijk een betere leesbaarheid en een aanpassing van het bewijsrecht aan de huidige digitale wereld voor ogen. Niettemin zijn er enkele nieuwigheden, met name met betrekking tot het bewijs door en tegen ondernemingen.
Informatieplichtigen die voor 11 oktober 2020 hun uiteindelijke begunstigden hadden geregistreerd, hadden oorspronkelijk tot 30 april 2021 de tijd om deze bijkomende documentatie te uploaden. De deadline om aan deze bijkomende documentatieplicht te voldoen, werd recent door de FOD Financiën verlengd tot 31 augustus 2021 .
Alle landen van de Europese Economische Ruimte (EER) vallen onder de Europese GDPR-regels (GDPR = General Data Protection Resolution) en vormen aldus een - in principe - veilige haven van landen waarnaar persoonlijke data kunnen worden getransfereerd. Dit impliceert dat voor het overige aan alle voorwaarden voor datatransfers conform de GDPR en lokale databeschermingswetgeving wordt voldaan. Hierop verder ingaan zou ons hier te ver leiden. Maar wat nu met datatransfers naar het Verenigd Koninkrijk (VK) vanaf 1 januari 2021? Als onderdeel van het Brexit-akkoord tussen het VK en de Europese Unie wordt het VK nog tot 30 april 2021 (indien een lidstaat zich tegen verlenging verzet) of zelfs tot uiterlijk 30 juni 2021 beschouwd als fictief behorende tot de EER, voor wat de GDPR betreft.
In het Belgisch insolventierecht bestaan verschillende procedures die ondernemingen in moeilijkheden de mogelijkheid moeten bieden om tijdig herstelmaatregelen te nemen teneinde een faillissement af te wenden. Naar aanleiding van de economische crisis veroorzaakt door de COVID-19-pandemie, probeert de wetgever nu deze procedures (tijdelijk?) te versoepelen en toegankelijker te maken voor ondernemingen in moeilijkheden. Wij zetten hieronder de belangrijkste versoepelingen in kort bestek uiteen.
Deze bijdrage is het derde en laatste deel van onze Brexit-reeks betreffende vrij verkeer van personen en coördinatie van de sociale zekerheid . In dit deel belichten we de vaststellingsregels over de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving voor de personen die werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten en de personen die zowel werkzaamheden in loondienst als werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten.
Op 30 december 2020 hebben de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK) op de valreep een handels- en samenwerkingsakkoord (hierna: het “Handelsakkoord”) gesloten en werd een no-deal Brexit afgewend. Dit Handelsakkoord moet eerst nog door de Europese Raad (en dus eenparig door de 27 lidstaten van de EU) worden goedgekeurd, en nadien moet ook het Europees Parlement nog zijn goedkeuring aan het Handelsakkoord hechten. Het Handelsakkoord is op het moment van het schrijven van deze bijdrage dus nog niet in werking getreden, maar de Europese Commissie stelt, gezien de uitzonderlijke omstandigheden, voor om het Handelsakkoord op een voorlopige basis toe te passen, en dit voor een beperkte periode tot en met 28 februari 2021.
Sedert de uitbraak van de coronacrisis is (aanbevolen of verplicht) telewerken in België één van de maatregelen die door de federale overheid werd genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Er ontbrak echter een wetgevend kader dat de rechten en plichten van werknemers en werknemers inzake telewerken omwille van de coronacrisis regelt. De CAO nr. 149 betreffende aanbevolen of verplicht telewerk, die door de Nationale Arbeidsraad op 26 januari 2021 werd gesloten, bracht hier verandering in.
