“Ontdek hoe u het belastbare voordeel alle aard (VAA) voor bedrijfswagens kunt berekenen voor inkomstenjaar 2026. Gebruik onze handige tool en krijg inzicht in de forfaitaire waardering van uw VAA.”
Aandelenopties bij grensoverschrijdende tewerkstelling België - Nederland
Vanaf 1 januari 2026 voert België een nieuwe meerwaardebelasting in, officieel de 'solidariteitsbijdrage' genoemd. Deze belasting is van toepassing op natuurlijke personen en VZW’s die meerwaarden realiseren op financiële activa zoals aandelen, obligaties, crypto-activa, goud en bepaalde levensverzekeringen. Historische meerwaarden tot eind 2025 blijven buiten schot. Het standaardtarief bedraagt 10%, met uitzonderingen voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (progressieve tarieven) en interne meerwaarden (33%). Er zijn vrijstellingen voorzien tot 1 miljoen euro, en specifieke regels voor emigratie, waardebepaling en verliescompensatie. De maatregel heeft belangrijke implicaties voor vermogensplanning.
Heeft de rechtsgeldigheid van een factuur impact op het recht op aftrek van btw?
Btw-conforme factuur: aandachtspunten op een rij
Wist je dat er nog steeds significante verschillen zijn tussen een NV en een BV?
Zoals iedereen intussen wel weet, zijn Belgische vennootschappen en verenigingen verplicht om hun uiteindelijke begunstigde (UBO) te registreren in het Belgische UBO-register. De correcte naleving van deze verplichting is de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, waarvan de leden dus aansprakelijk zijn als het misloopt. Maar wat als je als bestuursorgaan geconfronteerd wordt met een UBO die niet wil meewerken?
Zoals u wellicht weet wordt het begrip overmacht door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) al enige tijd soepel geïnterpreteerd en werden alle situaties van tijdelijke werkloosheid die het gevolg zijn van Covid-19 beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.
Bij de start van de Covid-19 crisis hebben de federale en regionale regeringen meteen enkele fiscale (en andere) maatregelen ingevoerd. Deze waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het helpen voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen en zelfstandigen. Op langere termijn is het niet alleen (de nood aan) cash die kopzorgen veroorzaakt. De impact van de huidige crisis gaat veel verder en het is duidelijk dat het enkele jaren zal kunnen duren voor de aangerichte economische schade zal zijn verwerkt.
De inwerkingtreding van de aangekondigde wijzigingen in de erf- en schenkbelasting nadert met rasse schreden. Niet enkel nemen we afscheid van het fiscaal voordelige duolegaat en verwelkomen we de ‘vriendenerfenis’, ook de tarieven om te schenken en legateren aan goede doelen worden onder handen genomen. De wijzigingen zullen van toepassing zijn op schenkingen en overlijdens die plaatsvinden vanaf 1 juli 2021.
Wanneer u als overnemer de aandelen overneemt van een vennootschap, zal de verkoper zich meestal garant stellen voor de toestand van de vennootschap en dit door het onderschrijven van verklaringen en waarborgen (“representations and warranties”). Op 4 december 2020 velde het Hof van Cassatie een arrest waarin het Hof de puntjes op de i zette voor de bepaling van de schadevergoeding welke door een koper van aandelen van de verkoper gevorderd kan worden wanneer blijkt dat deze verkoper verklaringen en waarborgen heeft afgelegd welke nadien onjuist blijken te zijn.
Op 1 november 2020 is het eerste deel van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek in werking getreden. Dit eerste deel is het zogenaamde boek 8 omtrent het bewijsrecht. De ’nieuwe’ regels van het bewijsrecht zijn grotendeels een bevestiging van de heersende rechtspraak en hebben voornamelijk een betere leesbaarheid en een aanpassing van het bewijsrecht aan de huidige digitale wereld voor ogen. Niettemin zijn er enkele nieuwigheden, met name met betrekking tot het bewijs door en tegen ondernemingen.
De sector van de e-commerce is booming business. Een fundamentele wijziging van de btw-regels voor deze elektronische handel drong zich op binnen een Europese context. Met ingang van 1 juli 2021 zullen op gelijkvormige wijze nieuwe btw-regels van toepassing zijn met een dubbele finaliteit, enerzijds vereenvoudiging en modernisering en anderzijds fraudebestrijding. Het basisprincipe achter deze regels is belastingheffing in de lidstaat van verbruik. De hervorming komt neer op een uitbreiding van het ‘éénloketsysteem’ dat nu al geldt voor telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten.
Voor vele vennootschappen valt het tweede kwartaal van het jaar samen met de beslissing van de aandeelhouders over de bestemming van de jaarresultaten van de onderneming. Wij maken van deze nieuwsbrief gebruik om terug te komen op enkele regels die van toepassing zijn op naamloze vennootschappen. Daarbij baseren we ons op de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV).
Als Belgisch rijksinwoner bent u verplicht om uw wereldwijd inkomen aan te geven in uw Belgische aangifte personenbelasting. Dit wereldwijd inkomen omvat onroerend en roerend inkomen, beroepsinkomen en divers inkomen, waardoor u de inkomsten van uw onroerende goederen moet vermelden in uw aangifte. Enkel de gezinswoning is van voorgenoemde aangifteplicht vrijgesteld. Het bedrag dat u moet aangegeven wordt bepaald door de ligging van uw onroerende goed (in België of in het buitenland) en hoe u dit aanwendt (eigen gebruik, private verhuur of professionele verhuur). Een Belgisch rijksinwoner met een onroerend goed gelegen in België dat hij zelf gebruikt of verhuurt aan personen die dit onroerend goed aanwenden voor bewoning, wordt belast op een forfaitair geraamd bedrag dat rekening houdt met het kadastraal inkomen van het onroerend goed. Dit kadastraal inkomen (‘KI’) vertegenwoordigt de netto jaarhuurwaarde van een onroerend goed in het jaar 1975. Onroerende goederen gelegen in het buitenland werden lange tijd anders behandeld dan deze gelegen in België. In plaats van de forfaitaire belastbare basis te hanteren, werd de belastbare basis van in het buitenland gelegen onroerende goederen bepaald door hun nettohuurwaarde of nettohuurinkomen. In beide situaties lag de belastingdruk hoger dan bij Belgische onroerende goederen. Noteer dat onroerende goederen gelegen in het buitenland van belasting worden vrijgesteld in België wanneer België met dat ander land een verdrag tot voorkoming van dubbele belasting heeft afgesloten. Het aangegeven bedrag wordt dus niet belast, maar wordt in rekening gebracht om het belastingtarief te bepalen dat van toepassing is op de andere, in België belastbare, inkomsten (de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’). Indien echter buitenlands onroerend goed op dezelfde manier zou worden behandeld als Belgisch onroerend goed (met name op forfaitaire basis), zal dit ten voordele zijn van de belastingplichtige. Bovenstaande ongelijke behandeling werd door het Hof van Justitie aanzien als belemmering van het vrij verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie. In 2014 werd België voor de eerste keer veroordeeld voor het verschil in behandeling tussen Belgisch en buitenlands onroerend goed dat voor eigen gebruik wordt aangewend. Vier jaar later volgde een tweede veroordeling, deze keer wat betreft de privatief verhuurde onroerende goederen. Vorig jaar werd België opnieuw door het Hof veroordeeld. Dit had de betaling van €2 miljoen en bijkomend €2.500 per dag dat de ongelijkheid nog niet is weggewerkt tot gevolg.
Werknemers die zich tijdens hun werkuren laten vaccineren ter bescherming tegen het coronavirus, krijgen hiervoor recht op betaalde afwezigheid van het werk.
Informatieplichtigen die voor 11 oktober 2020 hun uiteindelijke begunstigden hadden geregistreerd, hadden oorspronkelijk tot 30 april 2021 de tijd om deze bijkomende documentatie te uploaden. De deadline om aan deze bijkomende documentatieplicht te voldoen, werd recent door de FOD Financiën verlengd tot 31 augustus 2021 .
Vergoedingen die werkgevers toekennen aan hun werknemers ten gevolge van thuiswerk, is door de aanhoudende Covid-19-crisis, een brandend actueel thema. In ons artikel ‘Covid-19: thuiswerk forfaitair vergoed’, gaven we al mee dat werkgevers een forfaitaire vergoeding voor thuiswerk konden toekennen. In dit artikel werden de voornaamste krachtlijnen van de door de fiscus gepubliceerde circulaire van 14 juli 2020 toegelicht . Recentelijk werd hierover een nieuwe circulaire uitgevaardigd . We lichten hieronder de belangrijkste principes en nieuwigheden verder toe.
Vele ondernemingen die onder andere actief zijn in de entertainmentsector, eventsector, horeca, etc., hebben sinds maart 2020 hun deuren moeten sluiten ingevolge de verschillende lockdowns die door de federale overheid werden opgelegd om de coronapandemie in te dijken. Ingevolge de verschillende lockdowns werden de gebouwen en machines van verschillende ondernemingen gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt. Ondanks de verplichte sluiting zullen de ondernemingen toch geconfronteerd worden met de onroerende voorheffing die een jaarlijkse vaste kost is op hun gebouwen en materieel en outillage. In dergelijke moeilijke omstandigheden is het dienen te betalen van onroerende voorheffing een extra aderlating. Indien bepaalde voorwaarden voldaan zijn, zouden de ondernemingen een vermindering van onroerende voorheffing kunnen aanvragen. Deze mogelijkheid zou voor sommige ondernemingen een aanzienlijke besparing kunnen opleveren.
Alle landen van de Europese Economische Ruimte (EER) vallen onder de Europese GDPR-regels (GDPR = General Data Protection Resolution) en vormen aldus een - in principe - veilige haven van landen waarnaar persoonlijke data kunnen worden getransfereerd. Dit impliceert dat voor het overige aan alle voorwaarden voor datatransfers conform de GDPR en lokale databeschermingswetgeving wordt voldaan. Hierop verder ingaan zou ons hier te ver leiden. Maar wat nu met datatransfers naar het Verenigd Koninkrijk (VK) vanaf 1 januari 2021? Als onderdeel van het Brexit-akkoord tussen het VK en de Europese Unie wordt het VK nog tot 30 april 2021 (indien een lidstaat zich tegen verlenging verzet) of zelfs tot uiterlijk 30 juni 2021 beschouwd als fictief behorende tot de EER, voor wat de GDPR betreft.
In het Belgisch insolventierecht bestaan verschillende procedures die ondernemingen in moeilijkheden de mogelijkheid moeten bieden om tijdig herstelmaatregelen te nemen teneinde een faillissement af te wenden. Naar aanleiding van de economische crisis veroorzaakt door de COVID-19-pandemie, probeert de wetgever nu deze procedures (tijdelijk?) te versoepelen en toegankelijker te maken voor ondernemingen in moeilijkheden. Wij zetten hieronder de belangrijkste versoepelingen in kort bestek uiteen.
Deze bijdrage is het derde en laatste deel van onze Brexit-reeks betreffende vrij verkeer van personen en coördinatie van de sociale zekerheid . In dit deel belichten we de vaststellingsregels over de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving voor de personen die werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten en de personen die zowel werkzaamheden in loondienst als werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten.
Op 11 maart 2021 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) uitspraak gedaan in het arrest-Danske Bank betreffende de diensten die de maatschappelijke zetel van een vennootschap die deel uitmaakt van een btw-eenheid in een EU-lidstaat verstrekt aan haar filiaal in een andere lidstaat.
Als groeiadviseurs brengen wij u elk kwartaal nieuwe inzichten over financiële en fiscaal-juridische topics
Naar het voorbeeld van de naamloze vennootschap kwalificeert het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna "het nieuwe Wetboek") de coöperatieve vennootschap voortaan als een "vennootschap zonder kapitaal". De omzetting van het kapitaal van coöperatieve vennootschappen die op de datum van inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek bestaan, kan echter worden uitgesteld. Hierna geven wij u een praktisch overzicht.
Eind 2020 is voor vennootschappen (en voor in België belastbare vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen) het fiscaal gunstregime van de ‘wederopbouwreserve’ ingevoerd. Deze wederopbouwreserve werd initieel aangekondigd samen met de zogenaamde ‘carry-back’ regeling voor fiscale verliezen, maar beide maatregelen werden uiteindelijk van elkaar losgekoppeld in de loop van het wetgevend proces. De carry-back regeling werd reeds goedgekeurd in juni 2020. Voor de wederopbouwreserve was het wachten tot december 2020.
De Federale regering heeft recent een nieuw pakket aan steunmaatregelen gelanceerd om de impact van de coronacrisis op gezinnen en bedrijven in te dijken. Dit pakket omvat ook een reeks maatregelen op het vlak van btw ter verbetering van de cashflow van belastingplichtigen. Bepaalde maatregelen zijn structureel (definitief), andere maatregelen gelden (voorlopig) voor een beperkte periode.
Zakelijke rechten zijn al decennia populair bij ondernemingen. Uiteraard omwille van de mogelijkheden om investeringen te doen met bruto gelden in de vennootschap en om fiscaal te optimaliseren (ook inzake vermogensplanning tussen generaties), maar evengoed omwille van diverse economische redenen. Door een gesplitste eigendom wordt immers mogelijk niet de volle eigendom blootgesteld aan het ondernemersrisico. Een zakelijk recht vraagt vaak ook een kleinere financieringslast dan volle eigendom. Bovendien zal het - in snel wijzigende omstandigheden – vaak volstaan om via tijdelijke rechten het gebruik van een bedrijfspand te verzekeren, enz. Recentelijk werd ook het goederenrecht gemoderniseerd. In die optiek staan we even stil bij de mogelijkheden en de impact van de nieuwe wetgeving.
Op 30 december 2020 hebben de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK) op de valreep een handels- en samenwerkingsakkoord (hierna: het “Handelsakkoord”) gesloten en werd een no-deal Brexit afgewend. Dit Handelsakkoord moet eerst nog door de Europese Raad (en dus eenparig door de 27 lidstaten van de EU) worden goedgekeurd, en nadien moet ook het Europees Parlement nog zijn goedkeuring aan het Handelsakkoord hechten. Het Handelsakkoord is op het moment van het schrijven van deze bijdrage dus nog niet in werking getreden, maar de Europese Commissie stelt, gezien de uitzonderlijke omstandigheden, voor om het Handelsakkoord op een voorlopige basis toe te passen, en dit voor een beperkte periode tot en met 28 februari 2021.
Sedert de uitbraak van de coronacrisis is (aanbevolen of verplicht) telewerken in België één van de maatregelen die door de federale overheid werd genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Er ontbrak echter een wetgevend kader dat de rechten en plichten van werknemers en werknemers inzake telewerken omwille van de coronacrisis regelt. De CAO nr. 149 betreffende aanbevolen of verplicht telewerk, die door de Nationale Arbeidsraad op 26 januari 2021 werd gesloten, bracht hier verandering in.
U heeft er wellicht al van gehoord, de ‘nieuwe’ taks op effectenrekeningen. Hoewel op dit moment de Kamer het wetsontwerp nog finaal moet goedkeuren, is het vrij zeker dat de taks er zal komen. Maar wat houdt deze nieuwe taks op effectenrekeningen in en waarin verschilt deze van zijn voorganger? Het zou alleszins niet de bedoeling zijn om de oude effectentaks te remediëren in functie van het arrest van het Grondwettelijk Hof, maar wel om een nieuwe ‘abonnementstaks’ in te voeren op basis van een nieuwe set aan principes.
In België geldt een btw-aftrekbeperking voor gemengd gebruikte bedrijfswagens (en gerelateerde autokosten). Zo is de btw-aftrek voor normale personenwagens beperkt tot het beroepsgebruik en geldt er een maximum van 50%.
Als groeiadviseurs brengen wij u elk kwartaal nieuwe inzichten over financiële en fiscaal-juridische topics
Sinds het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en zijn koninklijk uitvoeringsbesluit in werking getreden zijn, gelden andere boekhoudkundige verplichtingen voor de vzw’s en ivzw’s. Daarom overlopen wij samen met u even de beginselen die het nieuwe Wetboek aan deze verenigingen oplegt.
Ingevolge het Koninklijk Besluit van 23 september 2020, is het niet langer voldoende voor vennootschappen en vzw’s om hun uiteindelijke begunstigden te registreren in het UBO-register. Vanaf nu moeten er eveneens ondersteunende documenten worden geüpload die aantonen dat de informatie met betrekking tot een uiteindelijke begunstigde “adequaat, nauwkeurig en actueel” is.
De toepassing van het verlaagd tarief van 6% op renovatie van woningen ouder dan 10 jaar is algemeen bekend. Afbraak met wederopbouw valt hier niet onder en is onderworpen aan het standaardtarief van 21%. Sinds 2007 is er evenwel ook een verlaagd tarief van 6% toepasselijk op ‘afbraak en heropbouw’ van ‘woningen’ die gelegen zijn in een van 32 Belgische centrumsteden. Deze laatste regeling zou nu tijdelijk uitgebreid worden tot de rest van het Belgische grondgebied en ook wanneer de woning niet zelf gebruikt wordt maar als sociale woning zou worden verhuurd. Bovendien wordt het voortaan ook mogelijk om 6% btw toe te passen op de ‘verkoop’ van na afbraak heropgebouwde woningen (bijvoorbeeld door projectontwikkelaars). Voorgaande blijkt uit het ontwerp van de Programmawet (dat nog in de Kamer moet behandeld worden). Mits finale goedkeuring zal deze regeling ingaan vanaf 1 januari 2021. Met deze tijdelijke maatregel wil de regering inspelen op de economische impact van de coronacrisis op de bouwsector en wordt er tevens een sociale en ecologische doelstelling nagestreefd. Hierna vindt u de krachtlijnen van de nieuwe regeling, gebaseerd op de memorie van toelichting bij het ontwerp van de Programmawet.
Ingevolge het tussen de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK) gesloten terugtredingsakkoord (hierna: ‘TTA’) is het VK sedert 1 februari 2020 niet langer een lidstaat van de Europese Unie maar een “derde Staat”. Het TTA voorziet in een overgangsperiode tot 31 december 2020 tijdens dewelke het volledige Europese recht wel nog steeds van toepassing blijft. Dit houdt o.m. in dat de regels inzake werken en verblijven op het grondgebied van de EU of het VK, alsook de verordeningen inzake de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels integraal van kracht blijven tot aan het verstrijken van de overgangsperiode. Vanaf 1 januari 2021 gelden de fundamentele Europese beginselen inzake het vrij verkeer (o.a. personen en diensten) niet meer in het VK. Wij geven hierna een stand van zaken betreffende het recht op werken (en wonen) en de toepassing van het juiste sociale zekerheidsstelsel in het kader van grensoverschrijdende tewerkstelling tussen België en het VK.
Onder invloed van de Europese Anti Tax Avoidance Directive bracht de tweede fase van de hervorming vennootschapsbelasting een nieuwe regel rond aftrekbaarheid van interesten met zich mee, in de praktijk vaak de ‘EBITDA-regel’ genoemd. Netto-interestlasten (het zogenaamde ‘financieringskostensurplus’) zijn niet aftrekbaar in de mate dat ze de hoogste van 2 grenzen overschrijden: (i) 30% van de fiscale EBITDA of (ii) 3 miljoen euro. Door deze hoge grens lijkt de EBITDA-regel in eerste instantie misschien niet van belang voor uw vennootschap(pen), maar er zitten enkele addertjes onder het gras.
Werkgevers kunnen aan hun werknemers die als gevolg van de Covid-19-crisis tijdelijk thuiswerken een forfaitaire thuiswerkvergoeding toekennen. Deze vergoeding dekt allerlei kleine kosten die verband houden met thuiswerk en is, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, vrijgesteld van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Er is geen specifieke thuiswerkovereenkomst nodig om deze vergoeding te betalen.
Graag bespreken we kort het onderscheid tussen beiden en herhalen we een aantal basisprincipes inzake de fiscale aftrekbaarheid met het oog op de eindejaarsafsluiting.
Ondertussen tikt de Brexit-klok verder richting einde van de overgangsperiode. De mogelijkheid om deze overgangsperiode te verlengen, is inmiddels op 1 juli 2020 verstreken. Het lijkt er dus op dat op 1 januari 2021 het doek onherroepelijk over de Brexit zal vallen. Momenteel wordt nog onderhandeld over een handelsakkoord, om nog tegen het einde van het jaar een akkoord te bereiken. In principe heeft dergelijk handelsakkoord geen gevolgen voor de btw. Zal er, door de verloren corona-tijd en de druk om alsnog tot een onderhandeld handelsakkoord te komen, toch nog een ‘speciale’ verlenging van de overgangsperiode komen, en dus ook een uitstel van (onder meer) de btw-gevolgen?
Als groeiadviseurs brengen wij u elk kwartaal nieuwe inzichten over financiële en fiscaal-juridische topics
Terwijl het land zich in lockdown bevond, heeft het Parlement op 16 april 2020 een reparatiewet gestemd inzake het op 1 mei 2019 in werking getreden Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). Deze reparatiewet, die in werking is getreden op 6 mei 2020, gaat op het eerste zicht vooral over de omzetting van de Europese richtlijn inzake de bevordering van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders. In haar staart bevat deze wet evenwel diverse bepalingen inzake vennootschappen en verenigingen die een aantal niet onbelangrijke aanpassingen en reparaties aan het WVV doorvoeren. In deze korte bijdrage wordt niet ingegaan op de bepalingen inzake de richtlijn, noch op de louter technische/tekstuele wijzigingen die worden aangebracht door de reparatiewet. Wel geven we een kort overzicht van de verschillende meer ingrijpende wijzigingen.
Zoals in ieder decennium bracht de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) ook in 2020 nieuwe Incoterms® (editie 2020) uit. Sinds 1 januari 2020 zijn de nieuwe Incoterms®2020 van toepassing.
Het aantrekken en aan zich binden van talent is nog steeds een essentiële uitdaging voor elke onderneming met groeiambitie. Naast een uitdagende jobinhoud, een duidelijk loopbaantraject, competitieve verloning, boni en benefits, kan er op een gegeven moment worden overwogen om echte sleutelmedewerkers (‘key persons’) (gradueel) te betrekken in de aandeelhoudersstructuur en/of om hen mee te laten delen in de uitkeerbare winsten van het bedrijf.
De Belgische regering heeft ook op het vlak van btw een aantal specifieke maatregelen genomen om ondernemingen in de mogelijkheid te stellen het hoofd te bieden aan de coronacrisis. Maar bepaalde reeds bestaande btw-maatregelen vormen mogelijkerwijze nu reeds een opportuniteit voor uw onderneming.
Sinds 1 oktober 2014 stond het Wetboek van economisch recht ondernemingen toe om betalingen die ze in speciën van hun klanten ontvingen, af te ronden tot het dichtsbijzijnde veelvoud van 5 cent. Deze facultatieve bepaling was bijgevolg enkel op vrijwillige basis van toepassing voor ondernemingen. Sinds begin 2016 kon deze facultatieve regeling worden uitgebreid naar alle betalingsvormen. De regels werden echter gewijzigd op basis van een wet van 2 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van economisch recht, die van toepassing is sinds 1 december 2019. We werpen een blik op de nieuwe regels.
In mei 2018 werd het startschot gegeven voor de invoering van de data privacy-wetgeving (GDPR - General Data Protection Regulation). Dankzij het ruime aanbod van workshops en trainingssessies konden we allen goed voorbereid aan een nieuw tijdperk beginnen. Sinds de invoering van deze mijlpaal is de privacywetgeving niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. Sterker nog, de toenemende aandacht en vraagstelling rond GDPR heeft een bijkomende controledimensie op gang gebracht binnen de bedrijfswereld. Daar waar privacyrisico’s voorheen werden ingedekt door een confidentialiteitsclausule in overeenkomst met derde partijen, is er nu nood aan een gestructureerde aanpak om privacyrisico’s en controles op elkaar af te stemmen.
Niets in de recente geschiedenis heeft het zakelijke landschap zo drastisch of zo snel veranderd als de Covid-19-pandemie, die een echte uitdaging vormt, ook voor fusies of overnames. Marktmultiples, historische kasstroomgeneratie en andere maatstaven vormden jarenlang de basis van due diligence. Maar wat heb je aan historische data als de toekomst niet langer het verleden weerspiegelt? M&A transacties zijn in het voorjaar van 2020 drastisch vertraagd. Maar deals worden hervat. In feite kan de pandemie een golf van nieuwe deals veroorzaken, aangezien bedrijven in moeilijkheden op zoek zijn naar exitstrategieën en investeerders op zoek zijn naar opportuniteiten na een marktcorrectie. In sommige bedrijfstakken kunnen bedrijven zelfs gezonder uit de pandemie komen en nieuwe investeerders aantrekken. Hoe kunnen kopers en verkopers in het huidige M&A landschap risico’s en de toekomstige waarde nauwkeuriger inschatten?
Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bracht niet alleen nieuwe verplichtingen met zich mee, maar ook heel wat opportuniteiten. Ontdek welke kansen je kan grijpen en bereid je onderneming voor op een upgrade!
Familiebedrijven vormen de ruggengraat van onze economie. Bij Grant Thornton zijn we ons daarvan heel goed bewust. Familiebedrijven kennen vaak specifieke dynamieken en uitdagingen. Onze experts zetten hun kennis en expertise in het werk om hen gemoedsrust te bieden zodat ze zich ten volle kunnen concentreren op de opportuniteiten voor het bedrijf en voor de familie. Ontdek hieronder meer over de actuele thema’s die familiebedrijven aanbelangen.
Hoe bereidt u uw organisatie stapsgewijs voor op een duurzame toekomst, van het prille begin tot het eerste duurzaamheidsrapport?
Hoe bereidt u uw onderneming voor op de Brexit? Blijf op de hoogte van wat er op 31 januari 2020 verandert en wat dat betekent voor u en uw onderneming.
