Op 6 april jongstleden werd de wet tot invoering van de belasting van meerwaarden op financiële activa goedgekeurd in de Kamer. De wet zelf zal – zoals aangekondigd – worden ingevoerd met ingang vanaf 1 januari 2026.
Filteren op:
Populaire onderwerpen
Boven het maaiveld
“Ontdek hoe u het belastbare voordeel alle aard (VAA) voor bedrijfswagens kunt berekenen voor inkomstenjaar 2026. Gebruik onze handige tool en krijg inzicht in de forfaitaire waardering van uw VAA.”
Sinds 1 januari 2026 is Peppol verplicht voor Belgische btw-plichtige ondernemingen in B2B. Ontdek wat verandert, voor wie de verplichting geldt, welke uitzonderingen er zijn en waarom een pdf-factuur risico’s kan meebrengen voor boetes en btw-aftrek.
Recente artikels
Om tegemoet te komen aan de stijgende energieprijzen, heeft de federale regering beslist om het btw-tarief op elektriciteit en gas tijdelijk te verlagen van 21% naar 6%.
De wetgever heeft met ingang van 1 januari 2022 wijzigingen aangebracht aan de medische vrijstelling om tegemoet te komen aan een discriminatie die in de wetgeving was geslopen in 2015. De wijziging omvat zowel het materiële toepassingsgebied als het personele toepassingsgebied van de vrijstelling.
De Programmawet van 27 december 2021 heeft de regelgeving inzake de doelgroepvermindering eerste aanwerving vanaf 1 januari 2022 grondig gewijzigd.
De (maximale) tussenkomst van de werkgever voor thuiswerk werd recent verhoogd. In dit artikel vindt u een overzicht van de toepasselijke maxima.
We evolueren meer en meer naar een leefomgeving waar voertuigen niet meer uitsluitend op traditionele brandstoffen, zoals benzine of diesel, worden aangedreven maar wel meer en meer (al dan niet volledig) elektrisch worden aangestuurd. De automobielsector evolueert dan ook mee en voorziet momenteel reeds diverse oplossingen, zoals aangepaste oplaadinfrastructuren en -systemen waarmee batterijen van elektrische en hybride voertuigen worden opgeladen. Daarnaast gaan werkgevers meer en meer oplaadpunten binnen hun eigen onderneming opstellen of bij hun werknemers voorzien, als aanvulling op hun ter beschikking gestelde bedrijfswagenpark. Deze wijzigende omstandigheden brengen dan ook diverse vragen met zich mee. Met de recente circulaire heeft de Belgische btw-administratie gepoogd de btw-behandeling voor, (1) de levering en installatie van laadstations en (2) het opladen van elektriciteit voor hybride en elektrische wagens, in kaart proberen te brengen.
In onze editie van februari 2020 bespraken we de wijzigingen die de hervorming van de vennootschapsbelasting met zich meebracht op het vlak van de fiscale behandeling van autokosten. Twee jaar later heeft deze regeling al een einddatum gekregen. In navolging van het regeerakkoord gesloten in mei, zet nieuwe wetgeving van eind november 2021 nu in op een volledige vergroening van het bedrijfswagenpark.
Het gebeurt vaak dat een onderneming haar werknemers en/of bedrijfsleiders wenst te belonen voor het extra werk dat zij hebben verricht en de bijdrage die ze hebben geleverd in de resultaten van het bedrijf. In deze bijdrage worden drie stimulansen besproken die kunnen worden gebruikt om op een efficiënte wijze deze sleutelfiguren binnen een onderneming te belonen: de winstpremie, het inschrijvingsrecht (vroeger warrant) en de aandelenoptie. Per stimulans wordt de boekhoudkundige verwerking als de fiscaal- en sociaalrechtelijke behandeling besproken in de situatie dat de werkgever-vennootschap dergelijke stimulansen rechtstreeks toekent aan haar werknemers en/of bedrijfsleiders.
Het nieuwe Belgische belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen en ingekomen onderzoekers
“De GDPR is niet op ons van toepassing want wij werken enkel B2B": feit of fictie?
Vaak wensen ondernemers bepaalde ‘sleutelfiguren’ binnen het bedrijf goed te verlonen en voor langere tijd aan het bedrijf te binden. Het toekennen van aandelenopties kan daarbij een interessante piste zijn. Het uiteindelijke (financiële) voordeel van aandelenopties zal uiteraard afhankelijk zijn van de waardestijging van de achterliggende aandelen. Indien door onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld de huidige Covid-crisis) de verwachte waardestijging niet gerealiseerd wordt, heeft de betrokken medewerker mogelijks belasting betaald op een voordeel dat achteraf onbestaande of onvoldoende blijkt te zijn om de gemaakte kosten te compenseren. In zulk geval rijst de vraag of hiervoor oplossingen zijn. De rulingcommissie laat alvast ruimte voor enkele vangnetten. We herhalen kort het fiscaal regime en bespreken vervolgens deze mogelijkheden. Uiteraard is elk concreet geval anders en dient het nodige concrete onderzoek te gebeuren vooraleer in te grijpen.
Wederopbouwreserve: praktische boekingsmethode en aandachtspunten
Wijziging btw-vrijstelling internationaal transport vanaf 1 april 2022
UPDATE GDPR en Brexit: wat met datatransfers naar het Verenigd Koninkrijk vanaf nu?
Liquidatiereserve en Tax Shelter-investering: een mogelijke combinatie?
Fiscale controle vanop afstand: een Paard van Troje
De zorgvolmacht bestaat al langer, maar zijn populariteit blijft nog steeds toenemen. Dat een zorgvuldig opgemaakte zorgvolmacht bovendien een krachtig instrument voor vermogensplanning kan zijn, is tijdens de huidige pandemie nogmaals gebleken. Nieuw is dat sinds 1 januari 2021 in de zorgvolmacht een expliciete rechtskeuze kan worden gemaakt. Wat betekent dit voor uw zorgvolmacht?
Special tax regime for inpatriates and inpatriate researchers
De boekhoudkundige behandeling van de afstand van schuldvordering in het kader van een procedure tot gerechtelijke reorganisatie
Efficiënte cyberweerbaarheid: combineer technologie met ‘soft controls’
Heeft de rechtsgeldigheid van een factuur impact op het recht op aftrek van btw?
Btw-conforme factuur: aandachtspunten op een rij
Wist je dat er nog steeds significante verschillen zijn tussen een NV en een BV?
Zoals iedereen intussen wel weet, zijn Belgische vennootschappen en verenigingen verplicht om hun uiteindelijke begunstigde (UBO) te registreren in het Belgische UBO-register. De correcte naleving van deze verplichting is de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, waarvan de leden dus aansprakelijk zijn als het misloopt. Maar wat als je als bestuursorgaan geconfronteerd wordt met een UBO die niet wil meewerken?
Zoals u wellicht weet wordt het begrip overmacht door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) al enige tijd soepel geïnterpreteerd en werden alle situaties van tijdelijke werkloosheid die het gevolg zijn van Covid-19 beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.
Bij de start van de Covid-19 crisis hebben de federale en regionale regeringen meteen enkele fiscale (en andere) maatregelen ingevoerd. Deze waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het helpen voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen en zelfstandigen. Op langere termijn is het niet alleen (de nood aan) cash die kopzorgen veroorzaakt. De impact van de huidige crisis gaat veel verder en het is duidelijk dat het enkele jaren zal kunnen duren voor de aangerichte economische schade zal zijn verwerkt.
De inwerkingtreding van de aangekondigde wijzigingen in de erf- en schenkbelasting nadert met rasse schreden. Niet enkel nemen we afscheid van het fiscaal voordelige duolegaat en verwelkomen we de ‘vriendenerfenis’, ook de tarieven om te schenken en legateren aan goede doelen worden onder handen genomen. De wijzigingen zullen van toepassing zijn op schenkingen en overlijdens die plaatsvinden vanaf 1 juli 2021.
Wanneer u als overnemer de aandelen overneemt van een vennootschap, zal de verkoper zich meestal garant stellen voor de toestand van de vennootschap en dit door het onderschrijven van verklaringen en waarborgen (“representations and warranties”). Op 4 december 2020 velde het Hof van Cassatie een arrest waarin het Hof de puntjes op de i zette voor de bepaling van de schadevergoeding welke door een koper van aandelen van de verkoper gevorderd kan worden wanneer blijkt dat deze verkoper verklaringen en waarborgen heeft afgelegd welke nadien onjuist blijken te zijn.
Op 1 november 2020 is het eerste deel van het Nieuwe Burgerlijk Wetboek in werking getreden. Dit eerste deel is het zogenaamde boek 8 omtrent het bewijsrecht. De ’nieuwe’ regels van het bewijsrecht zijn grotendeels een bevestiging van de heersende rechtspraak en hebben voornamelijk een betere leesbaarheid en een aanpassing van het bewijsrecht aan de huidige digitale wereld voor ogen. Niettemin zijn er enkele nieuwigheden, met name met betrekking tot het bewijs door en tegen ondernemingen.
De sector van de e-commerce is booming business. Een fundamentele wijziging van de btw-regels voor deze elektronische handel drong zich op binnen een Europese context. Met ingang van 1 juli 2021 zullen op gelijkvormige wijze nieuwe btw-regels van toepassing zijn met een dubbele finaliteit, enerzijds vereenvoudiging en modernisering en anderzijds fraudebestrijding. Het basisprincipe achter deze regels is belastingheffing in de lidstaat van verbruik. De hervorming komt neer op een uitbreiding van het ‘éénloketsysteem’ dat nu al geldt voor telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten.
Voor vele vennootschappen valt het tweede kwartaal van het jaar samen met de beslissing van de aandeelhouders over de bestemming van de jaarresultaten van de onderneming. Wij maken van deze nieuwsbrief gebruik om terug te komen op enkele regels die van toepassing zijn op naamloze vennootschappen. Daarbij baseren we ons op de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV).
Als Belgisch rijksinwoner bent u verplicht om uw wereldwijd inkomen aan te geven in uw Belgische aangifte personenbelasting. Dit wereldwijd inkomen omvat onroerend en roerend inkomen, beroepsinkomen en divers inkomen, waardoor u de inkomsten van uw onroerende goederen moet vermelden in uw aangifte. Enkel de gezinswoning is van voorgenoemde aangifteplicht vrijgesteld. Het bedrag dat u moet aangegeven wordt bepaald door de ligging van uw onroerende goed (in België of in het buitenland) en hoe u dit aanwendt (eigen gebruik, private verhuur of professionele verhuur). Een Belgisch rijksinwoner met een onroerend goed gelegen in België dat hij zelf gebruikt of verhuurt aan personen die dit onroerend goed aanwenden voor bewoning, wordt belast op een forfaitair geraamd bedrag dat rekening houdt met het kadastraal inkomen van het onroerend goed. Dit kadastraal inkomen (‘KI’) vertegenwoordigt de netto jaarhuurwaarde van een onroerend goed in het jaar 1975. Onroerende goederen gelegen in het buitenland werden lange tijd anders behandeld dan deze gelegen in België. In plaats van de forfaitaire belastbare basis te hanteren, werd de belastbare basis van in het buitenland gelegen onroerende goederen bepaald door hun nettohuurwaarde of nettohuurinkomen. In beide situaties lag de belastingdruk hoger dan bij Belgische onroerende goederen. Noteer dat onroerende goederen gelegen in het buitenland van belasting worden vrijgesteld in België wanneer België met dat ander land een verdrag tot voorkoming van dubbele belasting heeft afgesloten. Het aangegeven bedrag wordt dus niet belast, maar wordt in rekening gebracht om het belastingtarief te bepalen dat van toepassing is op de andere, in België belastbare, inkomsten (de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’). Indien echter buitenlands onroerend goed op dezelfde manier zou worden behandeld als Belgisch onroerend goed (met name op forfaitaire basis), zal dit ten voordele zijn van de belastingplichtige. Bovenstaande ongelijke behandeling werd door het Hof van Justitie aanzien als belemmering van het vrij verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie. In 2014 werd België voor de eerste keer veroordeeld voor het verschil in behandeling tussen Belgisch en buitenlands onroerend goed dat voor eigen gebruik wordt aangewend. Vier jaar later volgde een tweede veroordeling, deze keer wat betreft de privatief verhuurde onroerende goederen. Vorig jaar werd België opnieuw door het Hof veroordeeld. Dit had de betaling van €2 miljoen en bijkomend €2.500 per dag dat de ongelijkheid nog niet is weggewerkt tot gevolg.
Werknemers die zich tijdens hun werkuren laten vaccineren ter bescherming tegen het coronavirus, krijgen hiervoor recht op betaalde afwezigheid van het werk.
Informatieplichtigen die voor 11 oktober 2020 hun uiteindelijke begunstigden hadden geregistreerd, hadden oorspronkelijk tot 30 april 2021 de tijd om deze bijkomende documentatie te uploaden. De deadline om aan deze bijkomende documentatieplicht te voldoen, werd recent door de FOD Financiën verlengd tot 31 augustus 2021 .
Vergoedingen die werkgevers toekennen aan hun werknemers ten gevolge van thuiswerk, is door de aanhoudende Covid-19-crisis, een brandend actueel thema. In ons artikel ‘Covid-19: thuiswerk forfaitair vergoed’, gaven we al mee dat werkgevers een forfaitaire vergoeding voor thuiswerk konden toekennen. In dit artikel werden de voornaamste krachtlijnen van de door de fiscus gepubliceerde circulaire van 14 juli 2020 toegelicht . Recentelijk werd hierover een nieuwe circulaire uitgevaardigd . We lichten hieronder de belangrijkste principes en nieuwigheden verder toe.
Vele ondernemingen die onder andere actief zijn in de entertainmentsector, eventsector, horeca, etc., hebben sinds maart 2020 hun deuren moeten sluiten ingevolge de verschillende lockdowns die door de federale overheid werden opgelegd om de coronapandemie in te dijken. Ingevolge de verschillende lockdowns werden de gebouwen en machines van verschillende ondernemingen gedurende een bepaalde tijd niet gebruikt. Ondanks de verplichte sluiting zullen de ondernemingen toch geconfronteerd worden met de onroerende voorheffing die een jaarlijkse vaste kost is op hun gebouwen en materieel en outillage. In dergelijke moeilijke omstandigheden is het dienen te betalen van onroerende voorheffing een extra aderlating. Indien bepaalde voorwaarden voldaan zijn, zouden de ondernemingen een vermindering van onroerende voorheffing kunnen aanvragen. Deze mogelijkheid zou voor sommige ondernemingen een aanzienlijke besparing kunnen opleveren.
Alle landen van de Europese Economische Ruimte (EER) vallen onder de Europese GDPR-regels (GDPR = General Data Protection Resolution) en vormen aldus een - in principe - veilige haven van landen waarnaar persoonlijke data kunnen worden getransfereerd. Dit impliceert dat voor het overige aan alle voorwaarden voor datatransfers conform de GDPR en lokale databeschermingswetgeving wordt voldaan. Hierop verder ingaan zou ons hier te ver leiden. Maar wat nu met datatransfers naar het Verenigd Koninkrijk (VK) vanaf 1 januari 2021? Als onderdeel van het Brexit-akkoord tussen het VK en de Europese Unie wordt het VK nog tot 30 april 2021 (indien een lidstaat zich tegen verlenging verzet) of zelfs tot uiterlijk 30 juni 2021 beschouwd als fictief behorende tot de EER, voor wat de GDPR betreft.
Deze bijdrage is het derde en laatste deel van onze Brexit-reeks betreffende vrij verkeer van personen en coördinatie van de sociale zekerheid . In dit deel belichten we de vaststellingsregels over de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving voor de personen die werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten en de personen die zowel werkzaamheden in loondienst als werkzaamheden anders dan in loondienst verrichten.
Op 11 maart 2021 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) uitspraak gedaan in het arrest-Danske Bank betreffende de diensten die de maatschappelijke zetel van een vennootschap die deel uitmaakt van een btw-eenheid in een EU-lidstaat verstrekt aan haar filiaal in een andere lidstaat.
Als groeiadviseurs brengen wij u elk kwartaal nieuwe inzichten over financiële en fiscaal-juridische topics
Naar het voorbeeld van de naamloze vennootschap kwalificeert het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna "het nieuwe Wetboek") de coöperatieve vennootschap voortaan als een "vennootschap zonder kapitaal". De omzetting van het kapitaal van coöperatieve vennootschappen die op de datum van inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek bestaan, kan echter worden uitgesteld. Hierna geven wij u een praktisch overzicht.
Eind 2020 is voor vennootschappen (en voor in België belastbare vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen) het fiscaal gunstregime van de ‘wederopbouwreserve’ ingevoerd. Deze wederopbouwreserve werd initieel aangekondigd samen met de zogenaamde ‘carry-back’ regeling voor fiscale verliezen, maar beide maatregelen werden uiteindelijk van elkaar losgekoppeld in de loop van het wetgevend proces. De carry-back regeling werd reeds goedgekeurd in juni 2020. Voor de wederopbouwreserve was het wachten tot december 2020.
De Federale regering heeft recent een nieuw pakket aan steunmaatregelen gelanceerd om de impact van de coronacrisis op gezinnen en bedrijven in te dijken. Dit pakket omvat ook een reeks maatregelen op het vlak van btw ter verbetering van de cashflow van belastingplichtigen. Bepaalde maatregelen zijn structureel (definitief), andere maatregelen gelden (voorlopig) voor een beperkte periode.
Zakelijke rechten zijn al decennia populair bij ondernemingen. Uiteraard omwille van de mogelijkheden om investeringen te doen met bruto gelden in de vennootschap en om fiscaal te optimaliseren (ook inzake vermogensplanning tussen generaties), maar evengoed omwille van diverse economische redenen. Door een gesplitste eigendom wordt immers mogelijk niet de volle eigendom blootgesteld aan het ondernemersrisico. Een zakelijk recht vraagt vaak ook een kleinere financieringslast dan volle eigendom. Bovendien zal het - in snel wijzigende omstandigheden – vaak volstaan om via tijdelijke rechten het gebruik van een bedrijfspand te verzekeren, enz. Recentelijk werd ook het goederenrecht gemoderniseerd. In die optiek staan we even stil bij de mogelijkheden en de impact van de nieuwe wetgeving.
Op 30 december 2020 hebben de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK) op de valreep een handels- en samenwerkingsakkoord (hierna: het “Handelsakkoord”) gesloten en werd een no-deal Brexit afgewend. Dit Handelsakkoord moet eerst nog door de Europese Raad (en dus eenparig door de 27 lidstaten van de EU) worden goedgekeurd, en nadien moet ook het Europees Parlement nog zijn goedkeuring aan het Handelsakkoord hechten. Het Handelsakkoord is op het moment van het schrijven van deze bijdrage dus nog niet in werking getreden, maar de Europese Commissie stelt, gezien de uitzonderlijke omstandigheden, voor om het Handelsakkoord op een voorlopige basis toe te passen, en dit voor een beperkte periode tot en met 28 februari 2021.
Sedert de uitbraak van de coronacrisis is (aanbevolen of verplicht) telewerken in België één van de maatregelen die door de federale overheid werd genomen om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Er ontbrak echter een wetgevend kader dat de rechten en plichten van werknemers en werknemers inzake telewerken omwille van de coronacrisis regelt. De CAO nr. 149 betreffende aanbevolen of verplicht telewerk, die door de Nationale Arbeidsraad op 26 januari 2021 werd gesloten, bracht hier verandering in.
U heeft er wellicht al van gehoord, de ‘nieuwe’ taks op effectenrekeningen. Hoewel op dit moment de Kamer het wetsontwerp nog finaal moet goedkeuren, is het vrij zeker dat de taks er zal komen. Maar wat houdt deze nieuwe taks op effectenrekeningen in en waarin verschilt deze van zijn voorganger? Het zou alleszins niet de bedoeling zijn om de oude effectentaks te remediëren in functie van het arrest van het Grondwettelijk Hof, maar wel om een nieuwe ‘abonnementstaks’ in te voeren op basis van een nieuwe set aan principes.
In België geldt een btw-aftrekbeperking voor gemengd gebruikte bedrijfswagens (en gerelateerde autokosten). Zo is de btw-aftrek voor normale personenwagens beperkt tot het beroepsgebruik en geldt er een maximum van 50%.
Als groeiadviseurs brengen wij u elk kwartaal nieuwe inzichten over financiële en fiscaal-juridische topics
