“Ontdek hoe u het belastbare voordeel alle aard (VAA) voor bedrijfswagens kunt berekenen voor inkomstenjaar 2026. Gebruik onze handige tool en krijg inzicht in de forfaitaire waardering van uw VAA.”
Aandelenopties bij grensoverschrijdende tewerkstelling België - Nederland
Vanaf 1 januari 2026 voert België een nieuwe meerwaardebelasting in, officieel de 'solidariteitsbijdrage' genoemd. Deze belasting is van toepassing op natuurlijke personen en VZW’s die meerwaarden realiseren op financiële activa zoals aandelen, obligaties, crypto-activa, goud en bepaalde levensverzekeringen. Historische meerwaarden tot eind 2025 blijven buiten schot. Het standaardtarief bedraagt 10%, met uitzonderingen voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (progressieve tarieven) en interne meerwaarden (33%). Er zijn vrijstellingen voorzien tot 1 miljoen euro, en specifieke regels voor emigratie, waardebepaling en verliescompensatie. De maatregel heeft belangrijke implicaties voor vermogensplanning.
We leven alsmaar langer. Bovendien blijft de levensverwachting elk jaar stijgen. Erfenissen komen dus vaker terecht bij een meer vermogende generatie van vijftigers. Veelal zijn het de kleinkinderen die ‘behoeftig’ zijn omdat ze bijvoorbeeld een huis gaan kopen, gaan trouwen, enz. Door middel van ‘generation skipping’ (ook wel ‘erfenissprong’ genaamd) kan men als het ware over de meer vermogende generatie springen, wat bovendien een heuse besparing in (Vlaamse) erfbelasting kan betekenen. Er bestaan verschillende opties om een generatie te skippen. Wij zetten ze voor u op een rijtje, inclusief de voor- en nadelen.
Vanaf 1 maart 2020 geldt een meldingsplicht voor werkgevers (dienstverrichters) en meldingsplichtige zelfstandigen uit landen binnen de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland, die in Nederland een tijdelijke opdracht uitvoeren. Zij moeten in het Nederlandse online meldloket onder meer aangeven welke werkzaamheden zij zullen verrichten, in welke periode en of zij werknemers meebrengen. De komst van alle gedetacheerde werknemers moet dus nu ook worden gemeld. Hiermee is Nederland het laatste buurland van België dat een meldingsplicht voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen invoert.
Vennootschappen die reeds 5 jaar lang via een deelneming van minstens 90% verbonden zijn, hebben de mogelijkheid om hun fiscaal verlies van aanslagjaar 2020 (boekjaren beginnende ten vroegste op 1 januari 2019) door te geven via de zogenaamde ‘groepsbijdrage’.
In september 2014 bedroeg de roerende voorheffing op de uitkering van reserves bij vereffening (i.e. liquidatiebonus) slechts 10%. Nadien steeg het tarief gaandeweg tot het huidige 30%. Als compensatie werden destijds enkele gunstregimes ingevoerd, zoals de zogenaamde ‘liquidatiereserve’. Deze houdt in dat kmo-vennootschappen – tegen betaling van een belasting van 10% – een liquidatiereserve kunnen aanleggen. Bij de latere vereffening van de vennootschap is de uitkering van deze liquidatiereserve vrij van belasting.
Een auditdossier bevat veel meer dan cijfers en hun onderbouwing. Mede door de invoering van de ISA-normen (de ‘International Standards on Auditing’) start de audit dan ook steeds vanuit een risicoanalyse, alvorens er naar de cijfers wordt gekeken. In het kader van deze risicoanalyse wordt op een bepaald moment van de analyse de vraag gesteld: “What Can Go Wrong?” (WCGW)
Sinds de invoering van het nieuw wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) is het voor vennootschappen mogelijk om verschillende soorten aandelen of andere effecten uit te geven, zoals aandelen met meervoudig stemrecht of verschillende vermogensrechten. Dit kadert in de intentie van de wetgever om meer flexibiliteit in te bouwen wat betreft een mogelijk verschillende vergoeding van aandeelhouders en het behouden van de controle over de vennootschap, bijvoorbeeld in het kader van een familiale opvolgingsproblematiek. Het is voor de vennootschap eenvoudiger geworden om extern vermogen aan te trekken en passend te vergoeden. Ook de positie van sleutelfiguren binnen de vennootschap kan worden versterkt door het met de effecten verbonden stemrecht te moduleren.
De inwerkingtreding van het nieuw Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) en het koninklijk besluit tot uitvoering ervan heeft een invloed op de weergave van de jaarrekening van ondernemingen. Als gevolg daarvan heeft de Nationale Bank van België (NBB) nieuwe modellen voor de jaarrekening opgesteld. Er zijn op dit moment 9 modellen beschikbaar. Hoe kunt u eraan uit? Welk model kiest u?
In 2018 aanvaardde de toenmalige Minister van Financiën de volledige aftrekbaarheid van kosten van een evenement, georganiseerd voor bestaande of potentiële klanten, dat hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen. Het doel van de kosten (reclame) primeert in dit geval op de aard van de kosten (onthaal). Het Hof van Cassatie is het hier echter niet mee eens.
De wetgever heeft op 4 april 2019 het Wetboek van Economisch Recht (WER) gewijzigd om enkele beschermingsmechanismen in te voeren binnen B2B-relaties. Het doel van deze wetswijziging is om bij het handelen en contracteren tussen ondernemingen onderling de ‘zwakkere’ partijen te beschermen tegen misbruiken door de ‘sterkere’ partijen. Bijgevolg sluipen principes van het consumentenrecht binnen in de B2B-wereld. In een vorige editie gingen we in op wat wijzigt in verband met oneerlijke marktpraktijken. Hierna behandelen we de nieuwe regels voor wat betreft zogenaamde onrechtmatige bedingen.
Bij de start van de Covid-19 crisis hebben de federale en regionale regeringen meteen enkele fiscale (en andere) maatregelen ingevoerd. Deze waren in eerste instantie voornamelijk gericht op het helpen voorkomen van liquiditeitsproblemen bij ondernemingen en zelfstandigen. Op langere termijn is het niet alleen (de nood aan) cash die kopzorgen veroorzaakt. De impact van de huidige crisis gaat veel verder en het is duidelijk dat het enkele jaren zal kunnen duren voor de aangerichte economische schade zal zijn verwerkt.
Hoewel de quarantaine maatregelen stilaan worden afgebouwd, is voorzichtigheid nog steeds geboden. Een woning kopen, een schenking doen in de veiligheid van je eigen woonkamer? Dit kan sinds kort met de digitale volmacht.
Heel wat Vlaamse bedrijven worden geconfronteerd met de impact van het Coronavirus. PMV heeft haar arsenaal van financieringsmaatregelen uitgebreid met een achtergestelde lening op 3 jaar. Dit is een mooie aanvulling op de overbruggingskredieten die de federale overheid eerder aankondigde.
De regeling zoals goedgekeurd bij K.B. van 14 april 2020 beoogt het verstrekken van kortetermijnliquiditeiten aan Belgische kredietnemers te verzekeren. De Belgische Staat waarborgt in aanmerking komende leningen, die door banken worden verstrekt.
Wij ondersteunen ondernemingen die met financiële problemen te maken krijgen, variërend van financiële underperformance tot acute liquiditeitsproblemen. Door de gevolgen van COVID-19 worden tal van ondernemingen plots met acute liquiditeitsissues geconfronteerd. Met doelgericht advies streven we ernaar om met u zo snel mogelijk tot een stabilisatie van de situatie te komen als basis voor een verder herstel.
Gezien het houden van vergaderingen als gevolg van de huidige veiligheidsmaatregelen, genomen door de Nationale Veiligheidsraad in het kader van de bestrijding van de corona-pandemie, niet evident is, werden er door de minister van justitie enkele maatregelen genomen om hieraan tegemoet te komen. Het volmachtbesluit van 9 april 2020 (Koninklijk besluit nr. 4 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake mede-eigendom en het vennootschaps- en verenigingsrecht in het kader van de strijd tegen de Covid-19 pandemie) voert tijdelijk een aantal versoepelingen en opties in, die rechtspersonen de nodige flexibiliteit geven, met eerbiediging van de rechten van de aandeelhouders. In het Koninklijk Besluit van 28 april 2020 werd er beslist om de termijnen waarbinnen de maatregelen van toepassing zijn te verlengen van 3 mei 2020 tot 30 juni 2020.
Op korte termijn heeft COVID-19 eenieders leven aanzienlijk veranderd. Gezien de omvang van de crisis hebben de federale en regionale overheden al verscheidene maatregelen genomen. De huidige crisis doet ongetwijfeld vragen rijzen naar de impact op de erf- en schenkbelasting. Wij zetten voor u kort een aantal maatregelen alsook mogelijke alternatieven op een rijtje.
Door de toenemende impact van COVID-19 krijgen heel wat sectoren te maken met een aanzienlijke verstoring van hun supply chain, personeelsbestand en cashflow. De juiste reactie hierop hangt af van de specifieke omstandigheden waarmee u en uw bedrijf worden geconfronteerd. Wanneer u echter te maken krijgt met aanzienlijke stress- of noodsituaties, raden wij u aan om u in eerste instantie te concentreren op cash management.
Op 29 maart 2020 werden er diverse volmachtbesluiten genomen door de minister van justitie Koen Geens. Eén van deze volmachtbesluiten bevat maatregelen voor algemene vergaderingen en vergaderingen van bestuursorganen. Deze besluiten nemen voorlopig de einddatum van 19 april als uitgangspunt maar deze datum kan desgevallend door de Koning worden verlaat indien de algemene coronamaatregelen zouden worden verlengd. Deze volmachtbesluiten liggen momenteel voor spoedadvies bij de Raad van State en zullen waarschijnlijk niet eerder in werking kunnen treden dan rond 8 april.
Sinds het uitbreken van het Coronavirus ligt de focus van autoriteiten, overheden en bedrijven vooral op de gezondheid, veiligheid en het welzijn van onze mensen. En terecht. Veel bedrijven hebben in relatief korte tijd actie ondernomen om het werken op afstand te vergemakkelijken en hebben ondersteunende programma’s opgezet voor hun personeel en gezinnen. In parallel komt er nu ook een gerichte focus op de gezondheid van onze bedrijven. “Business Health” zal de komende weken en maanden een kritiek aandachtspunt worden. De economische impact van de genomen maatregelen zullen veel bedrijven onder liquiditeitsdruk zetten. Wij begrijpen deze druk en hebben enkele tips opgelijst voor het beheren van bedrijfscashflows.
Recent hebben de federale en regionale overheden maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis (Covid-19 virus) uitgevaardigd. Gezien de omvang van deze crisis riskeren heel wat bedrijven in financiële moeilijkheden te geraken. Diverse steunmaatregelen moeten dienen om de economische gevolgen ervan te beperken. De voornaamste steunmaatregelen van de federale en regionale overheden worden hieronder opgesomd en toegelicht.
Het zomerakkoord van 2018 zorgde voor een drastische wijziging van de aftrekbaarheid van autokosten. Een deel van de wijzigingen trad onmiddellijk in werking, maar de belangrijkste wijzigingen vinden plaats in aanslagjaar 2021 (voor boekjaren die ten vroegste aanvangen op 1 januari 2020).
In het kader van een vereenvoudigde boekhouding blijven de formaliteiten voor het voeren van de boekhouding beperkt in vergelijking met een boekhouding volgens de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden.
De Kruispuntbank van Ondernemingen (‘KBO’) is een databank van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden verzameld zijn. De KBO heeft een dubbel doel: de werking van de overheidsdiensten efficiënter maken en de administratieve procedures voor ondernemingen vereenvoudigen. Het mag dan ook duidelijk zijn dat de gegevens in de KBO correct en volledig moeten zijn. Het zijn de ondernemingen zelf die hierover moeten waken. Wie, wat, hoe, waarom? In deze bijdrage gaan we verder in op de verplichting voor ondernemingen om zich in te schrijven in de KBO.
Terbeschikkingstelling van werknemers door een werkgever ten voordele van een gebruiker is in België in principe strikt verboden (behoudens de wettelijke uitzonderingen, zoals interimarbeid). Optreden tegen illegale terbeschikkingstelling was tot voor kort evenwel een bevoegdheid van de inspectiediensten van het Toezicht Sociale Wetten. Wanneer de inspectiediensten van de RSZ dan werden geconfronteerd met situaties waarbij gedetacheerde werknemers illegaal ter beschikking werden gesteld van een Belgische gebruiker, konden ze zelf weinig doen. Dit gebrek aan slagkracht werd inmiddels verholpen doordat aan de RSZ-inspectiediensten bijkomende bevoegdheden werden toegekend.
De wetgever heeft op 4 april 2019 het Wetboek van Economisch Recht (WER) gewijzigd om enkele beschermingsmechanismen in te voeren binnen B2B-relaties. Het doel hierbij is om bij het handelen en contracteren tussen ondernemingen onderling de ‘zwakkere’ partijen te beschermen tegen misbruiken door de ‘sterkere’ partijen. Bijgevolg sluipen principes van het consumentenrecht binnen in de B2B-wereld.
Vennootschappen hebben soms de mogelijkheid om een deel van hun resultaat vrij te stellen door de aanleg van een vrijgestelde reserve. Deze reserves zijn echter slechts vrijgesteld zolang de zogenaamde ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’ is voldaan. De reserve moet op een afzonderlijke passiefrekening van de balans worden uitgedrukt en daar behouden blijven. Van zodra deze voorwaarde niet (meer) voldaan is, wordt de vrijgestelde reserve onmiddellijk belastbaar.
Met de invoering van het nieuw Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna WVV) wordt ook het begrip ‘maatschappelijk kapitaal’ voor besloten vennootschappen geschrapt. Deze vennootschappen worden voortaan gekenmerkt door het feit dat ze vennootschappen zonder kapitaal zijn waarin de aandeelhouders slechts hun inbreng verbinden.
De wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen biedt besloten vennootschappen, coöperatieve vennootschappen en naamloze vennootschappen de mogelijkheid om een elektronisch register van de effecten op naam van hun vennootschap bij te houden. Met effecten op naam worden tal van effectencategorieën bedoeld, zoals aandelen, obligaties, ...
In deze bijdrage bespreken we kort de ontslagbescherming van kandidaten, die ingaat op dag X-30 (de zogenaamde ‘occulte’ beschermingsperiode die zich situeert in januari 2020). Het is echter geen allesomvattend overzicht inzake de ontslagbescherming van kandidaten.
Bij wet van 23 maart 2019 is het nieuw ‘Wetboek van vennootschappen en verenigingen’ (afgekort ‘WVV’) ingevoerd, dat in de plaats treedt van onder meer het bestaande Wetboek van vennootschappen en de Wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen. We zoomen in op de gevolgen van het WVV voor de zogeheten ‘eenhoofdige vennootschappen’.
Het huidige btw-stelsel werd ingevoerd in 1993 en was bedoeld als tijdelijke overgangsregeling naar een definitief btw-stelsel. Dit definitieve stelsel zal gebaseerd zijn op het beginsel van belastingheffing in de lidstaat van de bestemming van de goederen en diensten en niet langer in de lidstaat van oorsprong, zoals oorspronkelijk in 1993 voorzien. In het proces van de evolutie naar dit definitieve stelsel publiceerde de Europese Commissie op 7 april 2016 een actieplan en maakte in opvolging daarvan op 4 oktober 2017 een stappenplan op om te komen tot een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU.
Het is geen geheim dat het management van heel wat bedrijven in handen is van een andere vennootschap. Ofwel gaat het dan over de zogenaamde managementvennootschap van de bedrijfsleider (of andere leden van het hoger management), ofwel over een andere vennootschap binnen een grotere groep. Vaak wordt deze vennootschap zelfs benoemd tot bestuurder of zaakvoerder en ontvangt zij ook bestuurdersvergoedingen en/of tantièmes. Deze werkwijze is vaak fiscaal geïnspireerd, maar vereist de nodige voorzichtigheid. In 2016 lichtten we reeds de voornaamste aandachtspunten toe. Ingevolge een aantal recente evoluties achtten wij het zinvol deze te herhalen en aan te vullen.
Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe vennootschapsrecht op 1 mei onderging de BVBA een volledige metamorfose en werd de BV (besloten vennootschap). Eén van de belangrijkste wijzigingen is ongetwijfeld de afschaffing van het maatschappelijk kapitaal. Maar wat zijn de fiscale gevolgen hiervan?
België heeft op het vlak van waardebepalingen noch een specifieke wetgeving, noch een specifieke erkenning. Iedereen die zich geroepen voelt, kan waarderingen afleveren, waardoor de kwaliteit van het geleverde werk vaak wisselend is. Om de kwaliteit van waardebepalingen te verbeteren, werd het International Valuation Standards Council (hierna IVSC) opgericht. Deze organisatie is een onafhankelijke non-profit vereniging waarin onder meer de voornaamste accountancybedrijven (zoals Grant Thornton) en professionele waarderingsorganisaties zetelen. Recent stelde het IVSC een standaard op met ‘best practices’.
Door de invoering van het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden zijn de ontslagvergoedingen voor beide categorieën gelijkgetrokken. Dit leidde tot een stijging van de verschuldigde vergoedingen bij ontslag. Ter compensatie van deze bijkomende (potentiële) kost werd – naar Belgische gewoonte – een nieuwe en ingewikkelde belastingvrijstelling in het leven geroepen: de ‘vrijstelling voor sociaal passief’.
Als groeiadviseurs brengen wij u elk kwartaal nieuwe inzichten over financiële en fiscaal-juridische topics
U heeft wellicht reeds gehoord van CEO-fraude. Maar bent u er zich ook van bewust dat niet alleen grote ondernemingen het slachtoffer worden van deze vorm van oplichting?
Op 1 mei 2019 is het nieuw wetboek van vennootschappen en verenigingen (afgekort ‘WVV’) in werking getreden. Voor bestaande VZW’s betekent dit dat de meeste regels op hen van toepassing zullen zijn vanaf 1 januari 2020. Via een statutenwijziging voor 1 januari 2020 kan er voor een vervroegde toepassing van het WVV worden gekozen (opt-in). Alleszins zullen alle bestaande VZW’s tegen uiterlijk 1 januari 2024 hun statuten in lijn moeten brengen met de bepalingen van het WVV. Bij de eerste statutenwijziging na 31 december 2019 zal dit eveneens moeten gebeuren (pull-in). We zoomen, in 12 bullet points, in op de belangrijkste nieuwigheden voor de VZW.
Het parlement heeft op 28 februari 2019 het nieuw Wetboek van vennootschappen en verenigingen (afgekort ‘WVV’) goedgekeurd, dat in de plaats zal treden van het bestaande Wetboek van vennootschappen en de VZW-Wet van 27 juni 1921. In deze bijdrage zoomen we in op de belangrijkste opportuniteiten die het nieuw WVV biedt voor de familiale vermogensplanning.
Het afsluiten van een sale en lease-back overeenkomst met betrekking tot een onroerend goed, dat door een belastingplichtige in eerste instantie in (vrijgestelde) erfpacht wordt gegeven aan een financiële instelling (99 jaar), om het vervolgens onmiddellijk terug in (vrijgestelde) leasing te nemen (niet-opzegbare periode van 15 jaar en met aankoopoptie), leidt er niet automatisch toe dat de oorspronkelijk afgetrokken btw moet worden herzien door de belastingplichtige.
Wat zijn de gevolgen op het vlak van btw bij werken uitgevoerd door een belastingplichtige aan een gebouw dat hij huurt en die al dan niet geheel of gedeeltelijk worden vergoed door de verhuurder? Een Circulaire van 13 maart 2019 geeft toelichting en vervangt het vroegere administratieve standpunt. Een grondige screening van de huurovereenkomst en de concrete omstandigheden zullen moeten uitwijzen of er eventueel een btw-kost ontstaat voor huurder of verhuurder. moeten gebeuren tijdens of aan het einde van de huurovereenkomst, in functie van de situatie die zich voordoet. Er worden twee situaties onderscheiden.
Bij het runnen van uw bedrijf komt heel wat administratie kijken. Al deze boekhoudkundige en administratieve taken vragen aanzienlijk veel van uw tijd. Maar wat als u deze tijd voortaan kon gebruiken om u te focussen op wat echt telt: uw onderneming?
Als groeiadviseurs brengen wij u elk kwartaal nieuwe inzichten over financiële en fiscaal-juridische topics
Sinds 1 januari 2019 is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om de onroerende verhuur optioneel aan btw te onderwerpen. Tegelijkertijd zorgde de betreffende wet van 14 oktober 2018 ook voor enkele aanpassingen op het vlak van de kortdurende verhuur en de verhuur van opslagruimte.
Tussen 11 en 24 mei 2020 worden er opnieuw sociale verkiezingen gehouden. Tijd dus om de voorbereiding alvast te starten. De eerste stap in de formele verkiezingsprocedure dient te worden gezet tussen 13 en 26 december 2019, afhankelijk van de door de onderneming gekozen datum voor deze vierjaarlijkse verkiezingen. Deze bijdrage strekt tot toelichting van een aantal basisprincipes en is geen allesomvattend overzicht. De Wet betreffende de komende sociale verkiezingen is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 april 2019.
Op 1 maart 2019 is de regeling inzake het mobiliteitsbudget in werking getreden, een maatregel die kadert in het streven naar een milieuvriendelijkere fiscaliteit. Vorig jaar heeft de regering reeds een eerste alternatief gelanceerd met de ‘mobiliteitsvergoeding’, waarbij een werknemer zijn bedrijfswagen kan inruilen tegen een gunstig belaste vergoeding (‘cash for car’). Nu is er dus een tweede alternatief in de vorm van het ‘mobiliteitsbudget’. Het concept is gelijkaardig, nl. de werknemer levert zijn bedrijfswagen in.
Een Belgisch rijksinwoner is verplicht om in zijn Belgische aangifte in de personenbelasting zijn wereldwijd inkomen aan te geven, zelfs wanneer dit buitenlands inkomen – op basis van de internationale richtlijnen – belast is in het buitenland. Het buitenlands inkomen wordt in dat geval wel vrijgesteld van belasting in België. Echter, voor de bepaling van het belastingtarief wordt het buitenlands inkomen wel in aanmerking genomen. Dit is de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’: de buitenlandse inkomsten worden op zich vrijgesteld, maar zorgen er wel voor dat de in België belastbare inkomsten zwaarder belast worden.
Vanaf 1 januari 2010 is de tariefverlaging van 21% naar 12% van toepassing op restaurant- en cateringdiensten, het verschaffen van dranken daaronder niet begrepen. De beslissing nr. E.T.117.557 van 23.12.2009 vormde de eerste administratieve commentaar daarop. Met de Circulaire van 4 april 2019 wordt die publicatie in haar geheel geactualiseerd. Deze Circulaire vormt eveneens een aanvulling op de eerdere Circulaire van 6 november 2017 betreffende het geregistreerd kassasysteem, waar het onderscheid tussen een levering van spijzen en/of dranken en een restaurant- of cateringdienst reeds aan bod kwam. De nieuwe Circulaire behandelt eveneens het toepasselijk btw-tarief op menu’s.
Naar aanleiding van de wetswijziging van 29 november 2017 en de diverse recente Europese arresten met betrekking tot de kwalificatie van een “zeeschip” en de toepassing van de btw-vrijstelling in schakels voorafgaand aan de leveringen aan een “zeeschip”, werd op 29 mei 2019 uiteindelijk in België een nieuw administratief rondschrijven opgemaakt, dat de oude aanschrijving n° 24 van 1978 wijzigt en aanvult. De nieuwe regeling poogt daarmee zo pragmatisch mogelijk een correcte toepassing van de btw-wetgeving binnen de maritieme sector te verzekeren.
Onze belastingwijzer biedt een handig overzicht van de meest voorkomende belastingtarieven.
