“Ontdek hoe u het belastbare voordeel alle aard (VAA) voor bedrijfswagens kunt berekenen voor inkomstenjaar 2026. Gebruik onze handige tool en krijg inzicht in de forfaitaire waardering van uw VAA.”
Aandelenopties bij grensoverschrijdende tewerkstelling België - Nederland
Vanaf 1 januari 2026 voert België een nieuwe meerwaardebelasting in, officieel de 'solidariteitsbijdrage' genoemd. Deze belasting is van toepassing op natuurlijke personen en VZW’s die meerwaarden realiseren op financiële activa zoals aandelen, obligaties, crypto-activa, goud en bepaalde levensverzekeringen. Historische meerwaarden tot eind 2025 blijven buiten schot. Het standaardtarief bedraagt 10%, met uitzonderingen voor aandeelhouders met een aanmerkelijk belang (progressieve tarieven) en interne meerwaarden (33%). Er zijn vrijstellingen voorzien tot 1 miljoen euro, en specifieke regels voor emigratie, waardebepaling en verliescompensatie. De maatregel heeft belangrijke implicaties voor vermogensplanning.
Op 1 maart 2019 is de regeling inzake het mobiliteitsbudget in werking getreden, een maatregel die kadert in het streven naar een milieuvriendelijkere fiscaliteit. Vorig jaar heeft de regering reeds een eerste alternatief gelanceerd met de ‘mobiliteitsvergoeding’, waarbij een werknemer zijn bedrijfswagen kan inruilen tegen een gunstig belaste vergoeding (‘cash for car’). Nu is er dus een tweede alternatief in de vorm van het ‘mobiliteitsbudget’. Het concept is gelijkaardig, nl. de werknemer levert zijn bedrijfswagen in.
Een Belgisch rijksinwoner is verplicht om in zijn Belgische aangifte in de personenbelasting zijn wereldwijd inkomen aan te geven, zelfs wanneer dit buitenlands inkomen – op basis van de internationale richtlijnen – belast is in het buitenland. Het buitenlands inkomen wordt in dat geval wel vrijgesteld van belasting in België. Echter, voor de bepaling van het belastingtarief wordt het buitenlands inkomen wel in aanmerking genomen. Dit is de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’: de buitenlandse inkomsten worden op zich vrijgesteld, maar zorgen er wel voor dat de in België belastbare inkomsten zwaarder belast worden.
Vanaf 1 januari 2010 is de tariefverlaging van 21% naar 12% van toepassing op restaurant- en cateringdiensten, het verschaffen van dranken daaronder niet begrepen. De beslissing nr. E.T.117.557 van 23.12.2009 vormde de eerste administratieve commentaar daarop. Met de Circulaire van 4 april 2019 wordt die publicatie in haar geheel geactualiseerd. Deze Circulaire vormt eveneens een aanvulling op de eerdere Circulaire van 6 november 2017 betreffende het geregistreerd kassasysteem, waar het onderscheid tussen een levering van spijzen en/of dranken en een restaurant- of cateringdienst reeds aan bod kwam. De nieuwe Circulaire behandelt eveneens het toepasselijk btw-tarief op menu’s.
Naar aanleiding van de wetswijziging van 29 november 2017 en de diverse recente Europese arresten met betrekking tot de kwalificatie van een “zeeschip” en de toepassing van de btw-vrijstelling in schakels voorafgaand aan de leveringen aan een “zeeschip”, werd op 29 mei 2019 uiteindelijk in België een nieuw administratief rondschrijven opgemaakt, dat de oude aanschrijving n° 24 van 1978 wijzigt en aanvult. De nieuwe regeling poogt daarmee zo pragmatisch mogelijk een correcte toepassing van de btw-wetgeving binnen de maritieme sector te verzekeren.
De nieuwe FAQ over het UBO-register is op 2 april 2019 gepubliceerd, waarin enkele voorheen onduidelijke situaties worden verhelderd.
De wijziging inzake het voordeel alle aard voor het ter beschikking stellen van een gratis woonst werd uitgebreid toegelicht in een eerdere blog. We willen echter bijkomend de aandacht vestigen op een recent vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 31 januari 2019. De rechtbank oordeelt er dat de rechtspraak die de berekeningswijze van het voordeel veroordeelt, een “nieuw feit” kan uitmaken. Het gevolg van deze rechtspraak? De slaagkansen op een succesvolle terugvordering van de teveel betaalde belasting wegens de terbeschikkingstelling van een gratis woonst via de ambtshalve ontheffing zijn vergroot. Momenteel gaat het wel om alleenstaande rechtspraak. De toekomst brengt wellicht meer duidelijkheid.
Zoals u vast al heeft vernomen, heeft het parlement op 28 februari 2019 het nieuw ‘Wetboek van vennootschappen en verenigingen’ (afgekort ‘WVV’) goedgekeurd, dat in de plaats zal treden van het bestaande Wetboek van vennootschappen en de Wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen. In deze bijdrage zoomen we in op de nieuwigheden inzake winstuitkering in de opvolger van de BVBA, met name de besloten vennootschap (BV).
Op 29 maart 2019 om middernacht zal het Verenigd Koninkrijk (UK) de EU verlaten. Als er een akkoord voor de uitstap is, dan volgt er een overgangsperiode van 30.03.2019 tot 31.12.2020. Tijdens die periode wordt het Verenigd Koninkrijk nog verder beschouwd als een EU-lidstaat en verandert er dus niets tot en met 31.12.2020. Is er geen akkoord (‘no deal Brexit’), dan wordt het Verenigd Koninkrijk vanaf 30.03.2019 beschouwd als een derde land. Ondernemingen die handel drijven met de UK, dienen zich dan ook voor te bereiden om zo weinig mogelijk verstoringen van de handelsstromen te voelen.
In een mededeling van 9 januari jl. geeft de Administratie toelichting bij enkele punten uit de nieuwe regeling inzake de optionele btw-heffing op professionele onroerende verhuur. Het betreft enerzijds een verduidelijking van de gebouwen die in aanmerking komen voor de nieuwe regeling (oprichting na 1.10.2018) en anderzijds de wijze waarop en welke historische btw uit 2018 kan gerecupereerd worden.
Richtlijn 2016/1065 over de btw-behandeling van vouchers moest in principe uiterlijk op 31 december 2018 zijn omgezet naar Belgisch recht. Door de val van de regering eind 2018 kon het betreffende wetsontwerp nog niet goedgekeurd worden. Intussen is dit wel gebeurd. De nieuwe regels werden inmiddels via FAQ in een Circulaire 2018/C/127 van 7 december 2018 reeds toegelicht.
In het Belgisch recht bestond er tot voor kort geen algemeen en homogeen juridisch kader om bedrijfsgeheimen te beschermen. Afhankelijk van de situatie werd een zogenoemde ‘schending van bedrijfsgeheimen’ beschouwd als een overtreding van de Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten (meer specifiek artikel 17, 3°), als een daad van oneerlijke concurrentie of als een overtreding van de zorgvuldigheidsnorm, wat dan weer aanleiding gaf tot buitencontractuele aansprakelijkheid. Ook in andere EU-lidstaten bestond er een gefragmenteerd beleid voor de bescherming van bedrijfsgeheimen. Omwille van het toegenomen risico op onrechtmatige verkrijging van bedrijfsgeheimen en het gebrek aan geharmoniseerde juridische bescherming van bedrijfsgeheimen op Europees niveau, werd er een Europese richtlijn uitgewerkt om hieraan tegemoet te komen. Deze Europese richtlijn werd omgezet naar Belgisch recht in de Wet betreffende de bescherming van bedrijfsgeheimen , waarvan de krachtlijnen hierna worden weergegeven.
Alternatieve beloningsvormen kunnen een belangrijk wapen zijn in de huidige ‘war for talent’, maar ook in het binden en betrekken van sleutelfiguren of bij bedrijfsopvolging. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) heeft recentelijk een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige verwerking van gratis verstrekte aandelen. Een ideale gelegenheid om de fiscale behandeling van bonussen in de vorm van gratis aandelen nogmaals onder de aandacht te brengen. Bovendien besliste de wetgever om op te treden tegen bonusplannen van buitenlandse (groeps)vennootschappen die momenteel nog vaak onder de radar blijven.
Ons Women in business rapport van 2019 laat zien dat het aantal vrouwen in leidinggevende posities wereldwijd stijgt. Het totaal aandeel vrouwen in managementteams is gestegen van 24 procent naar 29 procent.
De spelregels inzake (het belastingvrij uitkeren van) kapitaalverminderingen zijn grondig gewijzigd (art. 18 WIB’92). De fiscale gevolgen zijn nu afhankelijk van de samenstelling van het volledig eigen vermogen, en de vrije keuze welke elementen worden uitgekeerd, is afgeschaft. De fiscus heeft ondertussen een en ander verduidelijkt (circulaire 2018/C/103 dd. 2/8/2018). Om onaangename verrassingen te vermijden, overlopen we kort de belangrijkste aandachtspunten.
De forfaitaire waardering van het voordeel voor de terbeschikkingstelling in de woning werd eerder in de rechtspraak veroordeeld. Om de bestaande discriminatie op te lossen, was een aanpassing van de formule nodig. Eind 2018 besliste men om voortaan een vermenigvuldigingsfactor 2 te hanteren, ongeacht door wie de woning ter beschikking wordt gesteld en ongeacht de hoogte van het kadastraal inkomen (KI).
De Algemene Verordening Gegevensbescherming, beter bekend als de GDPR, is sedert 25 mei 2018 van kracht. Na de hype in de eerste helft van 2018 lijkt de rust intussen weergekeerd. Hoewel heel wat ondernemingen stappen in de richting van GDPR compliance hebben gezet, blijkt er toch nog heel wat werk aan de winkel.
De deadline voor de registratie, die lag op 31 maart, is nogmaals uitgesteld tot 30 september 2019.
Indien u aangifteplichtig voor de Intrastat-verzendingen (uw intra-EU-uitvoer), dan zal u vanaf 2019 (de aangifte van 20 februari 2019) twee bijkomende velden moeten invullen. Voor de aangifte van Intrastat-aankomsten uit andere lidstaten (uw intra-EU-invoer) verandert er daarentegen niets.
Veel ondernemers botsen tegen de vraag wat de Brexit voor hun bedrijf kan betekenen. Inmiddels tikt de klok echter onverbiddelijk verder en veel tijd is er niet meer tot 29 maart 2019. Op deze datum wordt de Brexit officieel en zijn er maar twee scenario’s mogelijk: ofwel is er een ‘deal’, ofwel is er ‘no deal’.
Werknemers die op buitenlandse dienstreis of -opdracht gaan, kunnen een forfaitaire dagvergoeding ontvangen die vrijgesteld is van belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de ‘verblijfsvergoedingen’ toegekend door de FOD Buitenlandse Zaken. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opdrachten van ‘korte duur’ (maximum 30 kalenderdagen) en ‘langdurige’ dienstreizen (méér dan 30 opeenvolgende kalenderdagen).
Als u morgen een auto-ongeval heeft en tijdelijk in coma raakt, wie zal dan uw onderneming besturen? Wat als u dement wordt, wie zal dan uw vermogen beheren? Als u zelf niets regelt en u wordt wilsonbekwaam, met name u bent niet meer in staat bepaalde handelingen te stellen of beslissingen te nemen, dan zal de rechter uw vermogen onder bewind plaatsen en vervolgens een bewindvoerder aanstellen. U heeft dan geen inspraak in de keuze van de bewindvoerder. Bovendien zullen bepaalde handelingen met betrekking tot uw vermogen, zoals schenkingen van privévermogen (zelfs gemeenschapsgoederen), niet meer mogelijk zijn omdat u uw persoonlijke wil niet meer kan uitdrukken.
De onlangs gepubliceerde Administratieve Instructies voor het derde kwartaal van 2018 tonen aan dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) een verruimde interpretatie geeft aan het begrip ‘loon’ voor de heffing van socialezekerheidsbijdragen. De RSZ vult de term 'ten laste van de werkgever' ruimer in. Voordelen die door een derde partij, die niet de werkgever is, rechtstreeks worden toegekend aan werknemers, zonder tussenkomst van de werkgever, kunnen door de RSZ als loon worden beschouwd. Wij gaan dieper in op de termen ‘loon’ en ‘ten laste van de werkgever’ en op de gevolgen van de uitgebreide interpretatie.
Vrijwel elke organisatie heeft procedures en instructies ter ondersteuning van de dagelijkse operatie. Aanzienlijk minder organisaties hebben echter ook procedures voor momenten dat het niet ´business as usual´ is. Denk aan verstoringen in de bedrijfsvoering, bedreigingen en crisissituaties. Dit is zeer opmerkelijk aangezien juist dan heldere instructies goed van pas komen. Een crisissituatie maak je tenslotte niet elke dag mee. Dergelijke continuïteitsprocedures kunnen worden vastgelegd in een “Business Continuity Plan” (“BCP”). Business continuity is dan ook niet langer een ‘nice-to-have’. Het is een ‘need-to-have’ geworden.
Facturen moeten opgesteld worden in de taal van het rechtsgebied waarin de exploitatiezetel van de onderneming is gevestigd, maar een recente wijziging van de regelgeving hieromtrent biedt enige flexibiliteit. Voor de algemene voorwaarden die vaak bij een factuur worden toegevoegd, gelden er dan weer andere regels.
We begin this first edition of 2018 by considering the potential effect of the recent US tax reforms on IFRS preparers with operations in America. We also remind readers of the key aspects of the two major new Standards coming into effect on 1 January 2018 (IFRS 9 ‘Financial Instruments’ and IFRS 15 ‘Revenue from Contracts with Customers’) and take a look at issues that are currently attracting regulators’ attention.
Door een optionele btw-heffing op de professionele verhuur van onroerend goed (met aftrek van btw) wil de regering tegemoetkomen aan de negatieve gevolgen. Tegelijkertijd wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om ook de btw-behandeling voor andere vormen van verhuur van onroerend goed aan te passen. De regering heeft daartoe op 31 juli 2018 het nieuwe wetsontwerp ingediend bij de kamer. De stemming in het parlement wordt verwacht voor september/oktober 2018. Tijd voor een update.
De nieuwe anti-witwaswet is op 16 oktober 2017 in werking getreden. Het was wachten op een Koninklijk Besluit waarin de wijze waarop de informatie zou verzameld worden, alsook de verdere details betreffende de toegang en de aanwending van de gegevens in het UBO-register verder werden uitgewerkt. Op 14 augustus 2018 werd dit KB in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Na een proces van lange adem is de nieuwe Pandwet op 1 januari 2018 in werking getreden. De Pandwet kan als een kleine copernicaanse omwenteling worden beschouwd: door de invoering van een bezitloos pand en een pandregister wordt het zakelijk karakter van het pand losgelaten. Bovendien wordt de toepassing van het eigendomsvoorbehoud verruimd en veralgemeend. Door de Pandwet lijkt ook in het zekerheidsrecht de weg van de modernisering te zijn ingeslagen.
Voor vele ondernemingen is het werken met de cloud en de opslag van data in de cloud dagelijkse business. Door het gebruik van de cloud verliest uw onderneming echter voor een deel de controle over haar data en is zij aangewezen op de handelingen of het nalaten ervan van haar ICT-providers. Met de volgende tips en tricks zorgt u ervoor dat de cloud-omgeving van uw onderneming GDPR-compliant is.
Onder de huidige regeling is de ‘verhuur’ van onroerende goederen vrijgesteld van btw, wat tot gevolg heeft dat de opgelopen btw met betrekking tot de verkrijging, oprichting of verbouwing van het onroerend goed niet aftrekbaar is. Daardoor is de niet aftrekbare btw een onderdeel van de kostprijs van het verhuurde onroerend goed, wat normalerwijze aanleiding zal geven tot een verhoogde huurprijs. Een optionele btw-heffing op de verhuur van onroerend goed zou aldus wel btw-aftrek kunnen genereren en tegemoetkomen aan deze negatieve gevolgen.
Voor heel wat bedrijven stoppen de activiteiten niet aan de landsgrenzen. Echter, wanneer werknemers worden uitgezonden naar een ander land, roept dit zowel bij de expats als bij de werkgever vele vragen op. Welk arbeids- en socialezekerheidsrecht is van toepassing? Waar zijn belastingen verschuldigd? Zijn er werk- of andere vergunningen of formaliteiten vereist? Moet er al dan niet een payroll worden opgezet? Zijn er mogelijkheden tot optimalisatie? Om buitenlandse investeerders en multinationals aan te trekken, voorzien de meeste landen bovendien in een gunstregime voor buitenlandse werknemers. Deze regimes verlagen de fiscale druk op de lonen van bepaalde buitenlandse personeelsleden zodat de loonkost voor de werkgever daalt.
De Minister van Financiën heeft onlangs aan de administratie opdracht gegeven om een nieuw boetebeleid inzake btw uit te werken. Vooral de in 2012 verhoogde niet-proportionele boetes waren vaak veel te streng. Niet alleen zijn deze boetebedragen hoog, er wordt ook geen rekening gehouden met de aard van de overtreding. Volgens de Minister moet er worden uitgegaan van de goede trouw van de ondernemer en niet langer enkel van de kwade trouw.
Het erfrecht wijzigt op 1 september 2018 en dat plaatst de fiscale optimalisatie van het vermogen meteen weer extra in de kijker. Welke acties dienen we bijkomend te nemen? En hebben de reeds genomen acties nog steeds de gewenste uitwerking als we rekening houden met de nieuwe regels?
Informatie en kennis zijn vaak het belangrijkste bezit van een organisatie. Onderzoek toont aan dat organisaties cybercrime als een groot risico beschouwen. Desondanks staat bij velen onder hen verbazingwekkend genoeg de informatiebeveiliging nog niet helemaal op punt. Graag geven we u enkele basisprincipes van de internationale standaard, ISO 27001, mee die voor elke organisatie van toepassing zijn. De ISO 27001 bevat richtlijnen in verband met informatiebeveiliging. Centraal staat het behouden van de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informatie.
De meeste bedrijfsovernames worden gerealiseerd door gebruik te maken van een overnamestructuur. Klassiek wordt hierbij een nieuwe vennootschap opgericht (vaak onder de werkbenaming newco of spv), die, naast het nodige eigen vermogen, een substantiële banklening aangaat. De financierende bank wenst zich uiteraard zoveel mogelijk in te dekken met waarborgen. Aangezien newco meestal weinig andere activa heeft dan de aandelen van de overgenomen vennootschap, dient zij zich in dit scenario vaak tevreden te stellen met een aandelenpand. Menig bank tracht dit op te lossen door een zogenaamde debt push down, waarbij de lening of een deel ervan wordt toegekend aan de overgenomen vennootschap.
Door de Wet van 27 april 2018 houdende de hervorming van het ondernemingsrecht zal de maatschap voortaan als een onderneming worden beschouwd. Dit heeft een aantal belangrijke juridische en boekhoudkundige gevolgen.
Onze belastingwijzer biedt een handig overzicht van de meest voorkomende belastingtarieven.
Sedert 1 juni 2018 is het verkooprecht in het Vlaams Gewest voor de aankoop van een hoofdverblijfplaats verlaagd naar 7%.
Wanneer u een maaltijd bestelt, staat u er waarschijnlijk niet bij stil, maar inzake btw is het verschil tussen een levering en een dienst van groot belang. Restaurant- en cateringdiensten zijn immers onderworpen aan een btw-tarief van 12% (spijzen) en 21% (dranken), terwijl voor de levering van spijzen en dranken de btw 6% (standaardproducten) of 21% (alcoholische dranken en luxeproducten) bedraagt.
Een (renteloze) debetstand van de rekening-courant geeft aanleiding tot een belastbaar voordeel van alle aard in hoofde van de zaakvoerder. Dit voordeel is gelijk aan de fictieve debetinteresten die jaarlijks door de Administratie worden vastgesteld (‘niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd’).
Vennootschappen die minder dan €45.000 bezoldiging betalen aan een bedrijfsleider-natuurlijke persoon, zijn voortaan onderworpen aan een afzonderlijke (aftrekbare) belasting van 5,1% (aanslagjaar 2019-2020) of 10% (vanaf aanslagjaar 2021) over het te weinig uitgekeerde bedrag (behoudens lager belastbaar resultaat). Aangezien de tekst van het nieuw wetsartikel niet geheel duidelijk is, doken al snel allerhande theorieën op. Ondertussen werd een en ander verduidelijkt, maar werd ook al reparatiewetgeving voorgesteld.
Op 15 april 2018 werd de Wet houdende hervorming van het ondernemingsrecht goedgekeurd. De hervormingen treden, enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, op 1 november 2018 in werking. Wij zetten hieronder in kort bestek de belangrijkste nieuwigheden op een rij.
Zelfstandige, starter, familiebedrijf, groeiende onderneming of grote organisatie, elke onderneming heeft een financiële rapportering nodig om zijn prestaties te begrijpen en te evalueren. Welke rol kan Grant Thornton hierin spelen?
Bij een ontslag door de werkgever moeten vanaf 1 mei 2018 nieuwe opzeggingstermijnen worden gerespecteerd.
Vanaf 25 mei 2018 moeten ook de economische beroepen in orde zijn met de regels rond General Data Protection Regulation (GDPR). Om hen te helpen op een gestructureerde manier te werk te gaan, stelt de werkgroep een checklist ter beschikking.
Naast het erfrecht werd in februari van dit jaar aangekondigd dat de Vlaamse erfbelasting ook zou worden aangepakt. Eind vorige week keurde de Vlaamse regering het ontwerpdecreet al goed. Dit ontwerpdecreet is nu naar het parlement voor goedkeuring. De bedoeling is dat deze wijzigingen ook in werking zouden treden op 1 september 2018.
We begin this second edition of 2018 with the revised ‘Conceptual Framework for Financial Reporting’. We then move on to look at two other recent IASB publications: Amendments to IAS 19 ‘Employee Benefits’ and an Exposure Draft on ‘Accounting Policy Changes (Proposed amendments to IAS 8)’. We then consider ESMA’s recent report on what European accounting enforcers have been doing during the past year, and an EFRAG Discussion Paper on ‘Equity Instruments – Impairment and Recycling’. Further on in the newsletter, you will find IFRS-related news at Grant Thornton and a general round-up of financial reporting developments. We finish with a summary of the implementation dates of newer Standards that are not yet mandatory, and a list of IASB publications that are out for comment
Het tax shelter-systeem bestaat reeds sinds 2003 voor investeringen in de filmindustrie, en vanaf 2017 ook voor investeringen in podiumkunsten, waarbij de investeerder (vennootschap) zowel een fiscaal voordeel als een optioneel bijkomend financieel rendement kan bekomen. Het fiscaal voordeel bestaat erin dat de investerende vennootschap een (voorlopige) belastingvrijstelling kan krijgen van 310% van het door haar geïnvesteerde bedrag.
Een persoon kan in meerdere landen van de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland benoemd zijn tot bestuurder of zaakvoerder van een vennootschap. Bij een internationale tewerkstelling dient te worden bepaald in welk land én in welk statuut de betrokkene socialezekerheidsbijdragen moet betalen. Eind vorig jaar hebben de Belgische socialezekerheidsinstanties hun standpunt gewijzigd. Aan de hand van een voorbeeld lichten wij deze wijziging toe.
Met ingang van 1 oktober 2018 zou een optionele aanrekening van btw gelden voor onroerende verhuur van professioneel gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen, die “opgericht” of “aanzienlijk vernieuwd” worden (B2B context).
