Aandelenopties bij grensoverschrijdende tewerkstelling België - Nederland
Het bijzonder belastingstelsel voor ingekomen belastingplichtigen (BBIB) en onderzoekers (BBIO) werd op 1 januari 2022 ingevoerd om België aantrekkelijker te maken voor internationaal talent. Dit nieuwe regime verving het oude expatstelsel voor buitenlandse kaderleden en betekende een belangrijke stap richting meer rechtszekerheid.
“Ontdek hoe u het belastbare voordeel alle aard (VAA) voor bedrijfswagens kunt berekenen voor inkomstenjaar 2026. Gebruik onze handige tool en krijg inzicht in de forfaitaire waardering van uw VAA.”
Werknemers die op buitenlandse dienstreis gaan, kunnen een forfaitaire dagvergoeding ontvangen die vrijgesteld is van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de ‘verblijfsvergoedingen’ toegekend door de FOD Buitenlandse Zaken waarbij – voor de privésector – een onderscheid gemaakt wordt tussen opdrachten van ‘korte duur’ en langdurige dienstreizen.
Het artikel bespreekt hoe KMO-vennootschappen de fiscale druk op dividenduitkeringen kunnen verlichten door winsten te reserveren als liquidatiereserve. Het behandelt de voordelen van asymmetrische toebedeling van deze reserve bij gemengd aandeelhouderschap, waarbij verschillende aandelenklassen worden gecreëerd om fiscale voordelen te optimaliseren. De Rulingcommissie heeft bevestigd dat deze aanpak niet als fiscaal misbruik wordt beschouwd. Vennootschappen met gemengd aandeelhouderschap kunnen baat hebben bij een tijdige statutenwijziging om optimaal gebruik te maken van de liquidatiereserve.
“Ontdek hoe u het belastbare voordeel alle aard (VAA) voor bedrijfswagens kunt berekenen voor inkomstenjaar 2025. Gebruik onze handige tool en krijg inzicht in de forfaitaire waardering van uw VAA.”
Tijdens de COVID-19-pandemie moesten veel grensarbeiders noodgedwongen (ten minste deeltijds) van thuis uit werken. Omdat steeds meer werknemers het thuiswerken hebben omarmd, hebben de meeste werkgevers inmiddels een hybride werkbeleid ingevoerd. In een grensoverschrijdende arbeidssituatie heeft dit aanzienlijke gevolgen op het vlak van de inkomstenbelasting en de sociale zekerheid. Dit vereist een gerichte en weloverwogen aanpak. Tijd voor een update.
Werknemers die op buitenlandse dienstreis gaan, kunnen een forfaitaire dagvergoeding ontvangen die vrijgesteld is van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de ‘verblijfsvergoedingen’ toegekend door de FOD Buitenlandse Zaken waarbij – voor de privésector – een onderscheid gemaakt wordt tussen opdrachten van ‘korte duur’ en langdurige dienstreizen.
De optimalisatie van de loon- en personeelskost is een streefdoel voor elke werkgever. Het is dan ook belangrijk om na te gaan welke alternatieve verloningsvormen mogelijk zijn. Eén van de meest courante alternatieven is de kostenvergoeding. Om misbruiken gemakkelijker te detecteren, heeft de Administratie vanaf dit jaar de meldingsplicht voor kostenvergoedingen uitgebreid. We geven kort de basisprincipes weer.
De kosteloze terbeschikkingstelling van een woning aan een werknemer of bestuurder geeft aanleiding tot een belastbaar voordeel van alle aard. Indien ook de kost van de meubels, verwarming en/of elektriciteit door de werkgever/vennootschap gedragen wordt, neemt het belastbaar voordeel toe.
De (maximale) tussenkomst van de werkgever voor thuiswerk werd recent verhoogd. In dit artikel vindt u een overzicht van de toepasselijke maxima.
Vaak wensen ondernemers bepaalde ‘sleutelfiguren’ binnen het bedrijf goed te verlonen en voor langere tijd aan het bedrijf te binden. Het toekennen van aandelenopties kan daarbij een interessante piste zijn. Het uiteindelijke (financiële) voordeel van aandelenopties zal uiteraard afhankelijk zijn van de waardestijging van de achterliggende aandelen. Indien door onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld de huidige Covid-crisis) de verwachte waardestijging niet gerealiseerd wordt, heeft de betrokken medewerker mogelijks belasting betaald op een voordeel dat achteraf onbestaande of onvoldoende blijkt te zijn om de gemaakte kosten te compenseren. In zulk geval rijst de vraag of hiervoor oplossingen zijn. De rulingcommissie laat alvast ruimte voor enkele vangnetten. We herhalen kort het fiscaal regime en bespreken vervolgens deze mogelijkheden. Uiteraard is elk concreet geval anders en dient het nodige concrete onderzoek te gebeuren vooraleer in te grijpen.
Vergoedingen die werkgevers toekennen aan hun werknemers ten gevolge van thuiswerk, is door de aanhoudende Covid-19-crisis, een brandend actueel thema. In ons artikel ‘Covid-19: thuiswerk forfaitair vergoed’, gaven we al mee dat werkgevers een forfaitaire vergoeding voor thuiswerk konden toekennen. In dit artikel werden de voornaamste krachtlijnen van de door de fiscus gepubliceerde circulaire van 14 juli 2020 toegelicht . Recentelijk werd hierover een nieuwe circulaire uitgevaardigd . We lichten hieronder de belangrijkste principes en nieuwigheden verder toe.
Werkgevers kunnen aan hun werknemers die als gevolg van de Covid-19-crisis tijdelijk thuiswerken een forfaitaire thuiswerkvergoeding toekennen. Deze vergoeding dekt allerlei kleine kosten die verband houden met thuiswerk en is, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, vrijgesteld van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Er is geen specifieke thuiswerkovereenkomst nodig om deze vergoeding te betalen.
In september 2014 bedroeg de roerende voorheffing op de uitkering van reserves bij vereffening (i.e. liquidatiebonus) slechts 10%. Nadien steeg het tarief gaandeweg tot het huidige 30%. Als compensatie werden destijds enkele gunstregimes ingevoerd, zoals de zogenaamde ‘liquidatiereserve’. Deze houdt in dat kmo-vennootschappen – tegen betaling van een belasting van 10% – een liquidatiereserve kunnen aanleggen. Bij de latere vereffening van de vennootschap is de uitkering van deze liquidatiereserve vrij van belasting.
In 2018 aanvaardde de toenmalige Minister van Financiën de volledige aftrekbaarheid van kosten van een evenement, georganiseerd voor bestaande of potentiële klanten, dat hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen. Het doel van de kosten (reclame) primeert in dit geval op de aard van de kosten (onthaal). Het Hof van Cassatie is het hier echter niet mee eens.
Het zomerakkoord van 2018 zorgde voor een drastische wijziging van de aftrekbaarheid van autokosten. Een deel van de wijzigingen trad onmiddellijk in werking, maar de belangrijkste wijzigingen vinden plaats in aanslagjaar 2021 (voor boekjaren die ten vroegste aanvangen op 1 januari 2020).
Het is geen geheim dat het management van heel wat bedrijven in handen is van een andere vennootschap. Ofwel gaat het dan over de zogenaamde managementvennootschap van de bedrijfsleider (of andere leden van het hoger management), ofwel over een andere vennootschap binnen een grotere groep. Vaak wordt deze vennootschap zelfs benoemd tot bestuurder of zaakvoerder en ontvangt zij ook bestuurdersvergoedingen en/of tantièmes. Deze werkwijze is vaak fiscaal geïnspireerd, maar vereist de nodige voorzichtigheid. In 2016 lichtten we reeds de voornaamste aandachtspunten toe. Ingevolge een aantal recente evoluties achtten wij het zinvol deze te herhalen en aan te vullen.
Door de invoering van het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden zijn de ontslagvergoedingen voor beide categorieën gelijkgetrokken. Dit leidde tot een stijging van de verschuldigde vergoedingen bij ontslag. Ter compensatie van deze bijkomende (potentiële) kost werd – naar Belgische gewoonte – een nieuwe en ingewikkelde belastingvrijstelling in het leven geroepen: de ‘vrijstelling voor sociaal passief’.
Op 1 maart 2019 is de regeling inzake het mobiliteitsbudget in werking getreden, een maatregel die kadert in het streven naar een milieuvriendelijkere fiscaliteit. Vorig jaar heeft de regering reeds een eerste alternatief gelanceerd met de ‘mobiliteitsvergoeding’, waarbij een werknemer zijn bedrijfswagen kan inruilen tegen een gunstig belaste vergoeding (‘cash for car’). Nu is er dus een tweede alternatief in de vorm van het ‘mobiliteitsbudget’. Het concept is gelijkaardig, nl. de werknemer levert zijn bedrijfswagen in.
Een Belgisch rijksinwoner is verplicht om in zijn Belgische aangifte in de personenbelasting zijn wereldwijd inkomen aan te geven, zelfs wanneer dit buitenlands inkomen – op basis van de internationale richtlijnen – belast is in het buitenland. Het buitenlands inkomen wordt in dat geval wel vrijgesteld van belasting in België. Echter, voor de bepaling van het belastingtarief wordt het buitenlands inkomen wel in aanmerking genomen. Dit is de zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’: de buitenlandse inkomsten worden op zich vrijgesteld, maar zorgen er wel voor dat de in België belastbare inkomsten zwaarder belast worden.
De wijziging inzake het voordeel alle aard voor het ter beschikking stellen van een gratis woonst werd uitgebreid toegelicht in een eerdere blog. We willen echter bijkomend de aandacht vestigen op een recent vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 31 januari 2019. De rechtbank oordeelt er dat de rechtspraak die de berekeningswijze van het voordeel veroordeelt, een “nieuw feit” kan uitmaken. Het gevolg van deze rechtspraak? De slaagkansen op een succesvolle terugvordering van de teveel betaalde belasting wegens de terbeschikkingstelling van een gratis woonst via de ambtshalve ontheffing zijn vergroot. Momenteel gaat het wel om alleenstaande rechtspraak. De toekomst brengt wellicht meer duidelijkheid.
Alternatieve beloningsvormen kunnen een belangrijk wapen zijn in de huidige ‘war for talent’, maar ook in het binden en betrekken van sleutelfiguren of bij bedrijfsopvolging. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) heeft recentelijk een advies gepubliceerd over de boekhoudkundige verwerking van gratis verstrekte aandelen. Een ideale gelegenheid om de fiscale behandeling van bonussen in de vorm van gratis aandelen nogmaals onder de aandacht te brengen. Bovendien besliste de wetgever om op te treden tegen bonusplannen van buitenlandse (groeps)vennootschappen die momenteel nog vaak onder de radar blijven.
De forfaitaire waardering van het voordeel voor de terbeschikkingstelling in de woning werd eerder in de rechtspraak veroordeeld. Om de bestaande discriminatie op te lossen, was een aanpassing van de formule nodig. Eind 2018 besliste men om voortaan een vermenigvuldigingsfactor 2 te hanteren, ongeacht door wie de woning ter beschikking wordt gesteld en ongeacht de hoogte van het kadastraal inkomen (KI).
Sinds 1 januari 2018 gelden nieuwe forfaits voor de waardering van de voordelen in natura voor het privégebruik van PC of laptop (€6/maand), tablet (€3/maand), gsm of smartphone (€3/maand), telefoonabonnement (€4/maand) en internet (€5/maand, ongeacht het aantal toestellen). Voor een smartphone met abonnement bedraagt het voordeel van alle aard dus €144/jaar. In tegenstelling tot vroeger aanvaarden zowel de RSZ als de fiscus deze forfaits. Recentelijk hebben beiden echter een aantal verduidelijkingen gecommuniceerd waaruit dan weer blijkt dat ze helaas toch nog niet volledig op dezelfde golflengte zitten. Het is belangrijk om na te gaan of de interne gebruikspolicies moeten worden aangepast in functie van deze standpunten.
Werknemers die op buitenlandse dienstreis of -opdracht gaan, kunnen een forfaitaire dagvergoeding ontvangen die vrijgesteld is van belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Het bedrag van de vergoeding is gebaseerd op de ‘verblijfsvergoedingen’ toegekend door de FOD Buitenlandse Zaken. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen opdrachten van ‘korte duur’ (maximum 30 kalenderdagen) en ‘langdurige’ dienstreizen (méér dan 30 opeenvolgende kalenderdagen).
Een (renteloze) debetstand van de rekening-courant geeft aanleiding tot een belastbaar voordeel van alle aard in hoofde van de zaakvoerder. Dit voordeel is gelijk aan de fictieve debetinteresten die jaarlijks door de Administratie worden vastgesteld (‘niet-hypothecaire leningen zonder vaste looptijd’).
Door het aanleggen van een ‘voorziening’ kan u geplande kosten of investeringen reeds boeken vooraleer u ze effectief betaalt. Door het betalen van ‘vooruitbetaalde kosten’ daarentegen kan u kosten die boekhoudkundig aan een volgend boekjaar toebehoren, fiscaal onmiddellijk in kosten nemen. Sinds de hervorming vennootschapsbelasting worden voortaan beide mogelijkheden beperkt omwille van het zogenaamde ‘matchingprincipe’.
Lichte vrachtwagens - fiscale en sociale spelregels
Veranker sleutelfiguren in uw organisatie door winstdeelname
