
Een grondige hervorming van het systeem van vrijwillige overuren is aangekondigd met terugwerkende kracht tot 1 april 2026. De federale regering kiest voor één uniform kader dat meer flexibiliteit moet bieden aan ondernemingen, terwijl werknemers kunnen rekenen op een duidelijk en fiscaal gunstig regime. Hieronder lichten we de belangrijkste elementen van deze hervorming toe.
Eén geïntegreerd systeem: tot 360 vrijwillige overuren per jaar voor voltijdse werknemers
Het huidige duaal systeem — gewone vrijwillige overuren en de zogenaamde relance‑uren — verdwijnt volledig. Voortaan zal een werknemer maximaal 360 vrijwillige overuren per kalenderjaar kunnen verrichten, zonder dat hiervoor een specifieke reden vereist is en zonder dat inhaalrust verplicht moet worden toegekend.
Van deze 360 uren kunnen 240 uren netto worden uitbetaald, wat betekent dat op die uren geen overloontoeslag verschuldigd is en dat er geen sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing worden ingehouden. Voor de uren die van deze vrijstelling genieten, mag geen conventioneel overloon worden toegekend aan de werknemer.
De resterende 120 uren worden belast zoals klassieke overuren en geven recht op de gebruikelijke overloontoeslag wanneer de grenzen van 9 uur per dag of de normale wekelijkse arbeidsduur worden overschreden. Belangrijk is dat vrijwillige overuren niet worden meegerekend voor de interne grens, de limiet waarboven inhaalrust verplicht is.
Voorafgaand schriftelijk akkoord blijft noodzakelijk
Werknemers mogen enkel vrijwillige overuren presteren wanneer zij vooraf schriftelijk hebben ingestemd. Onder de nieuwe regeling geldt het akkoord voor één jaar en wordt het automatisch verlengd. Beide partijen kunnen evenwel het akkoord beëindigen, mits een opzegtermijn van één maand gerespecteerd wordt. Deze aanpassing vormt een vereenvoudiging ten opzichte van het vroegere systeem, waarin overeenkomsten slechts voor zes maanden konden worden gesloten.
Specifieke regeling voor deeltijdse werknemers
Voor deeltijdse werknemers worden de voorwaarden om vrijwillige overuren te presteren vanaf 1 april 2026 duidelijk aangescherpt. Als eerste aandachtspunt kunnen vrijwillige overuren voor deeltijdse werknemers slechts worden toegepast in situaties waarin de grenzen van voltijdse arbeidsduur daadwerkelijk worden overschreven.
De regeling bepaalt verder dat een deeltijdse werknemer pas vrijwillige overuren kan verrichten wanneer hij of zij al minstens drie jaar deeltijds bij dezelfde werkgever werkt op basis van een deeltijdse arbeidsovereenkomst en wanneer er bovendien sprake is van een tijdelijke toename van het werkvolume.
Deze voorwaarden zijn echter niet van toepassing op deeltijdse werknemers die vóór de publicatie van de nieuwe regeling in het Belgisch Staatsblad reeds een geldige overeenkomst inzake vrijwillige overuren (als deeltijdse werknemer) hadden afgesloten met hun werkgever en waarvan deze overeenkomst nog loopt op moment van de publicatie in het Belgisch Staatsblad.
De nieuwe regeling bepaalt bovendien expliciet dat werknemers die deeltijds werken in het kader van een loopbaanonderbreking, tijdskrediet of thematisch verlof (denk bijvoorbeeld aan ouderschapsverlof) volledig uitgesloten zijn van het verrichten van vrijwillige overuren.
Sectorale aandachtspunten: focus op de horeca
De horecasector kent een uitgebreidere regeling waarbij werknemers tot 450 vrijwillige overuren per jaar mogen presteren bij werkgevers die met een gecertificeerde kassa werken. Van deze 450 uren worden er 360 netto uitbetaald, zonder overloontoeslag, sociale zekerheidsbijdragen of fiscale inhoudingen, terwijl 90 uren onderworpen blijven aan sociale bijdragen en belastingen en met overloon worden betaald. De nieuwe regeling beoogt zo de bestaande flexibiliteit in de sector niet enkel te behouden maar ook verder te vergroten.
Retroactieve inwerkingtreding voorzien
Hoewel het parlementaire traject niet tijdig werd afgerond, bepaalt het wetsontwerp dat de nieuwe regels retroactief van kracht worden vanaf 1 april 2026 zodra de wet officieel is goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
De FOD Werkgelegenheid, de RSZ en de FOD Financiën geven in hun toelichting aan dat de toepassing van de nieuwe maatregelen mogelijk is vanaf 1 april 2026.
Krachtens de overgangsregeling blijven overeenkomsten inzake vrijwillige overuren die vóór 1 april 2026 tot stand kwamen en waarvan de geldigheidsduur zich uitstrekt voorbij deze datum, verder van toepassing tot hun afloop. Na afloop dient de tewerkstelling van vrijwillige overuren te worden geregeld via een nieuwe overeenkomst die voldoet aan de voorwaarden van het nieuwe stelsel.